erfgoedobject

Eenheidsbebouwing

bouwkundig element
ID
304971
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/304971

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Eenheidsbebouwing
    Deze vaststelling is geldig sinds

Beschrijving

Eenheidsbebouwing van acht gekoppelde eclectische bakstenen burgerhuizen in de rij, gekenmerkt door een gevarieerd polychroom decoratief programma in witte natuursteen, simili of baksteen. Ze werden in 1921-1922 als opbrengsteigendommen opgetrokken voor 'houtkoopman' Lodewijk Stockmans-Bollaerts, die zelf aan de Bredabaan in Merksem woonde.

Kenmerkend voor dit gedeelte van de Van Praetlei, is de huizenrij voorafgegaan door voortuinen, waarvan behoudens in de nummers 158, 160 en 166 de oorspronkelijke smeedijzeren en geklinknagelde afsluitingen op een blauwe hardstenen basis met getorste, gekrulde of gepunte spijlen en zwierige bovenlijn bewaard zijn. In het nummer 162 is ook het oorspronkelijke toegangspoortje behouden. De voortuinen zijn veelal voorzien van een aangepast toegangspad, of uitzonderlijk volledig verhard.

Twee bouwlagen hoog en twee traveeën breed onder een gemansardeerd zadeldak waarvan de nok evenwijdig aan de straat georiënteerd is, zijn de op een blauwe hardstenen plint rustende lijstgevels opgebouwd uit rode baksteen in kruisverband met knipvoegen. Blauwe natuursteen is behoudens voor de plint ook aangewend voor de toegangstreden en voor de vensterdorpels.

De rij bestaat uit een reeks gevels die zich aan weerszijden van de gekoppelde nummers 160-162 spiegelen. Het aan het nummer 154 gerelateerde nummer 168, is sterk aangepast met een nieuwe gevelbekleding en bepleistering. Het nummer 152 heeft geen tegenhanger (meer).

Horizontaal geleed door doorlopende wit geschilderde banden, in de nummers 160-162 en 156-166 dubbele banden van witte baksteen, kennen de gevels de typerende asymmetrische compositie van het enkelhuis met een smalle toegangstravee en een brede venstertravee. De gevelopeningen tonen een grote variëteit: rechthoekige openingen onder steekbogen met hoekstenen, sluitstenen of oren met guirlandes, verzorgd gesculpteerde witte natuurstenen en getande lateien, onder rondboogopeningen of bekroond met een boogveld. De nummers 156 en 166 hebben op de begane grond afwijkende tweelichten. De rollagen zijn in de gevels bijkomend geaccentueerd door bakstenen of natuurstenen lijsten. Behoudens de nummers 160 en 162, die een centrale versiering hebben van baksteenlijsten tussen pilasters onder de dorpels, zijn de borstweringen op de verdiepingen versierd met witte bakstenen panelen. De nummers 150, 152 en de centrale nummers 160 en 162 zijn op de verdieping geleed door postamenten, spaarvelden of lisenen. De oorspronkelijke houten kroonlijsten zijn ondersteund door bakstenen of houten uitgelengde consoles op witte natuurstenen kraagstenen, en zijn zichtbaar bewaard in de nummers 152, 158, 162 en 164. Naast de bekleding van de kroonlijsten met kunststof zijn de natuurleien van de pseudomansardes veelal vervangen door kunstleien of golfplaten. Ter hoogte van de pseudomansarde hebben de burgerhuizen een centraal zoldervenster (nummer 152), een zoldervenster boven de venstertravee (nummers 156 en 166), of boven beide traveeën (160-162). De aandacht gaat naar de verhoogde bakstenen standvensters van de nummers 158 en 164 met witte natuurstenen gebogen fronton en met bolornamenten bekroonde voluutvormige schouders op consoles met peerkraalprofiel.

Van het oorspronkelijke houten deur- en vensterschrijnwerk is slechts de toegangsdeur van het nummer 156 bewaard. De wit geschilderde paneeldeur is versierd met consoles op trigliefen en heeft onder het bovenlicht een tand- en geprofileerde kroonlijst. De houten omlijstingen van de zoldervensters zijn nog zichtbaar bewaard in de nummers 152 en 154, deze laatste met driehoekig fronton.

Uit verschillende verbouwingsplannen voor aanpassingen aan de achterbouw van de nummers 160 en 164 en uit de gevelordonnantie kan worden afgeleid dat de plattegrond van de slechts in de voorbouw onderkelderde rijwoningen de sedert de 19de eeuw in burgerhuizen breed toegepaste enkelhuisindeling volgt. Daarbij zijn traditioneel naast de zijdelings ingeplante trap en inkomhal, het salon, de eetkamer en, op de verdieping, de slaapkamers gesitueerd, met achter de inkomhal in de smallere achterbouw de keuken, het pomphuis, en een wc.

  • Kadasterarchief Antwerpen, Leggers Antwerpen, afdeling XLI (Merksem), artikel 1936.
  • Kadasterarchief Antwerpen, Mutatieschetsen Antwerpen, afdeling XLI (Merksem), 1921-1922/51, 1922/3.
  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 103#704, 103#3937, 1538#901, 1974#2656.

Auteurs: Van Severen, Elke
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Eenheidsbebouwing [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/304971 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Stad Antwerpen

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.