Mijnkraters 7/6/1917 Hollandse Schuur

inventaris landschappelijk erfgoed \ landschapsatlas relict \ landschapsatlaselement

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Heuvelland
Deelgemeente Wijtschate
Straat Vierstraat
Locatie Vierstraat 52 (Heuvelland)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie landschapsatlas n.a.v. landschapsonderzoek Eerste Wereldoorlog (inventarisatie: Onbepaald).
  • Inventarisatie van het Wereldoorlogerfgoed (geografische inventarisatie, thematische inventarisatie: 01-01-2002 - 31-12-2005).

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Mijnkraters bij hoeve Hollandse Schuur

Deze bescherming is geldig sinds 07-02-2018.

Beknopte karakterisering

Typologiemijnkraters
DateringWO I
Thema Mijnenoorlog (1914-18)
Tags Eerste Wereldoorlog

Beschrijving

Rond de wederopbouwhoeve ‘Hollandse Schuur’ op de West-Vlaamse heuvelrug liggen drie mijnkraters. Zij ontstonden als gevolg van de ontploffing van Britse dieptemijnen op 7 juni 1917. Hollandse Schuur was één van de 11 locaties aan het front van de Eerste Wereldoorlog waar de mijnenslag werd uitgevochten, die het begin van een geallieerd offensief inluidde.

Historische achtergrond

De site is genoemd naar een grote hoeve, die tussen 1914-1917 door de Duitsers als een zware versterking werd uitgebouwd. Het niemandsland was in dit deel van de Wijtschateboog heel smal. De afstand tussen de twee frontloopgraven bedroeg ongeveer 100m. In 1914 waren de Duitse troepen erin geslaagd de hoeve in te palmen en tot een vooruitgeschoven post uit te bouwen, een gedroomde locatie voor een Duitse versterking omdat ze goed over de omliggende Britse verdediging uitkeek.

Voor de ondertunneling van het front vormden de lager gelegen posities een voordeel. De aanzet van de Britse schacht (35m) bevond zich 6m lager dan de Duitse frontloopgraaf (41m). Hoewel de tunnellers het voordeel hadden minder diep te moeten graven om tot de kleilagen door te dringen, ze kregen ook met wateroverlast te kampen. Het hoge grondwaterpeil in de vallei van de Wijtschatebeek noodzaakte hen om loopgraven minder diep in te graven en de borstwering met zandzakjes te verhogen. Het hoogteverschil maakte het bovendien moeilijk om het schachthuis ongezien te houden. Dat dit niet lukte, bewijst het intense Duitse mortiergeschut in april 1916 op de omgeving van de schacht, enkele maanden nadat die was geopend.

Gealarmeerd door de diepe Britse mijnen bij St-Elooi vreesden de Duitsers terecht ook hier voor de ondertunneling van hun stellingen. Dat maakte hen bijzonder alert en nerveus. In mei-juni 1916 ontdekten ze dat de Britten de Duitse stellingen bij Hollandse Schuur op grote diepte aan het ondertunnelen waren. Prompt brachten de Duitse mineure twee mijnen onder hun eigen front tot ontploffing, in de hoop hiermee de Britse acties te counteren. Vanuit de kraters legden ze nieuwe luisterposten aan, van waaruit dan weer ondergrondse camouflets tot ontploffing werden gebracht. Begin september 1916 en februari 1917 werden opnieuw verschillende ondergrondse mijnen afgevuurd. De Duitse tegenacties verhinderden niet dat op 7 juni 1917 de drie Britse dieptemijnen zoals gepland explodeerden.

  • Mijnschacht begonnen op 18 december 1915, ladingen klaar op 20 juni-20 augustus 1916
  • Lading nr. 1: 15512 kg, nr. 2 6758 kg; nr. 3 7937 kg ammonal en blastine
  • Schachtdiepte: 16 à 18m
  • Galerij lengte: 137 – 251m

Huidige situatie

In hun huidige situatie liggen de drie mijnkraters gegroepeerd rond de nieuwe hoeve die na de Eerste Wereldoorlog op dezelfde locatie is heropgebouwd en nu nog altijd een actieve landbouwzetel is. Aan de westelijke kant is de kraterlip goed herkenbaar aan zijn verhoogde rand. Het feit dat de kraters in weiland liggen, heeft zeker bijgedragen aan het behoud ervan. Ze zijn functioneel door hun gebruik als veedrinkpoel. De Duitse kraters van mei-juni 1916 zijn niet in het reliëf bewaard gebleven, mogelijk omdat ze na de mijnontploffingen van 7 juni 1917 onder het rondvliegend puin van de zware explosies bedolven zijn geraakt.

Op het kruispunt Vierstraat-Mandestraat is de reliëfstijging goed zichtbaar. Tot 1917 liep de Britse frontloopgraaf daar. Het geeft een idee van het zicht dat de Britten hadden en de verhoudingen tussen de hoger gelegen Duitse posities en de lagergelegen Britse in de vallei van de Wijtschatebeek. Het Croonaertsbos op de achtergrond bood de Duitsers aanvankelijk nog wel beschutting, maar na het geallieerde offensief van 1917 met voorafgaande beschietingen met brandgranaten schoot er alleen nog een rokende pluim van over. Na 1918 is het met behulp van herstelbetalingen in natura op dezelfde locatie heraangelegd.

  • Hauptstaatsarchiv Stuttgart, M201 Aktive Pioniertruppen: Linien Bataillon und Kompanien: Kriegstagebücher und Anlagen, band 125: Pionier-(Mieur)-Kompanie 314: Bijlagen bij Kriegstagebuch, 25 dec 1916-10 sept 1917: Kaart met Duitse tunnels in de Wijtschateboog, 11-7-1917, schaal 1:10000.
  • WESTERN FRONT ASSOCIATION 2008: Mapping the Front: Ypres. British mapping 1914-1918: Great War Trench Map DVD Collection, Western Front Association in association with the Imperial War Museum, M_26190: Britse loopgravenkaart Oosttaverne, 1 april 1917.
  • BARTON P., DOYLE P. en VANDEWALLE J. 2004 (ed. 2010): Beneath Flanders Fields, Stroud, 109, 193.
  • GRANT GRIEVE W. & NEWMAN B. 1936: Tunnellers. The story of the Tunnelling Companies, Royal Engineers, during the World War, London, 216-218.
  • S.N. 1922: The work of the Royal Engineers in the European War, 1914-19, Chatham, 40.
  • TIESSEN M. 1937: Königlich Preusisches Reserve Infanterie Regiment 213. Geschichte eines Flandernregiments, Glückstadt, 394-395.
  • VERBOVEN H. 2014: De Westhoek ondermijnd, M&L, 33/1, 6-27.

Bron: -

Auteurs: Verboven, Hilde

Datum tekst: 2016

Relaties

maakt deel uit van Ieperse vestingen en omgeving, bossen ten zuiden en heuvelrug Wijtschate-Mesen

Kemmel, Wijtschate, Wulvergem (Heuvelland), Hollebeke, Ieper, Voormezele, Zillebeke (Ieper), Mesen (Mesen),...

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.