Middenneolithische site De Hel

inventaris archeologisch erfgoed \ archeologische zone

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Spiere-Helkijn
Deelgemeente Spiere
Straat Helstraat, Oudenaardseweg, Sluisweg
Locatie Helstraat, Oudenaardseweg, Sluisweg (Spiere-Helkijn)

Administratieve gegevens

Links

Juridische gevolgen

is beschermd als archeologische site Middenneolithische site De Hel

Deze bescherming is geldig sinds 28-06-2017.

Beschrijving

Algemene situering

De middenneolithische site De Hel is gelegen op een zandleemrug in het zuidoosten van Spiere, deelgemeente van Spiere-Helkijn. Deze rug flankeert in het oosten de alluviale vlakte van de Schelde en wordt in het westen en zuiden begrensd door de Grote en de Zwarte Spierebeken. Deze rug werd in de Michelsbergcultuur door de mens gebruikt om een aardwerk op te richten, maar de vindplaats is aanzienlijk groter. Men mag aannemen dat zelfs het dorp Spiere, gelegen op de zuidelijke punt van de rug, in de vindplaats ligt.

Archeologische nota

De middenneolithische vindplaats werd in 1977 ontdekt. Tussen 1977 en 1988 zamelden J. Vanmoerkerke, G. Blancquaert en Ph. Despriet er door middel van veldkartering ruim 11.200 stukken lithisch materiaal in, die wijzen op een groot scala aan activiteiten in het middenneolithicum. De vondsten waren verspreid over nagenoeg de hele zandleemrug, over een oppervlakte van ongeveer 23 ha. Systematische veldkartering van de noordelijke periferie door RAAP in opdracht van het agentschap Onroerend Erfgoed leverde bijna 1.200 extra vuurstenen artefacten op, waaronder enkele honderden werktuigen, zoals fragmenten van gepolijste bijlen, schrabbers en middenneolithische pijlspitsen. De vondspreiding hiervan toont dat de site zich nog verder naar het noorden uitstrekt en ongeveer 33 ha bedraagt. De noordgrens van de vindplaats valt samen met een lichte reliëfovergang in het landschap.

Bij archeologisch onderzoek door de KU Leuven in de jaren 1990 werd een Michelsberg aardwerk aangetroffen en gedeeltelijk opgegraven. Daarbij ging de aandacht uit naar het wal-grachtsysteem. Een eerste palissade werd vastgesteld over bijna 100 m lengte. De palen waren vrij gelijkaardig in omvang, en waren in een funderingssleuf geplaatst. Op enkele meters van de palissade lag een brede, diepe gracht, die ook over een lengte van bijna 100 m werd opgetekend. Er werden vijf doorgangen in de gracht vastgesteld, met een gemiddelde tussenafstand van 20 m. De vullingslagen van de gracht geven aan dat net ten zuiden ervan een aarden wal heeft gelegen van ongeveer 4 m breed. Centraal hierin was een palissade in een funderingsgreppel geplaatst. Ter hoogte van de vier doorgangen door de gracht was ook deze palissade onderbroken. Bij recent geofysisch onderzoek door ORBit/UGent en RAAP in opdracht van het agentschap Onroerend Erfgoed werd een groot lineair spoor in het verlengde van de bekende gracht aangetroffen, dat erop wijst dat de gracht zich nog verder naar het zuidoosten uitstrekt. De opgravingen leverden veel archeologisch vondstmateriaal op, bestaande uit aardewerk, lithisch materiaal en faunaresten. Uitgebreide studies hiervan hebben geleid tot verschillende licentiaatsverhandelingen, een doctoraatsverhandeling en verschillende wetenschappelijke publicaties. Hierdoor is dit aardwerk het best onderzochte van zijn soort in Vlaanderen.

Bij geofysisch onderzoek in de noordelijke periferie van de site door ORBit/UGent en RAAP in opdracht van het agentschap Onroerend Erfgoed werden verschillende grote anomalieën aangetroffen. Uit controlerend booronderzoek bleek dat het gaat om grote, diepe kuilen, waarvan enkele met verbrande grond. Eén daarvan is middels een kleine proefput onderzocht en dateert in het neolithicum. Dit toont aan dat de vindplaats ook tot in de periferie, dus ver buiten het gekende aardwerk, niet enkel mobiele vondsten maar ook neolithische sporen bevat.

Ook vondsten uit andere perioden werden aangetroffen op de vindplaats. In 1980 werd een grote hoeveelheid Romeinse dakpannen op een oppervlakte van 1.500 m² ontdekt net ten oosten van de Oudenaardseweg, bij de kern van de middenneolithische site. In 1985 werd hier door de Archeologische Stichting voor Zuid-West-Vlaanderen, in samenwerking met de Nationale Dienst voor Opgravingen, een oppervlakte van 37,2 x 15,5 m (576 m²) opgegraven, wat resten uit de ijzertijd, Romeinse tijd, middeleeuwen en nieuwe tijd opleverde. De ijzertijdsite bestond onder meer uit een spitsgracht, wat wijst op het speciale karakter ervan. Mogelijk was het een voorpost van de hoogtenederzetting van Kooigem-Bos met bijbehorende cultusplaats. De ijzertijdsite heeft vermoedelijk een grote rol gehad in de overslag en verhandeling van goederen van en naar het binnenland. De Romeinse sporen maken deel uit van een bedrijfscomplex, waaronder twee ovens van pottenbakkers of smederijen.

Evaluatie van de bewaringstoestand en motivatie voor de afbakening

Evaluatie van de bewaringstoestand

De archeologische sporen bevinden zich vaak dicht onder het huidige oppervlak. Graafwerkzaamheden in het kader van bouwwerkzaamheden hebben dan ook delen van de middenneolithische site vernield. De bebouwing is het dichtst in de historische dorpskern ten zuidzuidwesten van de voorgestelde beschermingsperimeter. De kavels zijn hier relatief klein maar grotendeels bebouwd. Naar het noord-noordwesten toe zijn de kavels groter en minder dicht bebouwd, maar enkel tussen de Hellestraat en de Oudenaardseweg, en ten zuiden van de Oudenaardseweg, is er nog voldoende open ruimte in de percelen om van een goede bewaringstoestand te kunnen spreken. De bebouwing is het meest open bij het nieuwe gemeenschapscentrum. Daar staan weliswaar enkele grote gebouwen, zoals het gemeentehuis en scholen, maar er zijn ook grote onbebouwde terreinen zoals de sportvelden.

Uit booronderzoek door RAAP in opdracht van het agentschap Onroerend Erfgoed bleek op en tegen de flanken van de rug gevoelige erosie en sedimentatie te hebben plaatsgevonden. Hier zijn flinke delen van het bodemprofiel geërodeerd en werd colluvium aan de voet van de rug afgezet. Daardoor zijn eventuele archeologische sporen op de flanken onthoofd of geheel verdwenen, terwijl sporen onder aan de rug zijn afgedekt.

Uit de bodemopbouw op de kamlijn van de rug kan men daarentegen afleiden dat er weinig erosie heeft plaatsgevonden, met een goede bewaringstoestand tot gevolg. De top van de natuurlijke bodem is veelal aanwezig, en ook de ruimtelijke spreiding van oppervlaktevondsten, met een hoge dichtheid op de kamlijn van de rug en een afname naar de flanken, wijst op weinig erosie.

Bodemprocessen hebben ongetwijfeld een grote rol gespeeld in de zichtbaarheid van de sporen. Een deel van de sporen in de noordelijke periferie van de site bleek niet direct onder de bouwvoor herkenbaar, maar tekende zich pas 10-20 cm dieper in de bodem af, onder een grijsbruin niveau dat onder invloed van bodemvorming is ontstaan. Dit is ook op andere Michelsberg aardwerken geconstateerd, zoals te Assent Hermansheuvel. Ondiepe sporen kunnen hierdoor minder goed zichtbaar zijn.

Lithische artefacten en aardewerk zijn goed bewaard. Organische resten zijn naar verwachting alleen geconserveerd in verkoolde toestand of onder de grondwaterspiegel.

Motivatie voor de afbakening

De site is afgebakend aan de hand van de gekende archeologische gegevens. De belangrijkste archeologische criteria die gebruikt zijn bij de afbakening is de aanwezigheid van de gracht-walstructuur van het aardwerk, de vondspreiding van de vele oppervlaktevondsten en de bewaringstoestand van de bodem. De vondspreiding toont dat de middenneolithische vindplaats sterk gelieerd is met de topografie van de zandleemrug. Geofysisch onderzoek toonde aan dat buiten het aardwerk, tot in de periferie van de zone met oppervlaktevondsten, niet enkel mobiele vondsten maar ook middenneolithische sporen bewaard zijn.

De bewaringstoestand is het beste op de landbouwpercelen. Ook in een groot deel van de bebouwde zones ten zuidzuidwesten daarvan is nog voldoende open ruimte in de percelen voor een goede bewaringstoestand. Deze worden daarom opgenomen in de beschermingsperimeter.

De historische dorpskern van Spiere maakt waarschijnlijk ook deel uit van de middenneolithische site, maar wordt omwille van de relatief slechte bewaringstoestand (kleine en grotendeels bebouwde percelen) niet in de beschermingsperimeter opgenomen. Ook de relatief dens bebouwde zone ten noorden van de historische dorpskern, ten westen van de Hellestraat, wordt om deze reden niet in de beschermingsperimeter opgenomen.

In de valleien van de Schelde en de Grote en Zwarte Spierebeken kunnen organische resten goed bewaard zijn, wat belangrijke paleoecologische en archeologische gegevens kan opleveren. Concrete vondstlocaties hiervan zijn momenteel echter slechts beperkt gekend en gelokaliseerd, waardoor de (deels vergraven) valleien niet in de beschermingsperimeter worden opgenomen.

  • CASSEYAS C. 1996: Michelsberg en profil… Tilleul en péril. Examen palynologique de quelques échantillons d’un profil dans la vallée de l’Escaut à Spiere, de “Hel” (Espierres, l’ “Enfer”), Notae Praehistoricae 19, 155-159.
  • CASSEYAS C. & VERMEERSCH P.M. 1994: Een versterking uit de Michelsbergcultuur (MK) te Spiere «de Hel» (West-Vlaanderen), Notae Praehistoricae 13, 127-133.
  • CASSEYAS C. & VERMEERSCH P.M. 1994: Een versterking uit de Michelsbergcultuur (MK) te Spiere «de Hel» (West-Vlaanderen), Notae Praehistoricae 14, 187-193.
  • DELARUELLE S. 2001: De vroege en late La Tene-bewoning van Spiere/”de Hel” (W.-Vl.), Lunula 9, 77-79.
  • DELARUELLE S. 2001: De IJzertijdbewoning van Spiere-de Hel. Archeologische en Historische Monografiën van Zuid-West-Vlaanderen deel 47, Kortrijk.
  • DESPRIET P. 1987: Artisanale Gallo-Romeinse bedrijfsresten te Spiere, De Gaverstreke z.n., 81-100.
  • VANDERHOYDONCK I. 1999: Microscopische gebruikssporenanalyse van een select deel van de lithische artefacten van de Michelsbergcultuursite Spiere (West-Vlaanderen). Ongepubliceerde licenciaatsverhandeling KU Leuven, KU Leuven, Leuven.
  • VAN DIJK X.C.C. 2011: Studieopdracht naar een archeologische evaluatie en waardering van de middenneolithische site Assent Hermansheuvel (Bekkevoort, provincie Vlaams-Brabant), RAAP-rapport 2435. Weesp.
  • VAN DIJK X.C.C. 2013: Archeologische evaluatie en waardering van de middenneolithische site Spiere ‘De Hel’ (Spiere-Helkijn, provincie West-Vlaanderen), RAAP-rapport 2712. Weesp.
  • VANMOERKERKE J. 1988: Een Midden-neolithische site te Spiere, Archeologische en Historische Monografiën van Zuid-West-Vlaanderen deel 19, Kortrijk.
  • VANMONTFORT B. 2001: The Group of Spiere as a New Stylistic Entity in the Middle Neolithic Scheld Basin, Notae Praehistoricae 21, 139-143.
  • VANMONTFORT B. 2004: Converging Worlds, The Neolithisation of the Scheldt basin during the late fifth and early fourth millennium cal BC. Onuitgegeven verhandeling Katholieke Universiteit Leuven, Leuven.
  • VANMONTFORT B., CASSEYAS C. & VERMEERSCH P.M. 1995: Une enceinte de la culture Michelsberg (MK) à Spiere ‘De Hel’ (Flandre Occidentale). Troisième campagne de fouilles, Notae Praehistoricae 15, 101-104.
  • VANMONTFORT B., CASSEYAS C. & VERMEERSCH P.M. 1995: Une enceinte de la culture Michelsberg (MK) à Spiere ‘De Hel’ (Flandre Occidentale). Troisième campagne de fouilles, Notae Praehistoricae 15, 101-104.
  • VANMONTFORT B., GEERTS A.-I, CASSEYAS C., BAKELS C., BUYDENS C., DAMBLON F., LANGOHR R., VAN NEER W. & VERMEERSCH P. M. 2001/2002: De Hel in de tweede helft van het 5de millennium v. Chr. Een midden-neolithische enclosure te Spiere (prov. West-Vlaanderen), Archeologie in Vlaanderen VIII, 9-77.
  • VANMONTFORT B., DE MAN J., LANGOHR R., CLARYS B. & VAN ROMPAEY A. 2003: De neolithische site van Ottenburg / Grez-Doiceau geëvalueerd. Een archeologische toepassing van het Digitaal Hoogtemodel (DHM)-Vlaanderen, Notae Praehistoricae 23, 129-133.

Bron: Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier 4.001/34043/101.1, De middenneolithische site De Hel, Spiere-Helkijn.

Auteurs: Van Gils, Marijn

Datum tekst: 2016

Relaties

maakt deel uit van Spiere

Spiere (Spiere-Helkijn)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.