erfgoedobject

Hoeve met losse bestanddelen

bouwkundig element
ID: 304016   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/304016

Beschrijving

U-vormige hoeve, die in kern opklimt tot de late 18de eeuw, maar waarvan het huidige uitzicht wordt bepaald door uitbreidingen tijdens de eerste helft van de 20ste eeuw in opdracht van de familie Van den Moortel.

Historiek

De hoeve bevindt zich op een historische hoevelocatie in het gehucht Linthout. Op de Villaretkaart (1745-1748) zijn op deze plaats losse gebouwen rondom een erf weergegeven. De Ferrariskaart (1771-1778) vertoont daarentegen een ommuurd erf met een langgestrekt volume aan de noordzijde en een klein bijgebouw in de zuidwestelijke hoek. Midden-19de-eeuwse historische kaarten, zoals de Atlas van de Buurtwegen, sluiten hierbij aan en geven een gelijkaardige bebouwing weer, met aan de westzijde een uitbreiding met een bijkomende vleugel. Dit westelijke volume werd vergroot aan de zuidzijde, volgens een kadastrale mutatie in 1866. Op dat moment werd ook de bouw van een volume aan de zuidzijde van het erf geregistreerd.

De meest bepalende wijzigingen vonden plaats in de eerste helft van de 20ste eeuw. In 1906 registreerde het kadaster een “agrandissement” van de toenmalige bebouwing in opdracht van de weduwe en kinderen van landbouwer Jan Baptist Van den Moortel- De Boeck. De mutatieschets wijst op uitbreidingen van de toenmalige volumes tot een rechtlijnigere inplanting. In 1916 vervolgens, werd een vergroting geregistreerd die minstens twee jaar eerder plaatsvond. Deze situeerde zich hoofdzakelijk aan de oostzijde van het noordelijke volume. De bewaarde muurankers in de zijgevel van die stal, verwijzen inderdaad naar een wijziging omstreeks 1913. Het woonhuis valt stilistisch te dateren omstreeks het interbellum. Het kadaster registreerde in 1942 onder J.G. De Cock- Van den Moortel een wijziging en vergroting van de bebouwing, die mogelijk ook de aanpassing van het woonhuis inhield. Op dat moment kwamen ook de bijgebouwen ten noorden van de stal tot stand. Vermoedelijk dateert ook de ingebouwde pijlerkapel in de oostelijke afsluitingsmuur uit deze bouwfase. Op de topografische kaart van 1939 was immers nog geen kapel aangeduid, terwijl dit wel het geval was op de topografische kaart van 1969.

Beschrijving

Beeldbepalend hoevecomplex waarvan de bebouwing relatief aaneengesloten is ingeplant volgens een U-vormige configuratie. Het erf is geopend in de zuidwestelijke hoek en aan de oostzijde. De oostelijke zijde wordt afgesloten met een bakstenen muur onder hardstenen dekstenen, –  vermoedelijk sinds de kadastermutatie van 1942 – onderbroken door een hek tussen vernieuwde pijlers. In de afsluitingsmuur is een pijlerkapel ingewerkt, gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw ter Nood. De kapel, bekroond door een houten zadeldakje (leien) en een betonnen kruis, wordt geopend door een spitsboogvormige nis in een uitspringende omlijsting in simili en baksteen. Inwendig is het kapelletje voorzien van een bakstenen spitsgewelf. Een houten bordje met opschrift “B.V.O. Onze-Lieve-Vrouw-ter-Nood B.V.O.” verwijst naar de patroonheilige.

De losse hoevegebouwen zijn semigesloten ingeplant. Ten noorden van het erf bevindt zich het – vermoedelijk tijdens het interbellum aangepaste – woonhuis, aan weerszijden geflankeerd door stallen uit de vroege 20ste eeuw. De oostgevel van de rechts aangebouwde stal wordt door middel van muurankers gedateerd in ‘1913’ en wordt aan de noordzijde geflankeerd door twee haakse, lage bijgebouwen. Aan de westzijde van het erf bevindt zich een langgestrekte stalvleugel. Een langsschuur, voorzien van lagere aanbouwsels aan beide zijden, sluit het erf ten zuiden af. De hoevegebouwen vertonen een uitzicht uit de eerste helft van de 20ste eeuw, maar bewaren mogelijk in kern oudere restanten. De volumes zijn uitgewerkt in een verankerd parement van roodbruin metselwerk in kruisverband, onder hoofdzakelijk pannen zadeldaken. Het woonhuis is afgedekt met leien; de schuur met golfplaten. De  achtergevel en elementen van het woonhuis getuigen in het metselwerk net als de kapel en de hekpijlers van een recentere aanpassing.

Het woonhuis omvat zeven traveeën en één bouwlaag, onder een aangepast mansardedak (leien) met houten dakkapellen, gevat tussen aandaken. De derde travee van rechts is de deurtravee en wordt gemarkeerd door een mijtervormige gevelverhoging, ingewerkt in het dak. Zowel dit dakvenster als de aandaken worden verlevendigd met decoratieve, uitspringende, verticale bouwelementen. Het baksteenparement contrasteert met de bouwelementen in similisteen en de hardstenen plint. De naar het zuiden georiënteerde voorgevel wordt geopend met rechthoekige vensters, voorzien van hardstenen lekdrempels en onder lateien afgewerkt met simili met schijnvoegen. De rondboogdeur is gevat in een historiserende omlijsting, eveneens uitgewerkt in simili. Het houten schrijnwerk met kleine roedeverdeling is enkel op de dakverdieping bewaard.

De stalvleugel ten westen van het erf, wordt bovenaan afgelijnd met een rechte muizentand en is voorzien van een gecementeerde plint. De erfgevel wordt geopend door kleine rechthoekige vensters en getoogde deuren. De vensters en deuren zijn gevat in een gecementeerde omlijsting, in combinatie met enkele betonnen vensters met kleine roedeverdeling. Ook de stal ten oosten van het woonhuis vertoont gelijkaardig schrijnwerk. De naar het oosten gerichte straatgevel wordt niet enkel gemarkeerd door de jaarankers ‘1913’, maar ook door de getrapte gevelaflijning.

De ten zuiden gelegen tweebeukige langsschuur bestaat uit een hoger opgetrokken volume van twee traveeën onder een golfplaten bedaking, geflankeerd ten oosten en westen door lagere vleugels onder pannen daken. De oostelijke vleugel van twee traveeën wordt afgelijnd langs de zuidzijde met een getrapte lijst in het baksteenmetselwerk. De oostgevel is – net als de stalvleugel ten oosten van de woning – voorzien van een getrapte gevelaflijning. De rechthoekige inrijpoort in de oostgevel bevindt zich onder een ijzeren I-latei.

  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Mutatieschetsen en bijhorende mutatiestaten Merchtem, afdeling III (Brussegem), 1866/3, 1906/9, 1916/5 en 1942/11.
  • Atlas van de Buurtwegen, opgesteld naar aanleiding van de wet op de buurtwegen van 10 april 1841, schaal 1:2.500 (overzichtsplannen schaal 1:10.000).
  • Carte topographique de la partie de la Belgique comprise entre Gand et Tournay, Maestricht et Liège, levée par Villaret, Ingénieur du Roi, 1745-1748, Institut National de l’Information Géographique et Forestière-Saint-Mandé (France), CH 292, schaal 1:14.400.
  • Kaart van België, Militair Geografisch Instituut, uitgegeven in 1949-1970, schaal 1:25.000.
  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.

Bron     : -
Auteurs :  Verhelst, Julie
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Hoeve met losse bestanddelen [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/304016 (Geraadpleegd op 01-06-2020)