erfgoedobject

Gedenksteen militaire slachtoffers

bouwkundig element
ID: 305017   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305017

Beschrijving

Locatie

Gelegen op het dorpsplein van Beselare, rechts van de Sint-Martinuskerk.

Historische achtergrond

Beselare zou vanaf het begin van de Eerste Slag bij Ieper (19 oktober - 22 november 1914) tot aan het begin van het Eindoffensief (28 september - 11 november 1918) Duits bezet gebied zijn. Vooral tijdens de Eerste Slag bij Ieper en na de Derde Slag bij Ieper (31 juli - 10 november 1917) naderde de frontlijn het dorp. Met de Tweede Slag bij Ieper (22 april - 25 mei 1915) en het Duitse Lenteoffensief (9 - 29 april 1918) konden de Duitsers een eind naar het westen oprukken en kwam Beselare verder achter het front te liggen. Aangezien de artillerie en het vliegwezen evolueerde, betekende dit daarom niet dat Beselare niet meer onder vuur lag. Beselare kwam in contact met de oorlog zoals alle andere dorpen: mobilisatie, de eerste doden onder de Beselaarse militairen en burgers, de confrontatie met de beruchte Duitse Ulanen (verkenners) en de geallieerde militairen, de vluchtelingen. Al snel stroomden hier de gewonden toe. Eerst werd de kerk als medische post gebruikt en het kerkhof als begraafplaats, daarna de kelders van een brouwerij, daarna een hoeve aan 't Kruiske, bijgenaamd 't Keizer Willemshof, waar een stoomtram hen kon evacueren. De brouwerijkelders dienden nu als wasserij voor de kledij. Ook andere hoeves en herbergen dienden als medische post. Het bezet dorp werd door de 'Ortskommandant' geregeerd. Er was een deel van Beselare dat nog deels bewoond was en een deel dat volledig verlaten was. Het merendeel van de burgers was reeds gevlucht en uiteindelijk zouden toch alle burgers moeten vluchten. Overal werden militairen ingekwartierd. De burgers werden nauwgezet gecontroleerd en aan restricties en verplichtingen onderworpen. Op de gemeente werden in 1917 een zestigtal bunkers opgetrokken. Vooral tijdens de Derde Slag bij Ieper en het Eindoffensief werden de resten van het dorp in puin geschoten. Op 28 september 1918 werd Beselare, als één van de verste dorpen die dag, door Britten heroverd. Bij de Wapenstilstand bestond Beselare nog slechts bij naam.

Na de winter van 1918-1919 kwamen de inwoners van Beselare geleidelijk aan terug. Ze troffen er bomputten aan, evenals prikkeldraad, graven en begraafplaatsen, betonnen schuilplaatsen, kadavers, steenhoopjes, afgeknotte boomstammen, wrakken van neergestorte vliegtuigen en vastgelopen tanks… De heropbouw kon beginnen. Eind 1919 huisde het gemeentebestuur in barakken, in 1920 werd een barak opgericht voor kerk en schoolklassen, in 1921 verrees het eerste stenen woonhuis, in 1923 werd begonnen met de bouw van de neogotische Sint-Martinuskerk naar plannen van Marstboom en Janssen, in 1925 werd ze in gebruik genomen, in 1923-1924 waren het klooster en de jongensschool klaar, de pastorie en het gemeentehuis kwamen in 1926 aan de beurt. In 1926-1927 was de heropbouw nagenoeg voltooid, maar tegen eind 1928 was de bevolking nog steeds niet terug op peil.

Er waren 46 militaire doden en 17 burgers omgekomen, waarvan 12 burgers uit Beselare en andere gemeenten, die in Beselare omgekomen waren en 5 burgers van Beselare, die elders omgekomen waren. In 1927 werd voor hen een gedenkteken onthuld, op initiatief van de V.O.S. (Vlaamse Oud-strijders). Op zondag 31 juli werd het door de geestelijke overheid ingewijd en er waren toespraken door de voorzitter van de V.O.S., een schepen, E.H. De Beir en Jeroom Leuridan.

Beschrijving

Gedenksteen geplaatst achter twee halfronde bloembakken uit natuurstenen blokken opgebouwd. Op een hoge plint in ruw gehouwen hardstenen blokken, staat een rechthoekige gedenksteen tussen twee hoekpilasters, die bovenaan afgerond zijn en die aan de zijkant gesteund worden door een klein geprofileerd hardstenen blok. De eigenlijke steen is bovenaan licht spitsboogvormig met een fries met rozen en in het midden het Belgische wapenschild. In het midden in een nis staat de volgende reliëfvoorstelling: centraal staat een overwinningsgodin met lang haar, gespreide vleugels en gekleed in een lang gewaad. In de linkerhand houdt zij een palmtak en in de rechter een lauwerkrans; links op de voorgrond leunt een dode soldaat in velduitrusting aan tegen een geknielde jonge vrouw met lang haar en een sluier op het hoofd. Opvallend is dat zij schoenen met hoge hakken draagt. Zij omarmt de soldaat en haar gelaat drukt een grote droefheid uit. Rechts op het tweede plan staat een heldenhuldekruis afgebeeld met de letters 'AVV VVK'. Onderaan de nis staat: 'Hier liggen hun lyken als zaden in 't zand / Hoop op den oogst O Vlaanderland'. Op de tekstplaat de namen van de gesneuvelden, alfabetisch gerangschikt behalve de laatste. Onder deze tekstplaat een kleine gedenksteen met vier bijkomende namen. Uitgehouwen, geel beschilderde letters. Op de linkerzijkant staat '1914' en op de rechterzijkant '1918'. Hoogte 392,5 cm x breedte 495 cm x diepte 257 cm. Uitvoering: A. Luyten en Zoon, Yper (gesigneerd).

  • JACOBS M. 1996: Zij, die vielen als helden… Inventaris van de oorlogsgedenktekens van de twee wereldoorlogen in West-Vlaanderen (deel 2), Brugge.
  • MAES J.H. 1979: Gedenkboek aan Beselare in de Eerste Wereldoorlog 1914-1918, Beselare, 221.

Bron     : DECOODT H. & BOGAERT N. 2002-2005: Inventarisatie van het Wereldoorlogerfgoed in de Westhoek, project in opdracht van de provincie West-Vlaanderen, "Oorlog en Vrede in de Westhoek", en Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Afdeling Monumenten en Landschappen.
Auteurs :  Bogaert, Nele, Decoodt, Hannelore
Datum  : 2003


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Gedenksteen militaire slachtoffers [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305017 (Geraadpleegd op 14-10-2019)