Celtic field complex Kolisbos

inventaris archeologisch erfgoed \ archeologische zone

Locatie

Provincie Limburg
Gemeente Neerpelt
Deelgemeente Neerpelt
Straat
Locatie Neerpelt (Neerpelt)

Administratieve gegevens

Juridische gevolgen

is beschermd als archeologische site Celtic field complex Kolisbos

Deze bescherming is geldig sinds 07-07-2017.

Beschrijving

Algemene situering

Het Kolisbos ligt op 2,5 km ten zuiden van het centrum van Sint-Huibrechts-Lille (gemeente Neerpelt), vlak bij de gemeentegrenzen van Kaulille (gemeente Bocholt-Kaulille) en Kleine Brogel (gemeente Peer). Het Celtic Field complex strekt zich uit doorheen nagenoeg het gehele bosgebied. Vanuit een geomorfologisch oogpunt ligt het complex dicht tegen de noordrand van het Kempens Plateau. De absolute hoogte in het gebied schommelt tussen ca. 44m en 48m TAW.

Archeologische nota

Sporen van zogenaamde ‘Celtic Fields’, een akkersysteem dat gebruikt werd van de late bronstijd/vroege ijzertijd tot in de Romeinse periode, werden rond het Kolisbos opgemerkt aan de hand van luchtfoto’s in de jaren 1980 (Vandekerchove 1987; 1996). Het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen reveleert dat een goed bewaard gedeelte van dit Celtic Field complex zich eveneens in het Kolisbos bevindt (Creemers et al. 2011; Meylemans et al. 2015; Paesen 2009; Vanmontfort et al. 2015). Op dit hoogtemodel zijn de wallen van het complex goed te onderscheiden. Ze vormen akkertjes van circa 40 op 40 m, met omringende wallen die tot circa 30 à 40 cm hoger liggen dan het omliggende maaiveld. Door deze geringe hoogteverschillen, hun breedte (tot 10 m) en de aanwezige ondergroei in het Kolisbos, zijn ze op het terrein zelf niet of nauwelijks waar te nemen. Deze resten van akkers zijn verspreid doorheen nagenoeg heel het Kolisbos aanwezig in verschillende clusters.

Archeologisch onderzoek door de Heemkundige Kring Sint-Huibrechts-Lille (van 1984 tot 2007; voor een overzicht cf. Vanmontfort et al. 2015) toonde in het westen van het Kolisbos de aanwezigheid aan van archeologische sporen uit verschillende perioden: mesolithicum, neolithicum, bronstijd, ijzertijd en de Romeinse periode. In deze laatste periode bevond er zich een nederzetting, die aan de hand van de relatief rijke vondsten, het belang en karakter van een lokale rurale bewoning overstijgt.

In 2014-2015 werd een terreinevaluatie uitgevoerd, door middel van proefputten en –sleuven (Vanmontfort et al. 2015). Op de plaats van de walstructuren werd hierbij aardewerk uit de ijzertijd aangetroffen, en graankorrels die door radiokoolstofdateringen eveneens in deze periode kunnen gesitueerd worden.

Het geheel van deze vondsten en relicten wijst op de aanwezigheid van een intensief en langdurig ontgonnen landschap, van de midden- bronstijd tot Romeinse periode, waarvan de Celtic Field akkers een belangrijke structurerende component waren. Verspreid tussen dit akkercomplex kan de aanwezigheid van vondsten en structuren van andere activiteitenzones verwacht worden, zoals woonplaatsen (van zogenaamde ‘zwervende erven’), begraafplaatsen (één grafheuvel werd reeds opgegraven in 1989, gelegen aan de rand van een zone met Celtic Fields: Claessen 1989), of van rituele en artisanale aard.

Door het stabiele historische en niet intensieve grondgebruik na de Romeinse periode, bestaande uit bos, heide en opnieuw (dennen)bos, bleef de topografie van het Celtic Field complex relatief goed bewaard. Het resultaat is een gefossiliseerd en uitgestrekt (circa 200 ha) prehistorisch cultuurlandschap, dat getuigt van een langdurige ontginning. In combinatie met andere gekende vondsten rondom het Kolisbos, zoals de nabijgelegen begraafplaats van De Roosen, is het Kolisbos dan ook een belangrijke schakel voor de studie van de evolutie van de prehistorische samenlevingen en de diachrone ontwikkeling van dergelijke Celtic Field complexen. Het grote archeologische belang van het Kolisbos is voornamelijk te wijten aan de uitgestrektheid van het bewaarde complex, dat zelfs op het niveau van Noordwest Europa als vrij uitzonderlijk mag worden beschouwd.

Evaluatie van de bewaringstoestand en motivatie voor de afbakening

Evaluatie van de bewaringstoestand

De beschikbare archeologische en historische bronnen lijken er op te wijzen dat de zone van het Kolisbos na de Romeinse periode geen intensieve ontginning/ bewoning meer heeft gekend. De historische kaarten van vóór het midden van de 19de eeuw tonen een heidelandschap. Vanaf ca. 1850 wordt het gebied gradueel omgezet naar (dennen)bos. Dit historisch stabiel landgebruik zonder ingrijpende werkzaamheden of akkerbouw heeft gezorgd voor een relatief goede bewaring van het microreliëf en aldus voor de bewaring van de structuur van het Celtic Field complex.

Het belangrijkste aspect aangaande de bewaringstoestand van het archeologische sitecomplex zit dan ook vervat in de gaafheid en uitgestrektheid van dit landschap, dat een aaneengesloten en (bijna) niet versnipperd prehistorisch cultuurlandschap herbergt van ca. 200 ha. Door het historisch stabiele en niet intensieve landgebruik na de Romeinse periode is dit cultuurlandschap in een grotendeels gefossiliseerde vorm bewaard gebleven. Het op het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen nog duidelijk zichtbare Celtic Field patroon is de duidelijkste getuige van deze goede bewaring. Dit patroon is een belangrijk raamwerk waarin we de andere archeologische structuren en vondsten in kunnen plaatsen en duiden. De enige vormen van versnippering van dit landschap vormen de aanwezige huidige akkers aan de rand van en in het Kolisbos, en de zandontginning in het noordwesten van het Kolisbos.

Door een eenmalige verploeging bij het omzetten van heide naar bos, en de vorming van een dikke gebioturbeerde toplaag in de bodem (een zgn. Ah horizont), is er nog weinig van het profiel van de walstructuren bewaard, en moet de bewaring van deze walstructuren dan ook als ‘matig’ worden gekarakteriseerd. Sporen van geassocieerde structuren (paalkuilen, afvalkuilen, waterputten…), die wellicht verspreid doorheen het Celtic Field complex aanwezig zijn, zullen door de algemeen gunstige bodemkundige toestand van het gebied wel relatief gaaf bewaard zijn.

Motivatie voor afbakening

De site is afgebakend aan de hand van enerzijds de gekende archeologische gegevens, anderzijds het huidige landgebruik als bos. Een uitzondering op dit laatste zijn de enkele percelen gelegen in akkerland binnen het bosareaal, en enkele kadastrale percelen gelegen in akkerland net buiten het bos. Op deze akker zijn immers nog vaag de Celtic Fields zichtbaar op het DHM Vlaanderen 2. De geëxploiteerde zone van de zandgroeve is niet mee opgenomen, omdat hier het archeologisch bodemarchief geheel werd opgeruimd.

De belangrijkste archeologische criteria die gebruikt zijn bij de afbakening is de aanwezigheid van enerzijds de Celtic Field structuren, anderzijds de Romeinse site. Op basis van de aanwezige clusters van Celtic Fields wordt de zone in het noorden afgebakend door het straatje ‘Rooie Pier’ en de perceelsgrenzen ten westen in het verlengde hiervan. In het oosten is de site afgebakend op de oostelijke perceelsgrenzen van de percelen op de rand van de depressie van de ‘Dorperloop’. De begrenzing in het westen is gebaseerd op de huidige kennis omtrent de ligging van de Romeinse nederzetting. De overige grenzen zijn gebaseerd op de aanwezigheid van bos, met uitzondering van de reeds vermelde akker.

  • CLAASEN A 1989: Opgravingen Grafheuvel op Kolisbos, Het Liller Heem 7-1, 38-40.
  • CREEMERS G., MEYLEMANS E., PAESEN J., DE BIE M. 2011. Laseraltimetrie en de kartering van Celtic fields in de Belgische Kempen: mogelijkheden en toekomstperspectieven, Relicta 7, 11-36.
  • MEYLEMANS E., CREEMERS G., DE BIE M. PAESEN J. 2015: Revealing extensive protohistoric field systems through high resolution Lidar data in the northern part of Belgium, Archäologisches Korrespondenzblatt 45, 2, 197-213.
  • PAESEN J. 2009: Gebruik van het digitaal hoogtemodel in de archeologie: onderzoek naar "Celtic Fields" in de Limburgse Kempen, Onuitgegeven masterproef VUBrussel.
  • VANDEKERCHOVE V. 1987: “Celtic Fields” in de Belgische Kempen. Een onderzoek van kaartbladen 8, 9, 17 en 18, onuitgegeven licentiaatsverhandeling KU Leuven.
  • VANDEKERCHOVE V. 1996: Celtic Field research in the Belgian Campine. In: LODEWIJCKX M. (red.), Archeological and historical aspects of West-European society. Album amicorum André Van Doorselaer, Leuven, 67-76.
  • VANMONTFORT B., LANGOHR R., MARINOVA E., NICOSIA C., VAN IMPE L. 2015: Een archeologische evaluatie en waardering van Celtic Fields in het Kolisbos (Neerpelt, prov. Limburg), EPA-rapport 50, Leuven.

Bron: Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier 4.001/72025/111.1, Celtic Field complex van het Kolisbos.

Auteurs: Meylemans, Erwin

Datum tekst: 2016

Relaties

maakt deel uit van Neerpelt

Neerpelt (Limburg)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.