erfgoedobject

Burgerhuis in beaux-artsstijl

bouwkundig element
ID: 303982   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/303982

Juridische gevolgen

Beschrijving

Burgerhuis in beaux-artsstijl naar een ontwerp door de architect Max Winders uit 1925. Bouwheer was de bankier graaf Henry Le Grelle (Antwerpen, 1865-Antwerpen, 1934), gehuwd met Anna de Gruben (Antwerpen, 1864-Antwerpen, 1932). Met zijn broers Albéric en Vincent en neef Emile Le Grelle vormde hij het vennootschap van de Banque Joseph-J. Le Grelle, een privébank die in 1792 werd opgericht door hun overgrootvader Joseph-Jean Le Grelle (1764-1822), en in 1962 overgenomen door de Banque d’Anvers. Hun grootvader graaf Gérard Joseph Le Grelle (Antwerpen, 1793-Antwerpen, 1871), was lid van het Nationaal Congres en burgemeester van Antwerpen van 1831 tot 1848. Vóór zijn intrek te nemen in het nieuw gebouwde hotel, resideerde Henry Le Grelle in één van de twee herenhuizen die hij eerder samen met zijn broer Albéric op de links aanpalende percelen had laten bouwen, naar een ontwerp door de architect Nestor Gérard uit 1913. Het architectenbureau Vincent Cols en Jules De Roeck gaf hij in 1928 nog opdracht, op het rechts aanpalende perceel een burgerhuis met een gelijkaardig programma te realiseren, wellicht voor één van zijn kinderen.

Het hotel Henry Le Grelle behoort tot het rijpere werk van Max Winders, die tot 1907 voor zijn vader architect Jean-Jacques Winders had gewerkt en actief bleef tot 1960. Aan zijn schoonvader, de bankier Jean Baptiste Ferdinand Carlier, mede-eigenaar van de Banque d’Anvers en directeur bij de Nationale Bank, dankte de architect zijn introductie in het milieu van de haute finance. Zo ontwierp Winders vóór en na de Eerste Wereldoorlog talrijke bankgebouwen in Antwerpen zoals de Banque de l'Union Anversoise aan de Graanmarkt en de Banque Centrale Anversoise in de Lange Gasthuisstraat, naast de filialen van de Nationale Bank in Sint-Niklaas en Leuven, het gereconstrueerde laatgotische "Tafelrond" . Op dit historische monument na bleef hij trouw aan een monumentale beaux-artsstijl naar Frans model, in overeenstemming met het aura van traditie en solvabiliteit eigen aan de banksector. Opmerkelijke realisaties uit het midden van de jaren 1920 zijn de Banque Hypothécaire et Immobilière d'Anvers aan de Maria-Theresialei, en de "Cercle La Concorde" in de Huidevettersstraat.

Met een gevelbreedte van drie traveeën, omvat de rijwoning vier bouwlagen onder een pseudo-mansarde (leien). De lijstgevel heeft een parement uit rood baksteenmetselwerk in kruisverband, met overvloedig gebruik van witte natuursteen voor de oplopende pui en vensteromlijstingen. Tweeledig van opzet geaccentueerd door het materiaalgebruik, is de opstand opgebouwd uit het geheel van begane grond en bel-etage, en de bovenverdiepingen. Opvallend is het aan de barok ontleende, plastische geveldecor. Het portaal met pilasters, entablement, sluitsteen en gebogen waterlijst, en het ovale bovenlicht gevat in een rolwerkcartouche met guirlande, wordt geflankeerd door een zijlicht en de garagepoort met afgeronde bovenhoeken. De driezijdige erker daarboven geeft de bel-etage aan. Brede drielichten doorbreken de bovenste twee verdiepingen, met rolwerkpanelen op de penanten, een waterlijst en voluten als onderdorpel. Een houten kroonlijst op klossen vormt de gevelbeëindiging; dakkapellen met gebogen waterlijst. De met balusters geajoureerde, houten inkomdeur en garagepoort zijn bewaard; mogelijk vernieuwd vensterschrijnwerk.

De plattegrond beantwoordt aan de typologie van de bel-etagewoning, die uit een hoofdvolume en een smalle achterbouw in entresol bestaat, ontsloten door de zijdelings ingeplante inkom- en traphal. Volgens de bouwplannen is de begane grond voorbehouden aan de inkomhal met trappenbordes, de garage, voorraadkelders en de keuken met ‘monte plats’. De gebruikelijke enfilade van salon, eetkamer, veranda en terras beslaat de bel-etage, in de achterbouw geflankeerd door de office en een ‘parloir’, waarboven de vestiaire. Op de tweede verdieping bevinden zich twee slaapkamers - de grootste met ‘en suite’ boudoir, badkamer en terras - en een zijkamertje. De derde verdieping herbergt twee slaapkamers waarvan één met terras en een zijkamertje, het dakniveau drie mansardekamers en een zolder.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1925#20684.
  • KURGAN-VAN HENTENRIJK G., JAUMAIN S. & MONTENS V. (red.) 1996: Dictionnaire des patrons en belgique. Les hommes, les entreprises, les réseaux, Brussel, 422-423.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2017


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Burgerhuis in beaux-artsstijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/303982 (Geraadpleegd op 13-12-2019)