Teksten van Menensepoort

Menensepoort

Menensepoort 24 juli 1927: plechtige inhuldiging in aanwezigheid van Koning Albert van het Brits gedenkteken van de Menensepoort, het meest beroemde van de Missing Memorials, door veldmaarschalk Lord Plumer. Dit "nationaal herdenkingsmonument" werd op initiatief van The Imperial War Graves Commission opgericht, nadat de Belgische regering op haar oorspronkelijke beslissing was teruggekomen de vernielde Hal als herdenkingsmonument aan de Britten te schenken.

Indrukwekkend poortgebouw geïnspireerd op de klassieke triomfboog, naar ontwerp van de Londense architect Sir Reginald Blomfield; gelegen ter hoogte van de gesloopte gelijknamige stadspoort, de plaats waarlangs de tienduizenden Britse soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog vanuit de achterste linies doorheen de puinen van Ieper naar het front trokken. In de poortmuren zijn de 54.896 namen gebeiteld van Britse officieren en soldaten vermist voor 15 augustus 1917; de overige vermisten staan vermeld op de muur rondom het kerkhof Tyncot te Passendale en op de Missing Memorial te Ploegsteert. De tijdens de inhuldigingsplechtigheid door klaroenblazers uitgevoerde Last Post (taptoe van het Britse leger) is sindsdien een dagelijks avondceremonieel.

Poortgebouw op rechthoekige plattegrond, als stadspoort opgenomen in de vestinggordel. Bouwmaterialen: Portlandsteen en in veel mindere mate baksteen. Hoofdgevels uitziend op de Meensestraat ten westen en de Maarschalk Frenchlaan ten oosten: een brede travee met hoge rondbogige doorgang, tussen twee smallere travee met lagere rechthoekige voetgangersdoorgang. Classicistische gevelordonnantie: kolossale Dorische zuilen onder hoofdgestel met architraaf, fries met trigliefen waartussen schijven, en kroonlijst op klossen. Borstwering versierd met lauwerkransen; centraal paneel met opschrift "To the Armies of the British Empire who stood here from 1914 to 1918, and to those of their dead who have no known grave", respectievelijk bekroond door graftombe met lijkwade (zijde Meensestraat) en de Britse leeuw (zijde Frenchlaan). Boven de voetgangersdoorgangen: spiegels respectievelijk met opschrift "Pro Patria" en "Pro Rege".

Interieur: overwelving door middel van rondbogig tongewelf verlevendigd met casementen tussen de gordelbogen; verlichting door middel van ronde openingen. Lange muren, elk met doorgang via ontdubbelende trap opklimmend naar de buitengalerijen met kolossale Dorische pilasters. Laatst genoemde geven uit op een formeel aangelegd park ter hoogte van de vestingen.

  • COOMBS R., Before endeavours fade. A guide to the battlefields of the First World War, Londen, 1979 (3de ed.), p. 27-28.
  • Ieper en de frontstreek 1914-'18. Saillant d'Ypres. Ypres Salient. Ypern Bogen (kaart en index: CAENEPEEL A., ANNOOT R.), St.Niklaas, s.d., p. 72.
  • SCHEPENS L., In pace. Soldatenkerkhoven in Vlaanderen, Tielt-Amsterdam, (1974), p. 58-59.

Bron: Delepiere A.-M., Huys M. & Lion M. 1987: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie West-Vlaanderen, Arrondissement Ieper, Kanton Ieper, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 11N1, Brussel - Turnhout.
Auteurs:  Delepiere, Anne Marie, Huys, Martine, Lion, Mimi
Datum: 1987


Je kan deze pagina citeren als: Delepiere, Anne Marie; Huys, Martine; Lion, Mimi: Menensepoort [online], https://id.erfgoed.net/teksten/30393 (geraadpleegd op 25-02-2021)


Menenpoort (Ieper - WOI)

Locatie

De Menenpoort is ingewerkt in de vestinggordel rond de stadskern van Ieper en bevindt zich aan de oostkant van de stad, op de scheiding van de Meensestraat en de Maarschalk Frenchlaan, op circa 350m ten oosten van de Grote Markt. Op de vestingen, ten noorden van het gedenkteken, bevindt zich de zogenaamde 'Bastiaanplaque'. Aan de zuidkant bevindt zich het gedenkteken voor de Indische troepen, het gedenkteken met het gedicht van Edmund Blunden en een bronzen replica van de Menenpoort. Diverse infoborden geven meer informatie over de poort.

Historische achtergrond

De Britse regering had na de oorlog geijverd voor het behoud van (een deel van) de ruïnes van de stad Ieper, als symbool van de volharding in de Britse verdediging van een wel verwoeste, maar nooit door de vijand ingenomen stad. In Ieper zou eveneens een groots monument voor de Britse natie komen, een idee die alleen maar aan kracht won toen bleek dat de wens tot behoud van de ruïnes niet door de Belgische bevolking gekoesterd werd. Het gedenkteken werd aanvankelijk als een triomfboog opgevat en zou komen op de plaats van de oude oostelijke stadspoort.

Ondertussen was in 1921 beslist dat de 'Imperial War Graves Commission' (de voorloper van de 'Commonwealth War Graves Commission') in de verschillende frontzones gedenktekens voor de vermisten zou oprichten. In Ieper werd uiteindelijk het plan voor een 'memorial to the missing' gekoppeld met een nationaal Brits monument, de Menenpoort. Vandaar het duale karakter van het gedenkteken, waarbij de buitenzijde van de poort als een triomfboog opgevat kan worden. De dichter Siegfried Sassoon woonde de onthulling van de Menenpoort bij en begon een dag later aan zijn gedicht 'On Passing the New Menin Gate', waarin hij het gedenkteken vanwege de ongepaste praal hekelde: hij vond het pompeus, 'een stapel stenen, zelfvoldaan van vrede' en een 'misdadige graftombe'.

De binnenzijde van het gedenkteken, met de namen van maar liefst 55.000 vermisten, roept anderzijds een indrukwekkende ingetogenheid op. Het gaat om de namen van Britse militairen, die voor 16 augustus 1917 vermist raakten.

De namen van de andere vermisten zijn aangebracht op de gedenkmuur op 'Tyne Cot Cemetery' (Passendale). Voor de Nieuw-Zeelanders en Newfoundlanders werden afzonderlijke gedenktekens opgericht (het gedenkteken op 'Buttes New British Cemetery' en op 'Messines Ridge British Cemetery' en deels op het gedenkteken van 'Tyne Cot Cemetery'). Voor de vermisten ten Z van de Ieperboog werd in 1929 het 'Ploegsteert Memorial' opgericht.

De Menenpoort lijkt steeds meer te evolueren naar hét algemeen symbool van de Eerste Wereldoorlog.

De Menenpoort werd ontworpen door Sir Reginald Blomfield en werd officieel ingehuldigd op 24 juli 1927 door maarschalk Lord Plumer in aanwezigheid van koning Albert. Toen werd o.m. de 'Last Post' gespeeld, een sonnerie ter ere van de gesneuvelde Britse soldaat, die sinds 1 mei 1929 dagelijks herhaald wordt, met een onderbreking onder de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Op de Menenpoort staan de namen van o.m. volgende dichters, wiens graf naderhand niet meer teruggevonden kon worden: John Collinson Hobson, gestorven op 31 juli 1917, auteur van 'As I came up from Wipers'; Walter S.S. Lyon, gestorven op 8 mei 1915 nabij Sanctuary Wood, auteur van de bundel 'Easter at Ypres & other poems' (1915); The Hon. Colwyn Erasmus Phillips, gestorven op 13 mei 1915 nabij Railway Wood, auteur van het gedicht 'There is a healing magic in the night' en meerdere andere brieven; Gerald George Samuel, gestorven op 7 juni 1917 in de omgeving van 'White Chateau' (Hollebeke), auteur van de gedichtenbundel 'Poems' (1917).

Beschrijving

Poortgebouw op rechthoekige plattegrond, als stadspoort opgenomen in de vestinggordel.

Groot poortgebouw geïnspireerd op de klassieke triomfboog, met drie doorgangen, aan de straatzijden opgebouwd uit muurvlakken van rode baksteen en witte Portlandsteen. De doorgangen zijn uitgevoerd in witte natuursteen en springen vooruit. De hoge middelste doorgang is rondgebogen, met zware sluitsteen, de twee buitenste zijn vlak eveneens met zware sluitsteen. Classicistische gevelordonnantie: kolossale Dorische zuilen op hoge vierkante sokkels, onder hoofdgestel met zware geprofileerde architraaf, fries met trigliefen waartussen schijven en een doorlopende geprofileerde kroonlijst op klossen.

De bekroning bestaat uit zware in- en uitspringende natuurstenen blokken, die vooraan versierd zijn met laurierkransen en waarop in het midden aan de kant van de Maarschalk Frenchstraat (ten oosten) een liggende leeuw geplaatst is die in de richting van het slagveld kijkt en aan de kant van de Meensestraat (ten westen) een cenotaaf met lijkwade en kroon.

Aan de zijkanten bevindt zich op de hoogte van de vestingmuren een galerij met zes Dorische zuilen uit witte natuursteen. De bakstenen hoekrisalieten hebben een smalle rechthoekige doorgang uit witnatuurstenen blokken en zijn bekroond met een opengewerkte lauwerkrans met trofeeën. De zuilen zijn onderling verbonden door een bronzen afsluiting versierd met rechtopzittende leeuwtjes op de paaltjes. Aan elke kant een ontdubbelde trap bovenaan eindigend uit een volutevormige balustrade uit witte natuursteen, treden uit hardsteen.

Het interieur is volledig uit witte natuursteen overwelfd met rondboogvormige tongewelf versierd met cassettenplafond tussen de gordelbogen; verlichting door middel van 3 grote openingen, waarvan de zijkanten met brons bekleed zijn.

Aan de oostkant: boven de centrale doorgang twee bloemguirlandes en boven de kroonlijst een tekstpaneel 'To the armies of the British Empire who stood here from 1914 to 1918 and to those of their dead who have no known grave'; boven de voetgangersdoorgangen op de spiegels 'Pro Patria' en 'Pro Rege' aan de westkant herhaald.

Aan de binnenzijde: boven de zijdoorgangen 'Ad majorem Dei gloriam. Here are recorded the names of officers and men who fell in the Ypres Salient but to whom the fortune of war denied the known and honoured burial given to their comrades in death'.

Op de zuilen kant Meensestraat: 'This memorial was built and is maintained by the Commonwealth War Graves Commission'; 'Deze poort door de stammen van het Britsche Rijk ter eere van hun dooden opgericht wordt aan de burgers van Yper geschonken tot versiering van hunne stad en herinnering aan de dagen toen zij door het Britsche Leger tegen den inval beschermd werd'. 'Erigé par les nations de l'Empire Britannique en l'honneur de leurs morts ce monument est offert aux citoyens d'Ypres pour l'ornement de leur cité et en commémoration des jours où l'Armée Britannique l'a défendue contre l'envahisseur' (met puntjes tussen de woorden).

In de talloze registers aangebracht op 60 panelen binnenin de Menenpoort, tegen de muren van de trappen en onder de galerijen zijn circa 55.000 namen gebeiteld van vermisten vóór 15 augustus 1917. De namen zijn ingedeeld per organieke eenheid (per korps, regiment, bataljon…) volgens de Britse orde van voorrang. Binnen elke eenheid zijn ze gerangschikt per rang, en binnen elke rang alfabetisch. In het 'Memorial Register' bewaard in een kastje in de Menenpoort kunnen de legereenheden worden opgezocht waar de vermisten deel van uitmaakten.

H. 2135 cm x Br. 4650 cm x D. 4120 cm (met trappen)

Uitvoering: Sir William Reid Dick (beeldhouwer), Sir Reginald Blomfield (architect-ontwerper)

  • JACOBS M. 1996: Zij, die vielen als helden... Inventaris van de oorlogsgedenktekens van de twee wereldoorlogen in West-Vlaanderen, Deel 2, Brugge.
  • MEIRE J. 2003: De stilte van de Salient. De herinnering aan de Eerste Wereldoorlog rond Ieper, Tielt.
  • VERBEKE R. 1997: De Menenpoort in Ieper: een gedenksteen voor vermisten, Shrapnel april.

Bron: DECOODT H. & BOGAERT N. 2002-2005: Inventarisatie van het Wereldoorlogerfgoed in de Westhoek, project in opdracht van de provincie West-Vlaanderen, “Oorlog en Vrede in de Westhoek”, en Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Afdeling Monumenten en Landschappen.
Auteurs:  Bogaert, Nele, Decoodt, Hannelore
Datum: 2003


Je kan deze pagina citeren als: Bogaert, Nele; Decoodt, Hannelore: Menensepoort [online], https://id.erfgoed.net/teksten/196075 (geraadpleegd op 25-02-2021)