erfgoedobject

Burgerhuis in art deco

bouwkundig element
ID: 305109   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305109

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Burgerhuis in art deco
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Burgerhuis in art-decostijl naar ontwerp uit 1932 van Jozef Sels-Vermeiren, in opdracht van F. Embrechts uit de Lange Ruysborekctstraat 100 in Antwerpen. Het goedgekeurd ontwerp is uiteindelijk gewijzigd uitgevoerd.

Van Jos Sels-Vermeiren, die gevestigd was in de Sint-Rochusstraat te Deurne, zijn vooral modernistische laat-interbellumrealisaties in Antwerpen en Deurne gekend. Twee door Sels ontworpen woningen de Ravelsbergstraat, nummer 59 uit 1932 en het aanpalende nummer 61, onderscheiden zich binnen zijn overwegend modernistische oeuvre door hun sobere art-decostijl, die ook kenmerkend is voor de woning Embrechts.

Deel uitmakend van de twee tot drie bouwlagen hoge aaneengesloten bebouwing met voorhof aan deze zijde van de Jozef Verbovenlei, onderscheidt de woning zich door het nadrukkelijk en verzorgd gebruik van witte natuursteen in een straatbeeld van veelal functionele bakstenen gevels. De in de oprichtingsplannen voorziene lage afsluiting met gebogen siersmeedwerk tussen stenen postamenten is gewijzigd uitgevoerd of vervangen met afwijkende indeling en aangepast smeedwerk. De gebogen fietsenafrit naar de kelder is ingebracht in 1988.

De half vrijstaande meergezinswoning telt twee ongelijke traveeën en drie bouwlagen onder een plat dak. Het gevelfront kreeg een parement in bruine baksteen in kruisverband met gesneden voegwerk, ruim verwerkt met witte natuursteen, onder overstekende houten daklijst op platte klossen en rustend op een plint in blauwe hardsteen. Witte natuursteen is gebruikt voor posten, vensterdorpels en borstweringen van de vensterpartijen en bijkomend voor sculpturale detaillering. De borstwering van erker en inkomportaal kregen een contrasterende afwerking in simili. De afwisseling van rechte en gebogen delen, zoals weergegeven op de ontwerptekeningen, is bij de uitvoering opgeofferd voor een strakke geometrische vormgeving. De lijstgevel kreeg een decorum eigen aan de geometrische art deco: versneden vlakken met gecanneleerde delen onder de dakrand, in de borstweringen en als bekroning van de vensterstijlen in de erkerpartij, gecombineerd met geblokt uitgewerkte spiraalmotieven. Het ontwerp laat zich kenmerken door een benadrukte brede venstertravee met een trapezoïdale erker, die over twee bouwlagen oploopt aansluitend op een balkon op de topverdieping. Elk niveau is hier opengewerkt met een drielicht, bovenaan met centrale vensterdeur die op het balkon uitgeeft; de smalle travee zet aan met de toegangsdeur voorzien van zij- en bovenlichten en verder recht boven elkaar staande eenlichten. Afwijkend van de ontwerptekeningen wordt de compositie bepaald door twee verticale registers met weloverwogen gebruik van witstenen verbindingselementen.

Volgens het ontwerp waren de vensters op het gelijkvloers en de verdieping rechthoekig en in de topverdieping halfrond uitgewerkt. Verder bepaalde een in- en uitzwenkend motief de vormgeving van het impostvenster met decoratieve sluitsteen boven de toegangsdeur en, in de topverdieping, deze van de vensteromlijsting én de gevelbekroning in de brede travee, samen met het onderliggend drielicht gevat tussen boven de dakrand doorlopende postamenten. Dit geheel is echter afwijkend uitgevoerd waarbij alle gevelopeningen rechthoekig en zoals voorzien met gedrukte boog zijn opgevat. Verder groepeert een doorlopend kalf de toegangsdeur met zijlichten en maakt de afscheiding met de decoratieve omlijsting van het impostvenster, dat bekroond is door geometrische reliëfs in plaats van een sluitsteen. Daarnaast kreeg de brede travee een pseudo-mansardevorm als gevelbeëindiging, zonder postamenten en met gecanneleerde friezen ter vervanging van de voorziene waaiervormige omlijsting, rechts met gebogen reliëffries, van de bovenvensters. Een fraai aspect is de getrapte, witstenen bekleding in de deurtravee, die een geslaagde verbinding tot stand brengt tussen de smalle vensterpartijen enerzijds en het breder uitgewerkte inkomportaal en gecanneleerde fries onder dakrand anderzijds. De gevelopeningen zijn ingevuld met houten vensterschrijnwerk met bovenlichten; in de erker met guillotineramen en voor het overige T-vormig of opendraaiend. Verzorgd smeedwerk is toegepast in de toegangsdeur, erkerbalkon en kelderlichten.

Alle deur- en vensterschrijnwerk lijkt bewaard. Karakteristiek is de invulling met traditionalistisch glas-in-lood verfraaid met polychrome afgeschuinde accenten in de bovenhoeken. Ook het ijzeren siersmeedwerk is nog integraal aanwezig.

De plattegrond van de onderkelderde woning met zijdelings ingeplante traphal, vertoont op elk niveau dezelfde indeling en is opgevat volgens de klassieke enkelhuisindeling: een smalle inkomtravee voor de dienstruimten en brede travee voor de woon- en slaapvertrekken. Op de begane grond zitten in de smalle travee achtereenvolgens inkomhal, traphal en keuken; daarnaast in enfilade de voorkamer met schouw en erkeruitsprong aan de straat en achterliggend de eetkamer, van elkaar gescheiden door nagelvaste kasten en een tussenliggende schuifdeur. Deze indeling is identiek herhaald in de bovenbouw. Keuken en eetkamer geven uit op een smal en perceelbreed terras dat middels een centrale trap naar de tuin leidt. Op de eerste verdieping zit boven de keuken de badkamer, en verder herbergt de bovenbouw in de brede travee een reeks (slaap)kamers en in de inkomtravee telkens kleine kamertjes aan weerszijden van de traphal, aan tuinzijde uitgerust met hoekschouwtjes.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 329#9403 en 629#212.
  • Mondelinge informatie verkregen van Marcel Windey (maart 2018).

Bron     : -
Auteurs :  Van den Borne, Steven
Datum  : 2018


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Burgerhuis in art deco [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305109 (Geraadpleegd op 17-02-2020)