Groot Vleeshuis

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Alternatieve naam Vleeshal
Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Ieper
Deelgemeente Ieper
Straat Neermarkt
Locatie Neermarkt 8, 9, Ieper (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Ieper (actualisaties: 01-08-2008 - 31-08-2008).
  • Adrescontrole Ieper (adrescontroles: 08-02-2008 - 11-02-2008).
  • Inventarisatie Ieper (geografische inventarisatie: 01-01-1987 - 31-12-1987).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Groot Vleeshuis

Deze bescherming is geldig sinds 20-02-1939.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Groot Vleeshuis

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beknopte karakterisering

Typologievleeshallen
Stijlneogotiek
Dateringinterbellum
Betrokken personen
Tags Wederopbouw

Beschrijving

"Groot Vleeshuis" of "Vleeshal", naar verluidt vooreerst vermeld als "Macellum" (1216) en "Carnificium" (1301), zijnde het huis van de slager en afhankelijk van de Sint-Maartensabdij; vanaf 1231 echter aan de stad afgestaan.

Oud Vleeshuis ingeplant aan de noordkant van de Boterstraat, blijkbaar minstens tot 1277 in gebruik naast het "nieuwe" of "groot vleeshuis", opgericht in de tweede helft van de 13de eeuw. "Functionele" inplanting aan de zuidwestelijke hoek van de Neermarkt met lange zijde aan de in de loop van de 16de eeuw overwelfde "scipleet"; onderkelderd gebouw, naar recent onderzoek - mogelijk (?) - volkomen vrijstaand (zie afgeschuinde voorgevel; hoeken en muuropeningen in de oostwand), met tweebeukige structuur en één bouwlaag (onder meer ook vergelijking met Gentse vleeshal).

Oorzaak voor bouwcampagne uit het tweede kwart van de 16de eeuw wel eens in verband gebracht met een vermelde, grote schade berokkenende aardbeving in 1504 en met de vrij bouwvallige toestand van een aantal gebouwen omtrent deze tijd. Oorspronkelijke functie op de benedenverdieping bewaard tot de Eerste Wereldoorlog; bovenverdieping niet door de slagers betrokken doch verhuurd aan de Sint-Michielsgilde; vanaf 1858 tot de Eerste Wereldoorlog ingericht als stedelijk museum. Vernield tijdens de Eerste Wereldoorlog en nadien in zijn "oorspronkelijke toestand" hersteld naar ontwerp van architect Jules Coomans, zie bewaarde plans en bestek van 1923. Opnieuw als museum hersteld en als dusdanig gebruikt tot 1974; heden jeugdontmoetingscentrum. Inplanting schuin tegenover de Lakenhal, op het ietwat naar het zuiden en westen hellende hoekpand Neermarkt/Boomgaardstraat; door zijn ligging fungerend als visuele afsluiting van het Vandenpeereboomplein.

Onderkelderd rechthoekig gebouw nu als het ware gevormd door twee diephuizen van drie traveeën met trapgevel (8 treden + topstuk), onder parallelle zadeldaken (leien); westgevel van tien traveeën aan de Boomgaardstraat. Bouwperiodes, - voornamelijk tweede helft van de 13de eeuw en tweede kwart van de 16de eeuw - afleesbaar uit onderscheiden bouwmaterialen en -vormen. Benedenbouw aan de Neermarkt (noord) daterend uit de tweede helft van de 13de eeuw en ook duidelijk verwant met de door Scheldegotiek beïnvloede Lakenhal: zelfde materiaal - Atrechtse zandsteen - voor de verankerde gevelbekleding, en zelfde belijnde, doorlopende registerindeling; op de begane grond, telkens een rechthoekige deur tussen twee dito venstertjes; monoliete lateien op de consoolvormende imposten van de afgeschuinde posten (ook zie Lakenhal). Tweede register naar hetzelfde vereenvoudigd voorbeeld geritmeerd door rechthoekige tweelichten ingeschreven in een spitsboognis met blind maaswerk in de kop. Uitgewerkte, gesmeed ijzeren T-muurankers.

Derde register van telkens twee traveeën en getrapte geveltop in verankerde gele baksteenbouw, doorgaans gedateerd 1529-1533, en aanleunend bij de regionale, laatgotische baksteenarchitectuur. Stenen kruiskozijnen op afzaat en onder tudorbogig timpaan met fijn maaswerk van geprofileerde baksteen; belijnende druiplijsten, geornamenteerde, getrapte geveltoppen boven de doorlopende waterlijst. Uitgewerkte fialen en topstuk van baksteen, overhoeks en getorst - met consoles en bolbekroning. Blinde tweelicht - spitsboognissen als invulling van de overgangspartij ter hoogte van de eerste twee traveeën. Getoogde zolderluiken ingeschreven in rond- en tudorboognissen, verrijkt met blinde tracering; extra gemarkeerde muuropening in de top met deelzuiltje en druiplijst. De verschillende behandeling van beide bakstenen partijen heeft recent geleid tot een veronderstelde derde bouwcampagne.

Bestek van 1923 met uitvoerige beschrijving van de wederopbouwmaterialen: voor het stenen parement samenbrengen van hergebruikte en nieuwe Atrechtse zandsteen en ter aanvulling Euvillesteen en Petit Granit, onder meer voor de keldertrappen. Voor het opgaand metselwerk: vermengen van gele, hergebruikte baksteen afkomstig uit de stapelplaatsen van de infanteriekazerne en van het oude Sint-Pieterskerkhof met nieuwe, lokale baksteen en nieuwe, lichtgele kustbaksteen naar "Brugs formaat"; bijzondere aandacht voor de verschillende, speciaal te profileren bakstenen voor de precieze reconstructie van onder meer fialen en dagkanten. Gedetailleerde, per gevel opgestelde lijst van de hieruit te vervaardigen bouwonderdelen. Zo ook voor de eenvoudige, range zijgevel van verankerde baksteen op afgeschuinde sokkel uit de tweede helft van de 13de eeuw van Atrechtse zandsteen met keldergaten (merkelijk verhoogd peil!). Rechthoekig, getralied benedenvenster met "tussendorpel", per travee opgenomen in een doorlopende getoogde nis met afschuining; stenen kruiskozijnen met afzaat en ontlastingsboogjes in soortgelijke omlijstingen op de bovenverdieping. Oorspronkelijk trappenhuis tegen deze gevel aangebouwd.

Sobere getrapte achtergevels (9 trappen + topstuk); verankerde baksteenbouw op hoge (Atrechtse) plint van de hier toegankelijke kelder- linker deur en trap, als resterende elementen uit de tweede helft van de 13de eeuw. Twee centrale arduinen steektrappen voor deuren van de begane grond (terreinhelling!). Getoogde muuropeningen en stenen kozijnen zie zijgevel. Drie diep geprofileerde gebogen luiken op afzaat in de top. Uit de verschillende materialen, travee-indeling, vormen en afwerking worden ook hier meerdere bouwcampagnes afgeleid.

Interieur: tweebeukige ruimte van zes traveeën. Zuidelijke travee van oostbeuk heden ingenomen door trappenhuis met opgehangen houten bordestrap met neogotische versiering en afwerking. Naoorlogse betonnen vloerplaat tussen kelder- en bovenbouw, ter vervanging van de oorspronkelijke gedrukte tongewelven. Begane grond: zeven zuilen van Atrechtse zandsteen - waarvan drie deels ingewerkt in de scheidsmuur met achtzijdige sokkel en dito kapiteel; aansluitende houten schoorstukken op consoles schragen de centrale onderslagbalk; voorts houten overzoldering op moer- en kinderbalken, eerst genoemde verrijkt met balksloffen en opgevangen op natuurstenen consoles; gelijkaardige overzoldering van de bovenverdieping doch met van- inmiddels gedichte - bogen voorziene scheids- en steunmuur. Het bestek vermeldt rood Noors grenen en eikenhout voor timmerwerk en gebint.

In tegenstelling met de precieze reconstructie van de gevels- met enige afwijkingen wet de afwerking betreft - werd voor het interieur een meer "uniformerende" wederopbouw doorgevoerd. De verschillende, "levendige" doch wellicht vrij stuntelige aanpassingen doorgevoerd in de loop der tijden konden uiteraard niet worden hersteld; uit het oogpunt van de archeologische reconstructie lijkt het meest problematische het afschaffen van de door Gailhabaud in 1858 opgetekende steunwissel van de begane grond: de afwisseling van standvink-systeem en gewone zuilen zal wellicht een ruimer ritme in deze ruimte hebben ingebracht en samen met andere "gegroeide" elementen en de kleurrijke, oorspronkelijke functie hebben bijgedragen tot de ervaring van een niet te herstellen sfeer.

  • Stedelijk Archief Ieper, 865.5.
  • CONSTANDT H., Ieper in het monumentenjaar, in Iepers Kwartier, XI, 1975, p. 25-26.
  • MUS O., VANDENBUSSCHE P., CONSTANDT H., De Ieperse markt een historisch fenomeen, Drie bijdragen bij tentoonstelling te Ieper van 18.1.1985 tot 1.2.1985, 1985, s.l., p. 60-67.

Bron: Delepiere A.-M., Huys M. & Lion M. 1987: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie West-Vlaanderen, Arrondissement Ieper, Kanton Ieper, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 11N1, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Delepiere, Anne Marie; Huys, Martine & Lion, Mimi

Datum tekst: 1987

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Neermarkt

Neermarkt (Ieper)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.