erfgoedobject

Godshuis P. Creutz

bouwkundig element
ID: 304743   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/304743

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Godshuis P. Creutz
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Bejaardentehuis in modernistische stijl, gebouwd in opdracht van de Commissie voor Openbare Onderstand, naar een ontwerp door de architect Alfons Francken uit 1930. De naam van het godshuis verwijst naar de bankier baron Prosper Constant Creutz (Brussel, 1881-1929), administrateur-directeur van de Handelsbank, die bij zijn overlijden een legaat naliet aan de Commissie voor Openbare Onderstand. Het Godshuis P. Creutz vervoegde een cluster van openbare zorginstellingen in het bouwblok begrensd door de Lange Lozanastraat, de Van Schoonbekestraat en de Vinkenstraat, waartoe verder het Gesticht Bogaerts-Torfs (1872, gesloopt), het Ouderlingentehuis (1876, gesloopt) en het Moederhuis (1905-1909) behoorden. Vandaag is het gebouw onderdeel van het Woonzorgcentrum Lozanahof.

In Antwerpen actief als architect vanaf 1906, werd de loopbaan van Alfons Francken onderbroken door de Eerste Wereldoorlog, die hij als krijgsgevangene in Duitsland doormaakte. In 1921 liet hij zich opmerken door het eigentijdse rationalisme van het "Magazijn Nieuwland" op de hoek van de Lange en de Korte Brilstraat, een vandaag verdwenen constructie uit gewapend beton van het Hennebique-type. Met de hoogbouwflats "Cyclops", "Vulcan" en "Titan" uit 1921-1923, die tot de vroegste in Antwerpen behoren, en tijdens de jaren 1920 in meerdere buitenlandse architectuurpublicaties werden opgenomen, verwierf Francken vervolgens een internationale reputatie als vooraanstaand vertegenwoordiger van de Belgische avant-garde. Uit deze periode dateert ook zijn lidmaatschap van de Kring voor Moderne Kunst, en de oprichting van het architectuurtijdschrift Bouwkunde dat slechts een kortstondig bestaan kende. Met de woonblokken van de huisvestingsmaatschappij Onze Woning op het Stuivenbergplein en de Geelhandplaats, het vakbondsgebouw van de Algemeene Centrale van Bouw-, Ameublementwerkers en Gemengde Vakken in de Van Arteveldestraat, evolueerde de architect omstreeks 1930 naar het pragmatische modernisme dat zijn latere oeuvre zou kenmerken. Het expressieve baksteenmodernisme van het Godshuis P. Creutz toont een sterke invloed van de eigentijdse Nederlandse bouwkunst. Een wankele gezondheid dwong Francken zijn beroepsactiviteiten kort na de Tweede Wereldoorlog te beëindigen. Zijn laatste opdracht van de Commissie voor Openbare Onderstand betrof het Middelheimziekenhuis, dat werd uitgevoerd door de architecten Renaat Braem en Karel Van Riel.

Het Godshuis P. Creutz vormt een langgerekt, balkvormig volume in half open bebouwing, twee bouwlagen hoog, met een gevelbreedte aan straat en tuin van elf traveeën. Vermoedelijk opgetrokken met een structuur uit gewapend beton, hebben de gevels een parement uit geel baksteenmetselwerk van het Belvédère-type, geaccentueerd door bruine baksteen voor de terugwijkende plint, de toppen van de lisenen en de vensteromlijsting in de zijgevel. Voor het metselwerk is een kettingverband met schaduwvoeg toegepast, de daklijst bestaat uit bruine keramische elementen, in het vlak van de gevel geplaatste, houten blok- of kozijnramen vormen het schrijnwerk. De gevelcompositie, bepaald door regelmatige registers van staande rechthoekige vensters, is strikt gerelateerd aan de functionele indeling van het interieur. Met een uit de as geplaatst en hoger opgetrokken middenrisaliet tekent het het gemeenschappelijk sanitair zich af in de straatgevel. Dit laatste onderscheidt zich door liggende raampartijen, het opschrift "GODSHUIS P. CREUTZ", en een kepermotief als topstuk. De inkom- en traphal tekenen zich in de tuingevel af door een luifel en een groot traplicht, de middengang in de vrijstaande zijgevel door een oplopende venstertravee. Verder worden de traveeën geritmeerd door oplopende lisenen die de vensters flankeren; lage souterrainlichten in de plint. De wasplaats vormt een lager volume met een afwijkende ordonnantie van liggende raampartijen.

Het complex omvat volgens de bouwplannen zesendertig bejaardenkamers van dezelfde grootte, achttien per verdiep, met gemeenschappelijk sanitair, een wasplaats en droogzolder. Zij beschikken in het souterrain elk over een individuele bergruimte. De rechthoekige plattegrond met een polygonaal uiteinde aan de westzijde, wordt op begane grond en verdieping over de volledige lengte opgedeeld door een middengang, waarop de centraal ingeplante inkom- en traphal aansluit. Aan beide zijden bevinden zich telkens negen bejaardenkamers, met het gemeenschappelijk sanitair tegenover de traphal, de wasplaats annex droogzolder aan het westelijk uiteinde.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1930#37556 en 1931#39224.

Bron     : -
Auteurs : Braeken, Jo
Datum  : 2017


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Godshuis P. Creutz [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/304743 (Geraadpleegd op 19-05-2019)