erfgoedobject

Gekoppelde burgerhuizen in beaux-artsstijl

bouwkundig element
ID: 304129   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/304129

Juridische gevolgen

Beschrijving

Geheel van twee gekoppelde burgerhuizen in beaux-artsstijl naar een ontwerp door de architecten Fernand de Montigny en Louis Somers uit 1928. Opdrachtgever van het rechter pand (nummer 138) was juffrouw Aug. Nieuwland, van het linker pand (nummer 140) de heer G. de Montigny, allicht een naaste verwant van één van de architecten.

Het ensemble is representatief voor het rijpe oeuvre van Fernand de Montigny en Louis Somers, die zich tijdens het interbellum vooral toelegden op residentiële architectuur voor de betere kringen. Associés van omstreeks 1910 tot 1940, tekenden zij in 1920 voor het stadion voor de Olympische Spelen op het Kiel. De statige beaux-artsstijl die de architecten zich al vóór de Eerste Wereldoorlog toe-eigenden, werd tijdens de jaren 1920 doorgetrokken in het merendeel van de burger-, herenhuizen of villa’s die zij ontwierpen. Op hetzelfde moment waren de Montigny en Somers actief in de wederopbouw van Oostkerke (Diksmuide), met neotraditionele ontwerpen. Uit 1929 dateert het standingvolle appartementsgebouw "Résidence La Pépinière" aan de Koningin Elisabethlei. Tot hun laatste realisaties behoort de Sint-Theresiakerk met karmelietenklooster aan de Grotesteenweg te Berchem uit 1938-1939.

Met een gevelbreedte van elk drie traveeën omvatten de rijwoningen drie bouwlagen onder een leien pseudo-mansarde met houten dakkapellen. De lijstgevel heeft een parement uit witte natuursteen, met minimaal gebruik van rood baksteenmetselwerk voor de hoekpenanten. Gekoppeld volgens spiegelbeeldschema, geleed door de puilijst en axiaal van opzet, volgen de opstanden een identiek ontwerp, geïnspireerd op de régencestijl uit het midden van de 18de eeuw. Boven de gedrukte, sokkelvormende pui met plint, wordt de bel-etage gemarkeerd door de gevelbrede bow-window. Hierbij sluiten de smeedijzeren balkonborstwering en het drielicht van de tweede verdieping aan. Bow-window en drielicht worden discreet geaccentueerd in de middenas, respectievelijk door een cartouche- en voluutsleutel. Verder beantwoordt de opstand aan een regelmatig ordonnantieschema, opgebouwd uit registers van getoogde, rond- of korfboogopeningen. Een klassiek hoofdgestel met houten kroonlijst vormt de gevelbeëindiging, waarboven getoogde dakkapellen met neuten, oren en waterlijst. Het houten schrijnwerk en smeedijzeren traliewerk van de inkomdeur en vensters met kleine roeden is bewaard, evenals de parapetten van nummer 140. De balkonborstwering van nummer 138 is verdwenen.

De quasi identieke, gespiegelde plattegrond van beide burgerhuizen, beantwoordt aan de typologie van de bel-etagewoning, die nagenoeg over de volledige breedte wordt opgedeeld door de centraal ingeplante traphal met bovenlicht. Volgens de bouwplannen biedt de lage begane grond behalve aan de vestibule met vestiaire, de keuken met 'monte plats' en een achterkamer, in nummer 138 ruimte aan een 'bureau-parloir' en in nummer 140 aan een 'hall' en office. Op de bel-etage neemt het salon telkens de straatzijde in, en de eetkamer met office en terras de tuinzijde. De tweede verdieping omvat twee slaapkamers aan straatzijde, een badkamer ter hoogte van de traphal, en de grote slaapkamer aan tuinzijde, in nummer 138 met 'cabinet de toilette' en in nummer 140 met balkon. Het dakniveau herbergt de meidenkamer, de gastenkamer en een zolder.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1928#30604 (nummer 138) en 1928#30631 (nummer 140).

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Gekoppelde burgerhuizen in beaux-artsstijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/304129 (Geraadpleegd op 23-08-2019)