erfgoedobject

Herenhuis verbouwd tot appartementsgebouw

bouwkundig element
ID: 304169   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/304169

Juridische gevolgen

Beschrijving

Herenhuis in beaux-artsstijl gebouwd naar een ontwerp door de architect Ernest Stordiau uit 1913. Opdrachtgever was Max (Maximilien Augustin Jean Hubert) Elsen (Merksem, 1877-Antwerpen, 1952), in 1902 gehuwd met Anne Marie Alix Maus (Antwerpen, 1879-Antwerpen, 1925). Het echtpaar had twee dochters en drie zonen geboren tussen 1903 en 1913. Max Elsen, 'agent maritime' van beroep en rechter aan de Handelsrechtbank, staat bekend als allereerste voorzitter (1900-1901) van de sportvereniging Beerschot Athletic Club, en als voorzitter van de Cercle "La Metropole". Het hotel werd later uitgebreid en opgesplitst tot zeven appartementen en een conciërgewoning, naar een ontwerp door de architect Marc Segers uit 1945-1946. Bouwheer van deze operatie was toenmalig eigenaar ingenieur Jules Martin Jacobs (Dilsen-Stokkem, 1887-Brussel, 1967), echtgenoot van Maria Antoinette Jacques Cornet (Tongeren, 1894-Brussel, 1976).

Ernest Stordiau, die vooral naam maakte in de wijk Zurenborg, onderscheidde zich als beginnend architect vanaf midden jaren 1880 met woningen in een geheel eigen neo-Florentijnserenaissance-stijl, om rond de eeuwwisseling een vernieuwende rol te spelen binnen de Antwerpse art nouveau. Het hotel Max Elsen behoort tot het behoudende late werk van de architect, die zich in het decennium vóór de Eerste Wereldoorlog vooral liet inspireren door de Franse Lodewijk XIV-stijl en het classicisme, volgens L'Emulation: "Très distingué, personnel, sobre de détails." Sober van architectuur, is het hotel Max Elsen verwant met het hotel Charles van de Werve de Schilde uit 1911 in de Korte Leemstraat, en het eveneens in 1913 ontworpen hotel Emmanuel de Meester in de Montebellostraat. Ook een late realisatie van de architect, het hotel Van Cutsem uit 1926 in de Lamorinièrestraat, vertoont dezelfde stijlkenmerken.

Met een gevelbreedte van oorspronkelijk vier ongelijke traveeën, omvatte de rijwoning een souterrain en drie bouwlagen onder een pseudo-mansarde. Bij de verbouwing van het hotel in 1946 werden met respect voor de bestaande gevelopstand, de rechter travee toegevoegd en de pseudo-mansarde omgevormd tot een volwaardige verdieping. Verdere wijzigingen betroffen de aanpassing tot venster van het oorspronkelijke inkomportaal, dat werd vervangen door de vroegere garagepoort, en de verplaatsing van het hoofdgestel. In de toegevoegde travee kwam een nieuwe garagepoort. De sobere lijstgevel heeft een parement uit rood baksteenmetselwerk in kruisverband, met gebruik van witte natuursteen voor de sokkel, waterlijsten, deur- en vensteromlijstingen, lekdrempels, onderdorpels en de erker, op een plint uit blauwe hardsteen. Geleed door de puilijst, beantwoordt de opstand aan een regelmatig ordonnantieschema, de twee rechter traveeën breder dan de drie linker traveeën. Dit laatste is opgebouwd uit registers van getoogde en rechthoekige muuropeningen in vlakke omlijsting, de vensters van de eerste verdieping en het huidige inkomportaal (oorspronkelijke garagepoort) met cartouchesleutel. Een rechthoekige erker met consoles legt uit de middenas de klemtoon op de eerste verdieping. Een klassiek hoofdgestel met een houten kroonlijst vormt de gevelbeëindiging. De smeedijzeren inkomdeur en houten garageport dateren uit 1946, het houten vensterschrijnwerk en de smeedijzeren souterraintralies stammen wellicht nog ten dele uit de bouwperiode.

Oorspronkelijk beantwoordde de plattegrond aan de typologie van de herenwoning voor de vermogende burgerij, gekenmerkt door een scheiding van ontvangstruimten, privé-vertrekken en dienstlokalen. Bereikbaar via de vestibule met trappenbordes, was het hotel georganiseerd rond de centraal ingeplante, monumentale traphal, ontdubbeld door de diensttrap. Het salon en de garage namen op de begane grond de straatzijde in, de eetkamer en (ontbijt)kamer de tuinzijde; het souterrain herbergde de keuken en dienstlokalen.

Voor de opsplitsing tot appartementen werden traphal en diensttrap uitgebroken en vervangen door een compacte traphal met lift ter hoogte van de nieuwe vestibule (vroegere garage). Volgens de bouwplannen omvatten de bovenverdiepingen telkens twee appartementen van verschillende oppervlakte en indeling, die uit een suite van salon en eetkamer, een keuken, twee slaapkamers en een badkamer bestaan, de flat rechts met extra meidenkamer. De begane grond telt één ruime flat met extra kantoor en duplexniveau, en een conciërgewoning die de entresol boven inkomhal en garage inneemt.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1913#3990 en 18#20018.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2017


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Herenhuis verbouwd tot appartementsgebouw [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/304169 (Geraadpleegd op 04-07-2020)