erfgoedobject

Burgerhuis in beaux-artsstijl

bouwkundig element
ID: 304497   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/304497

Juridische gevolgen

Beschrijving

Burgerhuis in beaux-artsstijl gebouwd in opdracht van Jos Thijssen-Peeters, naar een ontwerp door Gustave Fierens uit 1913. In de Robert Molsstraat had de architect in 1909-1910 al twee vastgoedprojecten tot stand gebracht voor Thijssen-Peeters en mevrouw Huygens-Vergouts, goed voor in totaal zes burgerhuizen (nummers 8-14 en nummers 45-47. Later in 1913 liet Thijssen-Peeters op het aanpalende hoekperceel met de Lemméstraat nog een meergezinswoning met winkel optrekken (nummer 31, verbouwd). Ook elders in de wijk was Fierens voor Thijssen-Peeters actief, met onder meer een geheel van twee gekoppelde burgerhuizen op de hoek van Van Putlei en Markgravelei uit 1912, en een burgerhuis op de hoek van Bosmanslei en Jan Van Rijswijcklaan uit 1914. In totaal gaat het om een twaalftal panden, zowel van een standaardtypologie, als met een voornamer karakter. Voor eigen rekening ontwierp de architect in 1914 een burgerhuis en meergezinswoning op de hoek van Robert Molsstraat en Markgravelei.

De woning Tijssen-Peeters is representatief voor het vroege oeuvre van Gustave Fierens, wiens carrière omstreeks 1905 een aanvang nam. Van bij de start bijzonder productief, realiseerde de architect vóór de Eerste Wereldoorlog tientallen heren- en burgerhuizen in Antwerpen, vaak ontworpen als eenheidsbebouwing. Naargelang het project paste hij daarbij de beaux-artsstijl of een gematigde art nouveau toe, soms een combinatie van beide geïnspireerd op eigentijdse Franse voorbeelden. Tijdens de jaren 1920 en 1930 evolueerde zijn architectuur van een sobere art deco naar een gematigd modernisme. Tot de belangrijkste latere werken behoort het sociaal wooncomplex van de huisvestingsmaatschappij Onze Woning uit 1937-1939, met in totaal 205 flats ingeplant op het bouwblok Nationalestraat, Kronenburgstraat, Van Craesbeeckstraat en Willem Lepelstraat. Fierens was als architect actief tot midden jaren 1950.

Met een gevelbreedte van drie traveeën, omvat de rijwoning drie bouwlagen onder een pseudo-mansarde (leien) met dakkapellen. De lijstgevel onderscheidt zich door een parement uit witte natuursteen, op een plint uit blauwe hardsteen. Geleed door de puilijst, legt de compositie de klemtoon op de middenas, die op beide bovenverdiepingen wordt gemarkeerd door een balkon met consoles en balustrade. Verder beantwoordt de opstand aan een regelmatig ordonnantieschema, opgebouwd uit registers van getoogde deur- en vensteropeningen met waterlijst en onderdorpel, versierd met een draperie in de topgeleding. Een klassiek hoofdgestel met houten kroonlijst op klossen vormt de gevelbeëindiging. Bewaarde houten inkomdeur, vensters en smeedijzeren keldertralies.

De plattegrond beantwoordt aan de klassieke typologie van het burgerhuis dat uit een hoofdvolume en een smalle achterbouw in entresol bestaat, ontsloten door de zijdelings ingeplante inkom- en traphal. Volgens de bouwplannen biedt de begane grond ruimte aan een salon en keuken annex wc.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1913#4303 (nummer 29), 1913#4778 (nummer 31).

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2017


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Burgerhuis in beaux-artsstijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/304497 (Geraadpleegd op 12-11-2019)