erfgoedobject

Art-decoburgerhuis

bouwkundig element
ID: 305061   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305061

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Art-decoburgerhuis
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Burgerwoning in art deco, gebouwd naar een ontwerp door architect Gustaaf Van Meel uit 1929. Opdrachtgever was Hubert Boost, die woonde in de Euterpestraat 2 in Berchem.

De woning Boost is representatief voor Gustaaf Van Meels jonge oeuvre. Na een stage bij architect Max Winders lijkt Van Meel als zelfstandig ontwerper actief te zijn geweest vanaf omstreeks 1925 tot aan zijn overlijden in 1953. Van Meels architectuur evolueerde in de jaren 1920 van solide art deco naar zakelijk baksteenmodernisme, een stijl waarop hij tijdens en na zijn korte associatie met architect François Dens (begin 1935 tot ongeveer begin 1938) consequent bleef voortbouwen. Ofschoon hij kwaliteitsvolle art-decogebouwen ontwierp, liet Van Meel zich als architect toch vooral opmerken met zijn modernistische eengezinswoningen en villa’s in de Antwerpse rand, waaronder ook de vlakbij gelegen woning Roosen-Fontaine, en met parochiekerken als de Sint-Jozefskerk te Merksem en ziekenhuizen als Sint-Augustinus te Wilrijk.

Samen met onder meer de beschermde architectenwoningen van Jef Huygh (nummer 176) en Flor van Reeth (nummer 178) maakt de woning Boost deel uit van een voor de Boekenberglei beeldbepalende rij burgerhuizen. Uiteenlopend van karakter vertegenwoordigen zij de grote diversiteit aan art-decostijlen die tijdens het interbellum gangbaar waren.

Met een gevelbreedte van twee ongelijke traveeën omvat de onderkelderde woning in de rij twee bouwlagen onder een gemetselde pseudomansarde in rechtopgestelde zwarte baksteen in halfsteens verband. Rustend op een hoge plint in blauwe hardsteen en uitgevoerd in een contrastrijke combinatie van witte natuursteenvlakken en rood baksteenmetselwerk met gesneden voeg, wordt de lijstgevel horizontaal geleed door een getande puilijst, en twee daklijsten. Verder bijdragend aan de levendigheid van de gevel zijn de gevarieerde venstervormen, en het bouwplastiek van rondstaven, meanders, en versneden of uitkragende rechthoekige volumes in witte natuursteen.

De asymmetrische gevelcompositie legt de klemtoon op de brede venstertravee die in de bovenbouw door een smalle pilaster wordt gescheiden van de toegangstravee. De venstertravee zet aan met twee rondboogvensters met een stompgepunte tweezijdige borstwering in blauwe hardsteen, en wordt vanaf de verdieping benadrukt door een over twee bouwlagen opklimmende driezijdige erker. Op het mansardeniveau is de erker gedrongen uitgevoerd met lage vensters en zware ronde vensterstijlen onder een zinken tentdak, waardoor de indruk van een erker met bekronend paviljoen wordt opgewekt. In de hoger uitgewerkte toegangstravee met een rechthoekig afgewerkte top van overlappende panelen, wordt een verdiepte en zwaar omlijste toegangsdeur met impostvenster door middel van aflijnende lisenen verenigd met een rechthoekig verdiepingsvenster en een parabolisch dakvenster op gemeanderde hoekvoluten.

Van alle vensters werden de oorspronkelijke ramen met laddervormige roedeverdeling vervangen door nieuwe, dubbel beglaasde houten ramen. In de beglazing zijn de horizontale roeden hernomen. Ook de voordeur en het impostraam zijn vernieuwd, weliswaar met recuperatie van de smeedijzeren vensterroosters.

Voor de plattegrond koos Van Meel de traditionele enkelhuisindeling, een opzet dat kenmerkend was voor de 19de-eeuwse burgerwoning en tot ver in de 20ste eeuw doorleefde. Volgens het bouwplan biedt de begane grond in de brede venstertravee ruimte aan een enfilade van een salon, eetkamer, en een zitplaats-veranda onder daklicht die via een overluifeld perceelbreed terras uitgeeft op de tuin, drie treden lager. In 1933 liet de bouwheer het terras verlengen en voorzien van een gietijzeren balustrade. In de toegangstravee liggen achter de vestibule en het trappenhuis een keuken en een toilet. Op de verdiepingen omvat de brede travee telkens twee slaapkamers, terwijl de smalle travee wordt ingenomen door een bijkamer met halkast, de traphal, en een (bad)kamer. In de kelder bevinden zich een wasplaats, twee provisiekelders, een kolenkelder en een wijnkelder.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers 329 # 4520 en 329 # 10284.

Bron     : -
Auteurs :  Bisschops, Tim
Datum  : 2018


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Art-decoburgerhuis [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305061 (Geraadpleegd op 11-12-2019)