erfgoedobject

Ensemble van vier burgerhuizen

bouwkundig element
ID: 304159   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/304159

Juridische gevolgen

Beschrijving

Ensemble van vier burgerhuizen in neoclassicistische stijl, kort na elkaar gebouwd in opdracht van Bernard De Pooter, naar ontwerpen door de architect Florent Verbraeken uit 1900. Als eerste kwam een symmetrisch geheel van drie woningen (nummers 20-24) tot stand; van het tweede geheel dat uit twee gespiegelde woningen en een winkelhuis bestond (nummers 14-18), is slechts één pand gaaf bewaard.

Bernard De Pooter ontwikkelde tijdens het laatste kwart van de 19de eeuw en de vroege jaren 1900 belangrijke vastgoedactiviteiten in de nieuwe verkavelde wijken van Antwerpen, met name in de Ballaarstraat en aanpalende straten waar hij zelf gevestigd was. Of het hier een aannemer betreft die deze bouwprojecten voor eigen rekening uitvoerde, dan wel een investeerder in vastgoed, valt niet op te maken uit de bouwdossiers. In 1899-1900 deed hij nog beroep op Verbraeken voor gelijkaardige projecten in de Van Ertbornstraat, de Belegstraat en de Anselmostraat.

Florent Verbraeken, die als architect actief was vanaf begin jaren 1890, zette in 1912 een punt achter zijn korte maar bloeiende architectenpraktijk. Alleen al in Antwerpen realiseerde hij een kleine 200 burgerhuizen, met de grootste concentratie in de wijk Zuid. Daarnaast was Verbraeken, sinds 1899 de huisarchitect van de verzekeringsmaatschappij Antverpia, verantwoordelijk voor de uitbouw van de residentiële enclave Sint-Mariaburg op het grondgebied van Ekeren en Brasschaat. Waar zijn doorsnee architectuur zich conformeerde aan het conventionele neoclassicisme, paste de architect voor belangrijke gebouwen naar typologie de geldende neostijlen toe. Na 1900 waagde hij zich occasioneel aan de art nouveau, of het neorococo, omstreeks 1910 een populaire bouwstijl voor voorname burgerhuizen. Na de bouwprojecten voor Bernard De Pooter, bouwde hij in 1905 voor eigen rekening een geheel van winkel- en burgerhuizen op de hoek van Jozef De Bomstraat en Sanderusstraat.

Met een gevelbreedte van drie traveeën en een volume van drie bouwlagen onder zadeldak, behoren de burgerhuizen alle tot hetzelfde type. De nummers 20-24 vormen een symmetrisch geheel van drie volgens spiegelbeeldschema gekoppelde rijwoningen, met een lichte klemtoon op het hoger opgetrokken middenpand. Nummer 18 en het gesloopte nummer 16 vormden een geheel van twee identieke, gespiegelde woningen, geflankeerd door het verbouwde nummer 14, een winkelpand met gevelbreed ijzeren balkon. De bepleisterde en beschilderde lijstgevels, met een geblokte of door schijnvoegen belijnde begane grond, rusten op een bewerkte plint uit blauwe hardsteen. Horizontaal geleed door waterlijsten en kordonvormende lekdrempels, legt de gevelcompositie telkens de klemtoon op de middenas. Deze wordt gemarkeerd door een balkon met consoles en smeedijzeren borstwering. Verder volgt de opstand een regelmatig ordonnantieschema, opgebouwd uit registers van rechthoekige deur- en vensteropeningen. Een klassiek hoofdgestel met houten kroonlijst op klossen en tandlijst vormt de gevelbeëindiging.

Van de nummers 20-24 onderscheidt het middenpand zich door een bovenbouw met pilasterordonnantie, cartouches in een rankwerkdecor op de borstweringen en in de fries, en wortelmotieven in de topgeleding. De zijpanden worden gekenmerkt door geblokte pilasters of lisenen, balustraden op de eerste verdieping, en uitgelengde consoles onder de kroonlijst. Bewaarde houten inkomdeuren en delen van het vensterschrijnwerk op nummers 20 en 24, smeedijzeren inkomdeur in art-decostijl uit het interbellum en metalen jaloeziekapjes op nummer 22; smeedijzeren keldertralies en gietijzeren voetschraper.

Iets bescheidener van opzet, onderscheidt het nummer 18 zich door een geblokt middenrisaliet met meanderfriezen, geriemde vensteromijstingen en onderdorpels op de bovenverdiepingen. Smeedijzeren inkomdeur in beaux-artsstijl uit het interbellum, deels bewaard houten vensterschrijnwerk, metalen jaloeziekapjes, smeedijzeren keldertralies en gietijzeren voetschraper.

De rijwoningen beantwoorden aan het klassieke type van het burgerhuis, dat uit een hoofdvolume en een smalle achterbouw in entresol bestaat, ontsloten door de zijdelings ingeplante inkom- en traphal.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1900#1021 (nummers 20-24) en 1900#1483 (nummer 18).

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2017


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Ensemble van vier burgerhuizen [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/304159 (Geraadpleegd op 26-09-2020)