erfgoedobject

Eenheidsbebouwing van tweeëntwintig burgerhuizen

bouwkundig element
ID: 303814   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/303814

Juridische gevolgen

Beschrijving

Eenheidsbebouwing van tweeëntwintig burgerhuizen in sobere, eclectische stijl, gebouwd door de aannemer Camille Mathieu, in opdracht van de heer Persijn uit Nijmegen. Een eerste bouwaanvraag uit januari 1903 heeft betrekking op een eerste reeks van tien woningen (nummers 6-24), een tweede bouwaanvraag uit februari 1903 geldt voor een tweede reeks van nog eens tien woningen (nummers 26-44). In februari 1904 volgt een derde bouwaanvraag voor de laatste twee woningen (nummers 46-48). Van aannemer Mathieu zijn geen andere bouwprojecten van een vergelijkbare omvang gekend.

De tweeëntwintig rijwoningen zijn van hetzelfde type, een bescheiden burgerhuis met een gevelbreedte van twee traveeën (drie op de begane grond), drie bouwlagen hoog onder een plat dak, of twee bouwlagen onder een pseudo-mansarde. Het parement van de lijstgevels bestaat uit geel of rood baksteenmetselwerk in kruisverband, gecombineerd met blauwe hardsteen voor de plint, hoekblokken, waterlijsten, lateien en dorpels. In de gele parementen zijn rode speklagen en ontlastingsbogen verwerkt, in de rode zorgen gele accenten voor het contrast. Verder beantwoorden de opstanden aan een regelmatig compositieschema met registers van alternerend rechthoekige, getoogde en rondbogige deur- en vensteropeningen. Een eenvoudige kroonlijst op klossen vormt de gevelbeëindiging; de woningen met pseudo-mansarde hebben een centrale dakkapel met driehoekig fronton. Qua plattegrond beantwoorden de woningen aan de klassieke typologie van het burgerhuis, dat uit een hoofdvolume en een smalle achterbouw in entresol bestaat, ontsloten door de zijdelings ingeplante inkom- en traphal.

De nummers 6 tot 24 vormen een symmetrisch geheel van tien woningen, die volgens spiegelbeeldschema per twee gekoppeld zijn. Daarbij volgt het gevelfront een alternerend ritme wat compositie en baksteenkleur betreft, opgebouwd uit drie verschillende geveltypes (aa-bb-cc-bb-aa). De nummers 6-8 en 22-24, drie bouwlagen hoog met een geel baksteenparement, onderscheiden zich door rondbogen, met een diamantkopsleutel en baksteenmozaïek in het boogveld. Op de nummers 10-12 en 18-20, twee bouwlagen en pseudo-mansarde met rood baksteenparement, is de bovenverdieping gevat in rechthoekige lisenen op kraagstenen. Van de nummers 14-16 wordt de bovenbouw gemarkeerd door kolossale hoekpilasters, met vensterentablementen op de eerste verdieping.

Ook de nummers 26 tot 44 vormen een symmetrisch geheel van tien woningen, samengesteld uit twee onderling identieke groepen van elk vijf woningen die volgens spiegelbeeld gekoppeld zijn. Beide zijn opgebouwd uit drie verschillende geveltypes (a-b-c-b-a) met een alternerende baksteenkleur, de drie middenpanden drie bouwlagen hoog, de twee zijpanden met twee bouwlagen en een pseudo-mansarde. Bij de nummers 26, 34, 36 en 44 worden de bovenvensters gekoppeld door een ontlastingsboog. Bij de nummers 28, 32, 38 en 42 is de bovenbouw gemarkeerd door kolossale hoekpilasters, met een rondboogtweelicht in de topgeleding. De bovenbouw van de nummers 30 en 40 die telkens de middenas uitmaken, onderscheidt zich door kolossale hoekpilasters en vensterentablementen op de eerste verdieping.

De nummers 46-48 vormen een geheel van twee gekoppelde woningen volgens spiegelbeeldschema, drie bouwlagen hoog met een geel baksteenparement. Nadrukkelijk horizontaal geleed door waterlijsten, worden de registers gemarkeerd door een pilasterordonnantie, met vensterentablementen op de eerste verdieping.

De reeks woningen die nagenoeg de volledige pare straatwand van de Catharina Beersmansstraat inneemt, is op één pand na vrij intact bewaard. Aanpassingen beperken zich tot het sporadisch overschilderen van het baksteenparement (nummers 12, 24, 32, 38, 42 en 44), en op grotere schaal het vernieuwen van het schrijnwerk van deuren, vensters, kroonlijsten en dakkapellen. Enkel de nummers 10 en 34 beschikken nog over de oorspronkelijke houten inkomdeur en vensters. Het nummer 8 kreeg een volledig nieuwe gevel, van nummers 14 en 18 werden de benedenvensters doorbroken.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1903#59 (nummers 6-24), 1903#286 (nummers 26-44), en 1904#245 (nummers 46-48).

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Eenheidsbebouwing van tweeëntwintig burgerhuizen [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/303814 (Geraadpleegd op 10-08-2020)