erfgoedobject

Burgerhuis in laat-modernistische stijl

bouwkundig element
ID
305149
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305149

Juridische gevolgen

Beschrijving

Half vrijstaand burgerhuis in laat-modernistische stijl naar ontwerp van Marc Remaut uit 1960 voor het Architectenbureau Style Building, mogelijk opgericht als tijdelijke vereniging, onder leiding van Remaut en bouwkundige J.A. Vanden Poel. Opdrachtgever van deze "premiewoning", een koopwoning die met financiële hulp van de overheid verworven kon worden, was het echtpaar Peeters, dat toen een woning in de Leningstraat 12 in Borgerhout betrok. De (funderings)werken zijn uitgevoerd door Peeters & Zoon, ook gevestigd in de Leningstraat. Wellicht gaat het om het aannemersbedrijf van de bouwheer. Voor de woning was reeds een bouwtoelating verleend in 21.11.1960, maar de werken zijn stopgezet wegens niet in regel met het bijzonder plan van aanleg. Na de nodige aanpassingen zijn de bouwplannen opnieuw goedgekeurd op 8.02.1961. In 1971 is een kelder gebouwd onder de bestaande woning.

De plastische gevelbehandeling met uitgesproken textuur- en kleurcontrasten vertoont overeenkomsten met vroegere realisaties van Remaut, met name het appartementsgebouw Casa Nostra in de Jan Van Rijswijcklaan ontworpen in 1956. De woning sluit aan bij de drie bouwlagen hoge bebouwing onder plat dak met voortuin, maar onderscheidt zich kwalitatief van de meer functionele naoorlogse rijbebouwing. De beplante voortuin en de afbuigende oprit in breuksteen is nog bewaard.De woning is ingeplant op een onregelmatig, naar achter smal toelopend perceel. De eerste, niet uitgevoerde bouwtoelating ging uit van een aan de rooilijn gebouwde sokkel met loodrecht hierop ingeplante zijgevel, terwijl de bovenbouw volgens een gedraaide oriëntering, deels overkragend op de sokkel stond. In de bovenbouw wisselden grote boven elkaar geplaatste vensterpartijen blinde muurdelen af; als gevelafwerking was voorzien in een gevarieerd geheel aan materialen, met aandacht voor contrast en ritme.

De uitvoering van bovenstaand ontwerp werd stilgelegd omdat de bouwtoelating afweek van volgende bijkomende bouwvoorschriften: inplanting van de volledige voorgevel op de rooilijn; de linker zijgevel loodrecht op de bouwlijn; uitvoering van de voorgevel en de linker zijgevel in rode ruwe gevelsteen.

Opvallend is dat de tweede bouwtoelating uit 1961 voornoemde voorschriften niet volgt. Zoals in de eerste bouwtoelating, zijn alle vrijstaande gevels ingeplant volgens een gedraaide oriëntatie ten aanzien van de rooilijn, maar nu over de volledige bouwhoogte. Alle gevels zijn volwaardig ontworpen en kregen een parement in een rode siersteen in halfsteens verband in verweerde Dudokvoeg – dieperliggende lintvoegen en platvol gevoegde stootvoegen; kiezelbeton is gebruikt voor de zichtbare betondelen. De drie vrijstaande gevelfronten zijn beschermd door ver uitstekende vlakke kroonlijsten, die aan de straat de insprong ten aanzien van de rooilijn opvangen en zo de aansluiting met de buurwoning maken en bijkomend geritmeerd zijn door een omlopend fries van verticaal gelede grijze glazuursteen.In de voorgevel gaat de aandacht naar een gevelhoog, blind en boven de dakrand uitstekend muurdeel, volledig gerealiseerd in gekloven blauwe steen, terwijl de bouwtoelating een uitgespaard centraal vlak in gekloven witte steen voorzag. De venstertravee zet aan met een paneel in travertijn, aansluitend op een hoog liggend venster en daarboven twee grote boven elkaar staande glaspartijen. De drie niveaus zijn benadrukt door tussenliggende betonstroken, als geheel aan rechterzijde afgezoomd door rode siersteen.

In de zijgevel, waar zich de toegang bevindt, domineert in de bovenbouw een blind muurdeel in rode siersteen, verlevendigd door informeel aangebrachte, liggende en staande openingen (de bouwtoelating uit 1962 voorzag echter een monumentaal, lineair opgevat siersmeedwerk). In de hoek twee boven elkaar staande ruime vensterpartijen met opvallende balkons, waarvan de borstweringen expressief zijn opengewerkt met geprefabriceerde elementen, wellicht uit gebakken aarde. De sokkel kreeg een bekleding in leisteen en is afgelijnd in zichtbeton. Centraal zit het inkomportaal met beglaasde toegangsdeur en vast zijlicht en rechts daarvan de garagepoort. De vensterpartijen waren voorzien met aluminium schrijnwerk. Het vensterschrijnwerk is mogelijk nog oorspronkelijk, maar de garagetoegang is nu vervangen door een sectionaalpoort. In de achtergevel wordt de indeling volgens de finale bouwtoelating bepaald door een centraal blind en gevelhoog muurdeel in witte baksteen, geflankeerd door venster- en balkonpartijen.

De plattegrond van de woning, oorspronkelijk zonder kelder, beantwoordt aan de typologie van de naoorlogse bel-etagewoning, ontsloten vanaf de zijgevel door een centraal ingeplante traphal. Volgens de bouwplannen volgt de indeling van de begane grond een klassieke dubbelhuisstructuur, vooraan ruimte biedend aan de garage, bergplaats en wijnkelder (in 1971 verplaatst naar de toen gegraven kelder). Aan de tuin zit een bureel, opslag voor tuingerief, en verder nog een wasplaats, vestiaire en toilet. De bel-etage is grotendeels ingenomen door een L-vormige leefruimte die vooraan een kamerbreed salon, uitgevend op een balkon en achteraan een zithoek integreert, met aansluitend een buitenterras dat in 1987 is uitgebreid. Tegen de traphal zit aan de tuin nog de keuken, toegankelijk vanuit de eetplaats. De topverdieping herbergt aan de straat een gevelbrede slaapkamer met balkon en suite badkamer op het middenplan, die ook toegankelijk is vanuit de traphal. Nog op het middenplan is ruimte geboden aan een linnenkamer. Aan de tuin zijn verder een grote en kleine slaapkamer ingericht.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 627#20062, 627#26615 en 629#78.

Bron     : -
Auteurs :  Van den Borne, Steven
Datum  : 2018


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Burgerhuis in laat-modernistische stijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305149 (Geraadpleegd op 14-05-2021)