erfgoedobject

Parkje van het kasteel van Wijer

landschappelijk element
ID: 303369   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/303369

Beschrijving

Parkje in landschappelijke stijl met pittoresk karakter uit de tweede helft van de 19de eeuw bij het tot de 16de eeuw opklimmend waterkasteel met neerhof-­opperhofstructuur, en latere wijzigingen; nu afgescheiden kasteelboerderij, op grondgebied Kozen.

In 1288 is er sprake van de heerlijkheid Wijer-Kozen, in het graafschap Loon, “metten huijsen, woningen, hoven, wateren, molenen, landen, bossen”, dat door huwelijk in 1424 overgedragen werd aan Jan van Diest. Nadien komt het goed in het bezit van de familie van Kerckem, ondermeer van Adam van Kerckem die in 1591 stierf en aan wie de bouw van de toren wordt toegeschreven. De wapensteen Kerckhem-Kerkckhem boven de poort is van Arnold en zijn nicht en echtgenote Anne Marie van Kerckhem, die de toren verbouwden. In 1679 ontstond er onenigheid tussen de families van Kerckem en Graysen, eindigend op een moordpartij in 1681. Tussen 1688 en 1699 is de landcommandeur van Alden Biesen eigenaar van Wijer, tussen 1699 en 1830 is het van de familie van Afferden die het aan de familie van Diest verkocht. De kadastrale legger noteerde als eigenaar in 1844 Joseph Eugène De Heister, rentenier in Dusseldorf. J. Jacquemart, die het kasteel in 1880 bezat was verantwoordelijk voor de 'historiserende' verbouwingen.

De kaart van Ferraris (1771-1775) toont ten zuidoosten van de dorpskerk het kasteel met binnenkoer op een motte met trapezoïdaal grondplan, gelegen temidden van boomgaarden binnen de perimeter van het huidige goed, met ter hoogte van de huidige kasteelboerderij tuinen met gebouwen in los verband, meersen bij de beek en ten oosten en ten zuiden uitgestrekte bossen.

Het Primitief kadasterplan door F.W. Voncken, toont nog de oude, geometrische aanleg met een brede, vierkante kasteelgracht (perceel nr. 309) en vijfhoekig eiland (perceel nr. 310) met ommuurde tuin (perceel nr. 312) ten westen van de gebouwen (perceel nr. 311) en de kasteelboerderij (op Kozen, perceel nr. 2) met boomkwekerij (perceel nr. 9), tuin (perceel nr. 8) en boomgaard (perceel nr. 6, 7, 10). Het bos was toen al ongeveer teruggedrongen tot zijn huidige oppervlakte. Op het Primitief plan van Kozen met het neerhof (perceel nr. 2 en de niet genummerde vleugel er tegenover) gedateerd 1824, tekende landmeter H. Neven ook het kasteel, de kasteelvijver en een eilandtuin met boom in één van de vijvers. Dit laatste gegeven interpreteren we als een typisch element uit de tuinkunst van de 16de en 17de eeuw.

De tekening van Philippe de Corswarem (1759-1839) geeft de klassieke neerhof-opperhofstructuur van Wijer weer. Twee hoge pijlers die een haag onderbreken, gaven toegang tot het neerhof met de langgerekte hoeve links en de schuur met bijgebouw rechts. De toegang tot de kasteelmotte, op de vierde zijde en in de as van de inrit, gebeurde eveneens tussen hoge pijlers geflankeerd door lage muurtjes. De klimmende brug leidde naar de donjon waartegen bijgebouwen aanleunden. Op de achtergrond zijn hoge bomen gesuggereerd. De Corswarem noemt de familie Heistert uit Dusseldorf als eigenaar. Op de Dépot-kaart (opname 1871, uitgave 1878) is de ringvorm van de gracht genoteerd en het scheiden van de toegang naar het kasteel met die van het neerhof. Later werd het neerhof ook visueel afgeschermd door het bouwen van een muur op de korte zijde. Zoals in menig kasteeldomein werd vastgesteld, is dit de ruimtelijke weerslag van de sociale afstand tussen heer en boer. De verlandschappelijking van de site samen met de romantisering en 'historisering' van de architectuur - kanteling en blindboogjes vervangen het zadeldak - vallen einde 19de eeuw te situeren. Postkaarten uit die periode geven er een beeld van. Ook is er een serre, typisch voor die tijd.

De laatste jaren van de 20ste eeuw werd het kasteel met nieuwbouw uitgebreid en is een herstel aan de gang. Het kasteel van Wijer ligt ten zuidoosten van de dorpskerk, in de vallei van en begrensd door de Wijerbeek in een weids, halfopen, ongeschonden landschap van akkers, weiden en bos. Vanaf de straat leidt een dreef van Canadapopulier in Maasgrind naar een nieuw poorthek tussen nieuwe pijlers van baksteen in de haag van eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna). Van daar af loopt een gekasseide sinuerende oprit naar het erf en de kasteelbrug en vertrekt er ook een tweede dreef naar het noordoosten.

De klimmende brug uit de 18de eeuw, op drie bakstenen rondbogen met sluitstenen van hardsteen werd recent hersteld en in klinkers gelegd. Ze heeft een metalen borstwering tussen zware pijlers naar het model van de kantelen, in nieuwe blauwe hardsteen. Kettingpalen uit de 19de eeuw eveneens van hardsteen bakenen het voorplein af en een herbruikte borstwering (van een gesloopt gebouw) deels van gecementeerde baksteen, deels van blauwe hardsteen met geajoureerd spiegelboogmotief, dient als erfscheiding met de voormalige kasteelboerderij ten oosten. Het parkje ligt ten westen van de Wijerbeek, met als kern de ruime vijver met boomeilandje, die de verlandschappelijkte en ten noorden en ten zuiden vergrote oude kasteelgracht is. Overbeschoeiing, gazon rond de vijver, bomen en struiken op de motte, een bomenrand van noord naar zuid op de oevers van de beek, bomengroepjes en solitairen samen met een nieuwe architectuur bij het kasteel zijn het gevolg van een grondige herziening van de site. Ten westen op de motte ligt een bescheiden bakstenen gebouw onder pannendak, als paviljoen.

Bomen

Canadapopulier (Populus x canadensis), Italiaanse populier (Populus nigra 'Italica'), fijnspar (Picea abies), gewone es (Fraxinus excelsior), gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus), gewone robinia (Robinia pseudoacacia), grauwe abeel (Populus x canescens), grauwe els (Alnus glutinosa), Hollandse linde (Tilia x vulgaris), Krimlinde (Tilia x euchlora), Oostenrijkse den (Pinus nigra subsp. nigra), gele treurwilg (Salix x sepulcralis 'Tristis'), Weymouthden (Pinus strobus), witte abeel(Populus alba), witte paardekastanje (Aesculus hippocastanum), zomereik (Quer­cus robur), allemaal jonge exemplaren.

 

  • Rijksarchief Hasselt, Kleine familiearchieven, nr. 1930, 'Notes sur Weijer' in een notaboekje van Pierre Gibassier, eigenaar sedert 1813 van het Erckantgoed (Erkenteel) in Alken.
  • Kadasterarchief Limburg, Mutatieschets, 1897.
  • Kadasterarchief Limburg, Primitief kadasterplan van Weyer (1821), sectie B door F.W. Voncken, Primitief kadasterplan van Kozen, sectie A, gedateerd 1824, door H. Neven.
  • Kadasterarchief Limburg, legger 1844.
  • DOPERE F. e.a. 1991: De donjon in Vlaanderen. Architectuur en wooncultuur, Leuven, Brussel, 250-251.
  • PAQUAY J. 1900: Quelques notes historiques sur Cozen, L'ancien pays de Looz, 75-77.
  • PAQUAY J. 1935: Kerkom, in Verzamelde Opstellen, Hasselt, 358.
  • SCHLUSMANS F. met medewerking van GYSELINCK J., LINTERS A., WISSELS R., BUYLE M. & DE GRAEVE M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent, 653.

Bron     : DE MAEGD C. & VAN DEN BOSSCHE H. 2003: Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Inventaris Limburg. Deel 1: Gingelom, Halen, Herk-de-Stad, Nieuwerkerken, Sint-Truiden, Brussel, Agentschap RO-Vlaanderen. Onroerend Erfgoed.
Auteurs :  De Maegd, Christiane, van den Bossche, Herman
Datum  : 2003


Relaties

  • Is gerelateerd aan
    Kasteel van Wijer

  • Is gerelateerd aan
    Kasteelhoeve

  • Is deel van
    Wijer

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Parkje van het kasteel van Wijer [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/303369 (Geraadpleegd op 10-08-2020)