erfgoedobject

Herenhuis in beaux-artsstijl

bouwkundig element
ID: 303973   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/303973

Juridische gevolgen

Beschrijving

Herenhuis in beaux-artsstijl gebouwd in opdracht van de heer Muller, naar een ontwerp door de architect Joseph Hertogs uit 1900. Het hotel werd in de periode 1942-1948 door de architect Paul Smekens verbouwd in opdracht van de toenmalige eigenaar advocaat Paul Edmond Deckers. Deze liet in 1942 gelijkvloers en eerste verdieping herinrichten tot praktijkwoning, waarbij de oorspronkelijke traphal verdween. Nadat aan het einde van de Tweede Wereldoorlog het dak was vernield door bominslagen in de onmiddellijke omgeving, onderging het gebouw in 1946 een tweede verbouwing. Daarbij werden een pseudo-mansarde toegevoegd en twee appartementen gecreëerd op de bovenste verdiepingen. Een laatste ingreep betrof de verbouwing van een deel van het gelijkvoers tot garage in 1948.

Het hotel Muller, vergelijkbaar met het hotel Nottebohm uit hetzelfde jaar in de Lange Leemstraat, behoort tot de talrijke burger- en herenhuizen, die Joseph Hertogs op het hoogtepunt van zijn loopbaan in Antwerpen realiseerde. Actief van omstreeks 1885 tot zijn overlijden in 1930, geldt hij als een van de meest succesvolle architecten in Antwerpen, Zijn loopbaan in dienst van de vermogende, overwegend liberale mercantiele burgerij, leverde een vijfhonderdtal woningen en openbare gebouwen op. Deze evolueren van eclecticisme en neorenaissance, naar een klassiek geïnspireerde beaux-artsstijl. Omstreeks de eeuwwisseling, zijn rijpe eclectische periode, drukte hij met monumentale bouwwerken als het Hansahuis op de hoek van Suikerrui en Ernest Van Dijckkaai zijn stempel op het Antwerpse stadsbeeld. Van kort na 1900 dateert het ontwerp van het neogotische Museum Mayer van den Bergh in de Lange Gasthuisstraat, eerste van een lange reeks opdrachten voor de weduwe Henriëtte Mayer van den Bergh.

Met een gevelbreedte van drie ongelijke traveeën omvat de rijwoning drie bouwlagen, oorspronkelijk onder een zadeldak, in 1946 vervangen door een pseudo-mansarde (leien). De lijstgevel heeft een parement uit geel baksteenmetselwerk in koppenverband, met gebruik van blauwe hardsteen voor de plint, en witte natuursteen voor delen van de pui, deur- en vensteromlijstingen, waterlijsten, ornamenten, de erker en dakkapellen. Asymmetrisch van opzet en geleed door de puilijst, legt de compositie de klemtoon op het brede zijrisaliet, oorspronkelijk bekroond door een gebroken, gebogen fronton met een getoogde dakkapel tussen voluten. Het risaliet wordt verder gemarkeerd door een over de bovenbouw oplopende, getoogde spaarnis in geriemde omlijsting met cartouchesleutel en chutes. Daarbij accentueert een driezijdige, houten erker, gevat tussen een bewerkte natuurstenen basis en afdak, de bel-etage. Registers van steekboogvensters in geriemde omlijsting doorbreken de bovenbouw van de zijtraveeën, op de tweede verdieping geaccentueerd door cartouchesleutels, en een gegolfd balkon met kelkvormige console en smeedijzeren borstwering. Het centrale steekboogportaal, gevat in een geriemde omlijsting met maskerkopsleutel en waterlijst, werd oorspronkelijk geflankeerd door een getralied tweelicht en venster. Deze werden respectievelijk in 1948 en 1946 verlaagd tot garagepoort en inkomportaal voor de appartementen. Een klassiek hoofdgestel met architraaf en houten kroonlijst vormt de gevelbeëindiging; de huidige, getoogde dakkapellen met oren, neuten en waterlijst, vervangen sinds 1946 het hoger vermelde fronton en de oorspronkelijke dakkapel in de vorm van een ovale oculus met klauwstukken en gebogen waterlijst. De houten vleugeldeur met smeedwerk van het hoofdportaal is eigentijds aan de bouw, het overige schrijnwerk dateert van 1946-1948.

De plattegrond beantwoordde oorspronkelijk aan de typologie van de voorname bel-etagewoning, georganiseerd rond de centraal ingeplante traphal met bovenlicht, ontdubbeld door de diensttrap. De lage begane grond was behalve de vestibule met spreekkamer, grotendeels voorbehouden aan de keuken met aanhorigheden. Op de bel-etage namen twee salons de straatzijde in, en de eetkamer annex veranda en office de tuinzijde. Bij de verbouwing van 1942 werd het gelijkvloers omgevormd tot advocatenkantoor, en de eerste verdieping tot appartement bestaande uit salon, eetkamer, keuken, twee slaapkamers en badkamer, onderling verbonden door een nieuwe traphal. Een tweede traphal met liftkoker die de plaats innam van de oorspronkelijke traphal, werd in 1946 doorgetrokken over de tweede en derde verdieping, beide heringericht tot appartement. Deze omvatten een suite van salon en eetkamer, keuken, op de tweede verdieping vijf slaapkamers en twee badkamers, op de derde verdieping drie slaapkamers, een badkamer en zolders. De garage vervangt sinds 1948 de voorkamer van het advocatenkantoor.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1900#1638, 18#14957, 18#24475 en 18#20760.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2017


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Herenhuis in beaux-artsstijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/303973 (Geraadpleegd op 13-08-2020)