erfgoedobject

Appartementsgebouw in laat-modernistische stijl met bijhorende garages

bouwkundig element
ID: 305087   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305087

Juridische gevolgen

Beschrijving

Appartementsgebouw voor de gegoede burgerij in laat-modernistische stijl naar ontwerp van Jules De Roover uit 1964. Opdrachtgever was Madeleine Deman, die toen een woning in de Marie-Josélaan 8 te Berchem betrok.

De Roover realiseerde in Deurne verscheidene een- en meergezinswoningen, doorgaans met een functionele gevelopvatting. Hij werd ook geëngageerd voor het ontwerp van een aantal grotere projecten zoals de hoofdbibliotheek uit 1967 en de waaiervormig ingeplante sociale woningen aan de Langbaanvelden uit 1973. Het gebouw sluit aan bij de omgevende vrijstaande burgerhuizen met voortuin, waar het zich in het landelijke straatbeeld met kenmerkende rieten bedaking onderscheidt door zijn omvang en functioneel moderne karakter. Het toegangspad is een latere vervanging.

Exterieur

Het perceel van 30 meter breed en 60 meter diep was oorspronkelijk bedoeld als twee bouwkavels, die zijn samengevoegd voor de bouw van dit appartementsgebouw. Het complex omvat een voorbouw met acht wooneenheden, opgericht als balkvormig hoofdvolume van 24 bij 13 meter met voortuin en ingeplant in de lengterichting aan de straat. De Roover verzette zich tegen de gemeentelijke voorschriften om slechts zes wagens te mogen herbergen in twee hiervoor voorziene garageboxen. In de overtuiging dat Renaat Braam, toen in functie als gemeentelijke urbanist, hem zou bijtreden deed hij een afzonderlijke aanvraag voor 8 aaneengesloten autoboxen te bouwen à ongeveer 1.25 meter in de grond, zodat het dak slechts 1 meter boven het tuinniveau zou uitkomen. Van dit dak zou een daktuin worden gemaakt, toegankelijk vanuit de gewone hof en slechts een langzame dalende helling zou toegang verlenen tot de garage. Na een omstandige discussie werd de aanvraag voor de half ondergrondse garage met daktuin goedgekeurd, gelegen achter het hoofdgebouw met doorrij aan linkerzijde.

De garagebouw met rechthoekig grondplan van 27 bij 13 meter is achteraan in de lengterichting ingericht met negen (in plaats van de voorziene acht) aansluitende autostaanplaatsen tussen dragende betonnen kolommen, die samen met de lange zijmuren dwarse opgelegde betonbalken ondersteunen. De overige ruimte, meer dan de helft van de totale oppervlakte, is gevrijwaard in functie van het parkeren. In harmonie met de omliggende groene omgeving is de bovenzijde afgewerkt als daktuin, waarvan de indeling met negen vakken de draagstructuur en inwendige plattegrond herhaalt, in de lengterichting verder aangevuld met verspringende boorden. Zo ontstaat een geheel van vierkanten en rechthoeken al dan niet beplant of bestraat met breukstenen tegels en toegankelijk vanaf de gewone hof middels een vooruitstaande toegangstrap. Het garagecomplex is gescheiden van het appartementsgebouw door een ruim rechthoekig grasperk en helemaal achteraan op het perceel voorzag de architect nog een privaat zwembad met houten tuinhuisje onder zadeldak.

Met een gevelbreedte van zeven traveeën aan de straat, is het vier bouwlagen hoog hoofdgebouw met toegang in de voorgevel ontworpen met evenwaardige gevels. Kenmerkend voor de vormentaal van De Roover kreeg het gebouw een dynamische dakconstructie bestaande uit twee identieke in elkaar geschoven, met roofing afgewerkte lessenaarsdaken. Individueel bestaande uit ongelijke delen zijn ze 180° gedraaid ten aanzien van elkaar volgens een centrale middenas over de korte zijde en laten ze tussenin ruimte voor een hoger dakdeel dat eveneens beschermd was door een lessenaarsdakje. Voor de constructie is gebruik gemaakt van gewapend beton voor vloeren en dakplaten, terwijl voor de dragende muren baksteenmetselwerk toegepast is. De gevelfronten zijn geritmeerd door horizontale stroken in gladbeton, die de verschillende niveaus benadrukken, in combinatie met wit geschilderd metselwerk in platvol gevoegd halfsteens verband. In de voor- en achtergevels zijn de topverdiepingen terugwijkend opgevat met ondiepe gevelbreed doorlopende dakterrassen, gedeeltelijk afgelijnd door een borstwering in grijze glasalplaten. Daarnaast gaat de aandacht hier naar de hoektravee aan linkerzijde, op de eerste en tweede verdieping telkens opengewerkt met deels uitstekende open binnenterrassen met glazen borstweringen, gevelhoog afgezoomd door een vooruitstaande bakstenen dwarsmuur. Dergelijk verticaal tegengewicht is ook toegepast in de zijgevels waar een centraal rookkanaal domineert, afgewerkt in gladbeton en in het gevelvlak. Ter hoogte van de dakverdieping laten de verspringende dakdelen ruimte voor horizontale lichtspleten in functie van de leefruimten. De opstanden zijn verder regelmatig geordonneerd door rechthoekige staande en liggende vensterpartijen met een variatie aan afmetingen, ingevuld met aluminium schrijnwerk met karakteristieke asymmetrische indeling. Het terugwijkend inkomportaal was wellicht voorzien met een beglaasde toegangsdeur met evenwaardig zijlicht waarin 8 brievengleuven, als geheel beschermd door verticaal ijzersmeedwerk.

De inkomdeur is vernieuwd met afwijkende horizontale verdeling terwijl de aluminium vensterschrijnwerk nog grotendeels behouden is of vervangen naar oud model. Het metalen raamwerk van de terrasafsluitingen lijkt aangepast met extra bovenliggende hangreep in functie van veiligheid.

Interieur

De verschillende niveaus omvatten van voor naar achter telkens twee appartementen met nagenoeg identiek maar 180° ten aanzien van elkaar gedraaid grondplan, zoals bij de dakconstructie. De wooneenheden zijn ontsloten vanuit een centrale circulatieblok die een gemeenschappelijk gebruikte inkomhal, lift en dwars op de straat georiënteerde traphal groepeert. Deze circulatiezone is toegankelijk vanuit een inkomportaal achter de toegangsdeur, waarvan de betegeling doorloopt in het toegangspad naar de straat. Van de wooneenheden zijn de leef- en slaapvertrekken bereikbaar vanuit een centrale gang. Het grootste gedeelte wordt telkens ingenomen door een op een terras uitgevende opengewerkte ruimte die een woonkamer, met aan de zijgevel een centrale haard - op de eerste en tweede verdieping met aansluitend klein balkon -, en een eetkamer integreert. Aan de lange gevelzijde zijn verder naast de eethoek de keuken en een slaapkamer ingericht, terwijl aan de andere lange zijde telkens drie slaapvertrekken en een badkamer met bad en douche zijn geschikt, toegankelijk vanuit een nachtgang die uitgerust is met toilet en bergplaats. Enkel het appartement links op de begane grond heeft een zithoek in plaats van een slaapkamer aan de voorgevel. De appartementen in de topverdieping gezien de meer bescheiden oppervlakte slechts drie slaapkamers tellen, waarvan twee ruime aan de badkamerzijde, hier met afzonderlijk toegankelijke douche en badkamer.

Het kelderniveau, nagenoeg L-vormig uitgewerkt en voor het overige bestaande uit volle grond of kruipruimte, herbergt aan de straatzijde zeven opbergruimten voor de verschillende appartementen; op het middenplan het lokaal voor de centrale verwarming naast de trappenhal en liftput en achteraan, bereikbaar middels een doorgangsruimte, een droogkelder en aanpalend nog een opbergruimte voor een appartement.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 627#22793.

Bron     : -
Auteurs :  Van den Borne, Steven
Datum  : 2018


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Appartementsgebouw in laat-modernistische stijl met bijhorende garages [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305087 (Geraadpleegd op 15-10-2019)