erfgoedobject

Ensemble van burgerhuizen in beaux-artsstijl

bouwkundig element
ID: 305111   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305111

Juridische gevolgen

Beschrijving

Symmetrisch ensemble van tien meergezinswoningen in beaux-artsstijl met accenten in art deco, gebouwd naar ontwerp van François Toen uit 1923. Opdrachtgever was de bouwpromotor Antwerpsche Maatschappij voor onderneming van Openbare en Bijzondere werken, gevestigd in de Belgiëlei 146. Dit project maakte deel uit van een ontwerp tot het opbouwen van 20 huizen, waarvan enkel groep B (10 huizen) gerealiseerd lijkt.

Context

Bouwmeester François 'Frans' Toen, wiens loopbaan omstreeks 1895 van start ging, was naast architect ook bouwpromotor. In de periode vóór de Eerste Wereldoorlog, ontwierp hij meerdere huizen voor de Antwerpse burgerij, onder meer in de wijk Zurenborg. Hierbij paste Toen uiteenlopende neostijlen toe, met een statige allure en een hoog decoratief gehalte als constante. Na de Eerste Wereldoorlog bekwaamde de architect zich in een ornamentele art deco. Laat in zijn carrière evolueert hij naar een expressieve baksteenarchitectuur onder invloed van de Amsterdamse school.

De Antwerpsche Maatschappij voor onderneming van Openbare en Bijzondere werken, die architect François Toen tot zijn beheerders kon rekenen, bood tussen 1920 en 1926 verscheidene bouwgronden voor verkoop aan, al dan niet met in eigen beheer gerealiseerde burgerhuizen, in het meer begoede zuidelijke deel van Deurne, rondom het Te Boelaer- en Boekenbergpark. Deze bouwpromotor was ook betrokken bij een project uit 1924-1926 voor een reeks gekoppelde half vrijstaande cottagewoningen aan de Van Hersbekelei en Jozef Verbovenlei. De uitvoeringswerken zijn mogelijk uitgevoerd door de Deurnese aannemer Vermeiren-Broeckx die eventueel ook de bouw van het project Jozef Verbovenlei 20-38 voor zijn rekening nam.

Exterieur

De woningen sluiten qua schaal en opzet aan bij de omgevende bebouwing van twee of drie bouwlagen aan deze zijde van de Jozef Verbovenlei. Nadrukkelijk symmetrisch en homogeen ontworpen in classicerende stijl, onderscheidt de langgerekte gevelwand zich echter in het straatbeeld van doorgaans zakelijk moderne woningen. De oude(re) lage metalen afsluitingen van de voortuinen zijn nog grotendeels aanwezig.

Met een gevelbreedte van elk twee traveeën omvatten de volgens spiegelbeeldschema gekoppelde rijwoningen drie bouwlagen onder plat dak. De lijstgevels onderscheiden zich door een parement uit witte natuursteen met schijnvoegen, op een plint uit blauwe hardsteen. Typisch voor de beaux-artsstijl is het (blind) paneelwerk op de borstweringen, een decorum van ijzeren siersmeedwerk, loofwerk (eikenblad), guirlandes, medaillons, rolwerk, chutes, schelpmotieven, evenals de entrelacs-friezen in de attiekballustrade (nummers 28 en 30) ontleend aan de Lodewijk XVI-stijl. Het centrale deel is meer eigentijds uitgewerkt met art-deco-accenten middels gecanneleerde, rocaille- en kraalmotieven.

Nadrukkelijk horizontaal geleed door kordons en erkerlijsten beantwoordt de compositie van het symmetrisch opgevat gevelfront aan een alternerend schema. Daarbij zijn drie geveltypes met individueel vormgegeven beëindiging geordonneerd volgens een axiaal spiegelende middenas. Het ensemble telt drie groepen van ieder twee gekoppelde woningen die uiterst links en rechts en tussenliggend afgewisseld worden door een telkens identiek woningtype met klokvormig bekroonde façade, centraal bovenaan opengewerkt met oeil-de-boeuf (nummers 20, 26, 32, 28). De gekoppelde woningen bestaan op hun beurt uit een centraal gevelfront met attiekbalkon (nummers 28, 30) en twee flankerende, identiek vormgegeven lijstgevels (nummers 22, 24, 34, 36), alle volgens een spiegelende middenas. Het heldere ontwerpschema komt verder tot uiting in een benadrukte middenas met boven de attiekbalustrade uitstekend postament en daarnaast door risaliterende muurdelen: in de zijtraveeën van de lijstgevels en in de venstertravee van de klokvormig bekroonde gevel.

De architect opteert telkens voor een klassieke indeling met smalle inkomtravee en brede venstertravee. De klemtoon van het ontwerp ligt steeds op de brede travee, waarbij de gevelwand een gevarieerde, sober plastische uitwerking kreeg met een variatie aan erkerpartijen en bekronende balkons in witte natuursteen en/of ijzersmeedwerk: bij het klokvormig beëindigde geveltype uitgewerkt als bow-window op de begane grond en bij de twee gespiegelde geveltypes trapezoïdale erkers op de verdieping uitgevoerd in hout (lijstgevels) en in steen (onder de attiekbalustrade). De gevels zijn verder regelmatig geordonneerd met eenvoudige vensterpartijen, rechthoekig opgevat in de centrale partij en korfboogvormig in de flankerende delen, homogeen uitgewerkt als één- en drielichten. Met uitzondering van de hoekwoningen, bestaat de gevelwand uit gekoppelde toegangen met doorlopend bordes, afwisselend zonder en mét smeedijzeren afsluiting, in het centrale gevelfront benadrukt door postamenten. De verschillende geveltypes kregen een individuele decoratieve behandeling. Zo vertoont het woningtype met klokvormig bekroonde façade een meer stijlzuivere beaux-arts-vormgeving zichtbaar in de verfraaide vensterpartijen: onder de dorpels paneelwerk met schelpmotief in de tussenliggende posten decoratieve medaillons die ook gebruikt zijn in de sluitstenen. Als bekroning een in het oog springend oeil-de-boeuf met decoratieve sluitsteen. De lijstgevels zijn meer eclectisch uitgewerkt met verdiepte boogvelden boven de vensterpartijen ingevuld met bas-reliëfs van loofwerk, ook toegepast in de weelderig gedecoreerde erkerbasis, sierlijk uitlopend in een pijlenbundel; in de bovenbouw fraaie hoefijzervormige vensteromlijstingen en als contrasterende beëindiging een ritmering met uitgelengde houten consoles ter ondersteuning van de kroonlijst. Het centrale geveldeel is meer eigentijds opgevat met art-deco-accenten zoals zichtbaar in de geometrisch vormgegeven attiekbalustrade met opvallende postamenten: met bolvormige bekroning tussen de entrelacs-friezen en centraal als hoger oplopende gecanneleerd uitgewerkte blikvanger met rocaillebekroning op een traditionalistisch ionisch kapiteel. De art-deco-inslag komt verder tot uiting in de getrapte erkerconsoles en de belijning met kraalmotief. De gevelopeningen waren volgens de geveltekening voorzien met een invulling van houten schrijnwerk, in de middenpartij op alle niveaus met rastervormig ingedeelde bovenlichten en in de lijstgevels met gebogen uitgewerkte ramen op de topverdieping. De toegangen kregen een variatie aan overluifelde (ijzer en glas) beglaasde paneeldeuren.

De eenheidsbebouwing is nog vrij goed leesbaar, met grotendeels nog aanwezig siersmeedwerk, houten kroonlijsten en witstenen detaillering. De woningen nummers 26 en 28 hebben nog de oorspronkelijke beglaasde toegangsdeuren met bovenlicht en siersmeedwerk; nummer 28 nog met rastervormig ingedeeld bovenlicht en sierlijke handgreep. Het overige deurschrijnwerk en het vensterschrijnwerk lijkt quasi integraal vervangen (in kunststof en hout) waardoor het oorspronkelijke karakter van het ensemble enigszins afgezwakt is. De sobere in hout uitgevoerde erkerpartijen zijn nog gedeeltelijk behouden bij nummers 22 en 24, maar vervangen bij nummers 34 en 36. De eenvormigheid van de natuurstenen gevelfronten is verder onderbroken door de witte overschildering van woning nummer 30. Daarnaast zijn een aantal voortuinen later aangepast met inritten tot fietsenkelders.

Interieur

De architect koos voor een enkelhuisopdeling met standaardplattegrond gecombineerd volgens hetzelfde spiegelend schema als toegepast in de gevelwand. In het voorhuis de woon- en slaap- vertrekken en in de aanbouw in split-level zitten de dienstruimten. De brede travee herbergt in enfilade twee leefruimten en een achterliggende veranda onder plat licht, verbonden met de keuken en pomphuis in de achterbouw. Veranda, keuken en pomphuis geven uit op de tuin. Op de verdiepingen zijn telkens twee kamers achter elkaar geschikt. In minstens een aantal van de woningen zijn granitovloeren vastgesteld, in nummer 30 witgrijs van kleur en met mozaïekboord (zwart-wit) gebruikt in de dienstruimten: inkomhal, keuken en badkamer. De woning nummer 30 heeft in de inkomhal nog gecanneleerde wandpilasters met rocaillebekroning, een motief dat terugkeert in het boven de attiekbalustrade uitstekende postament. In de leefvertrekken zijn nog de oude visgraatparketvloeren, waarbij de oorspronkelijke beglaasde binnendeuren met geometrisch paneelwerk verdwenen zijn; de achterliggende kamer nog met zesdelig plafond.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 329#343.
  • Mondelinge informatie verkregen van de eigenaar van nummer 30 (februari 2018).

Bron     : -
Auteurs :  Van den Borne, Steven
Datum  : 2018


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Ensemble van burgerhuizen in beaux-artsstijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305111 (Geraadpleegd op 20-02-2020)