Zeearend

inventaris varend erfgoed

Locatie

Alternatieve naam Wal, Collingwood, Merlin
Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Oostende
Deelgemeente Oostende
Straat
Locatie Oostende (Oostende)
Status Varend erfgoed in het water

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Aanvulling inventaris varend erfgoed 2015-2019 (Gebeurtenistypes: 2015 - 2019).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als varend erfgoed Zeiljacht Zeearend

Deze vaststelling is geldig sinds 16-06-2017.

Beknopte karakterisering

Typologiepleziervaartuigen, zeilschepen
Dateringinterbellum
Materiaalhout
Tags Zeiljacht

Afmetingen

Aanvulling inventaris varend erfgoed 2015-2019 (23-08-2016)

Lengte 17 m
Breedte 3,48 m
Diepgang 2,4 m

Beschrijving

Geschiedenis van het vaartuig: De Zeearend is een 100 m² Windval die in 1938 gebouwd werd op de Duitse scheepswerf Burmeister aan de Weser rivier. De Zeearend kreeg toen zijn eerste van de vier gekende namen mee: ‘Wal’.

Windvallen is de benaming die na de oorlog door de Britten werd gegeven aan zeiljachten die in de jaren 1930 in opdracht van de Duitse Kriegsmarine gebouwd werden. Zij werden als opleidingsschepen gebruikt in de Baltische zee. Deze zeiljachten konden naargelang hun zeiloppervlak en scheepslengte in drie groepen onderverdeeld worden: (1) de 100 m² - 55 voet/17 meter zeiljachten, (2) 50 m² - 42 voet/13 meter, en (3) 30 m² - 32 voet/10 meter. De Wal behoorde net als onder andere de Marabu tot de grootste klasse.

Na de Tweede Wereldoorlog werden de zeiljachten als deel van de Duitse herstelbetalingen overgedragen aan de Royal Navy van het Verenigd Koninkrijk. De in beslag genomen zeiljachten werden toen de ‘Windfall yachts’ gedoopt.

Gedurende de jaren die volgen is nog niet veel geweten over de geschiedenis van de Wal. Wel is zeker dat het schip deelnam aan de Tall Ships Races van 1960 (Oslo – Oostende) en van 1964 (Lissabon – Bermuda – New York) en dat het schip twee naamsveranderingen doormaakte tot de Collingwood en uiteindelijk de Merlin.

In 1977 werd de Merlin verkocht, maar het vaartuig verkommerde na vele eigenaarswissels. Na een passage op de Middellandse Zee strandde het schip in een veld in Norfolk, East Dereham. Het schip verkeerde toen in een erbarmelijke staat, alvorens in 1987 ontdekt te worden door twee zakenmannen: Malcolm (?)Parish(?) en Robin Whitby. Met het oog op een volwaardige restauratie van de Windval, richtten zij de Merlin Restoration Group op. De Merlin werd toen naar de Walter Cooke scheepswerf in Maldon, Essex, verplaatst. Aan de restauratie hielpen (voormalige) durgsverslaafden mee uit het oude Londense havengebied. Op die manier hoopte de Merlin Restoration Group hen te helpen re-integreren in het sociaal-maatschappelijk leven. Echter, door een gebrek aan duurzame fondsen kwam het project droog te liggen en werd de Merlin doorverkocht en naar Londen verplaatst.

Na enkele jaren windstilte dook de Merlin pas in 1996 weer op. De boot werd door de Nederlander Leo Aarens gekocht, die de Windval op de Nederlandse scheepswerf A & van G Sachtbouw onderbracht. Hij gaf de Merlin een nieuwe -en tot op heden laatste- naam, ‘Zeearend’. Onder zijn handen werd de Zeearend met zo veel mogelijk respect voor het oorspronkelijk ontwerp volledig gerestaureerd. Zo werd het dak van de cabine opnieuw verlaagd. De houten romp uit mahonie werd opnieuw waterdicht gemaakt met epoxy en glasvezel. In het midden van de kuip werd een overloop voor het grootzeil aangebracht. Deze scheiding liet ook toe om de Zeearend met een stuurwiel uit te rusten. Het interieur werd ook volledig met mahonie gerestaureerd.

In 2014 werd de Zeearend door Belgische particulieren gekocht. De Zeearend ligt nu in zijn nieuwe thuishaven in Oostende.

Eigenaars:

  • 1938: Duitse Kriegsmarine en Luftwaffe (Wal).
  • 1945-1977: De Royal Navy van het Verenigd Koninkrijk.
  • 1977-1987: Verschillende, onbekende particuliere eigenaars.
  • 1987: Merlin Restoration Group.
  • 1991: Verkoop aan niet gekende persoon of organisatie in Londen.
  • 1996: De Nederlander Leo Aarens.
  • Sinds 2014: De Zeearend is in Belgische particuliere handen.

Bouwjaar: 1938

Werf: Burmeister werf aan de Weser rivier in Duitsland.

Functie: Opleidingsschip voor de Duitse marine in Baltische wateren. Nadien pleziervaart.

Vaargebied: De Baltische zee, de Noordzee en de Atlantische Oceaan.

Beschrijving romp, constructie en opbouw: De romp is uit mahonie gemaakt en heeft een gietijzeren kiel. Het dek bestaat uit teak en werd in 1996 vervangen.

Tonnage: Waterverplaatsing: 17 ton.

Tuigage: Een grootzeil met volledig doorlopende zeillatten en drie reven. Tevens zijn ook een genua, een gennaker en een spinnaker aanwezig. Voor de genua werd een furler gemonteerd. De mast en de giek zijn uit aluminium vervaardigd met Dyform verstagingen.

Motor: Yanmar 2HJTE dieselmotor van 65 pk uit 1992.

Interieur: Het interieur bestaat uit geverniste mahoniehout en is afgewerkt met plaatselijk aangebrachte witte verf en koperen uitrusting. Vooraan in het schip bevinden zich twee kajuiten. De schipperskajuit met twee kooien, en de gastenkajuit met vier kooien. Verder is er een salon en badkamer met douche en toilet.

Bron: -

Auteurs: Nemoz, Théophane & Van Dijck, Maarten

Datum tekst: 2016

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.