erfgoedobject

Architectenwoning Benoit Dupont

bouwkundig element
ID: 305151   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305151

Juridische gevolgen

Beschrijving

Burgerhuis in beaux-artsstijl, gebouwd als eigen woning voor architect Benoit J. Dupont, naar een ontwerp uit 1928. Tegelijk met deze woning realiseerde Dupont voor eigen rekening ook de aanpalende woning Van Havrelei 5, een traditioneel opbrengsthuis met drie appartementen in een stijl die het midden houdt tussen art deco en beaux-artsstijl. Beide woningen behoren tot de oudste bebouwing aan de Van Havrelei en sluiten qua opzet en schaal aan bij de andere rijwoningen in de gevelwand. De woning Dupont onderscheidt zich echter in het straatbeeld door haar verzorgde stijl en rijke ornamentiek.

Benoit J. Dupont, een zeer productieve architect wiens carrière omstreeks 1925 van start ging, is vooral gekend voor zijn oeuvre uit de jaren 1930. Behalve een aantal ontwerpen in art deco, tekende hij in deze periode flatgebouwen van hoge standing. Op goed vijf jaar tijd realiseerde hij minstens een twaalftal van dergelijke hoogbouwcomplexen in Antwerpen, in een gematigd progressieve architectuur die het midden hield tussen art deco en modernisme. Minder goed gedocumenteerd zijn de eerste jaren van zijn carrière. Dupont lijkt zich in de beginjaren van zijn architectenloopbaan toegelegd te hebben op het ontwerpen van burgerhuizen en meergezinswoningen in beaux-artsstijl, soms met een knipoog naar de art deco. Zijn eigen woning vertegenwoordigt bij uitstek deze behoudsgezinde, klassieke architectuur. Andere vroege realisaties waar Dupont dezelfde vormentaal toepaste, zijn de woning Van Havrelei 12 en de meergezinswoningen Venneborglaan 65 en 71 in Deurne. Verder kunnen, op basis van corresponderende tekenstijlen, grote stilistische gelijkenissen, en identieke details in schrijnwerk- en gevelafwerking, onder meer de anonieme beaux-artsensembles Van Havrelei 37-47, Van Havreplein 7-11, Muggenberglei 52-60, Muggenberglei 64-72, en Muggenberglei 162-168 aan Dupont of diens praktijk worden toegeschreven. Na de Tweede Wereldoorlog lijkt de architect in Antwerpen niet meer actief te zijn geweest.

Met een gevelbreedte van twee ongelijke traveeën, omvat de rijwoning een souterrain met garage en twee bouwlagen onder een pseudomansarde met losangedak. Volledig opgetrokken uit witte natuursteen en rustend op een plint in blauwe hardsteen wordt de lijstgevel horizontaal geleed door een puilijst en een houten kroonlijst. Ter verlevendiging van de gevel maakt de architect gebruik van klassieke ornamenten zoals rankwerk, acanthusbladeren, palmetten, trigliefen, en panelen met bloemenguirlandes. Verder wordt elke gevelopening overspannen door een schouderboog met uitgelengde profilering en een lof- en rolwerkagraaf, de garagepoort en dakvensters uitgezonderd.

De asymmetrische gevelcompositie legt de klemtoon op de brede venstertravee. Deze wordt op de eerste verdieping benadrukt door een drielichtsbow-window op een forse voluutconsole, bekroond met een natuurstenen balkonbalustrade met slanke vaasbalusters. Tussen het centrale venster en het balkon een bladwerkmedaillon met jaartalsteen. Verder vertoont de travee een strikt axiale opzet: in het souterrain een centrale garagepoort met twee deurvleugels tussen ronde schamppalen, bereikbaar via een inrit met bakstenen keermuren gedekt in blauwe hardsteen; op de begane grond twee grote vensters; op de mansardeverdieping een op de as ingeplant korfboogvenster met dubbele balkondeur; en als traveebeëindiging een klokvormige topgevel met rolwerk, segmentvormig fronton met bloemencorbeille, en bekronende pijnappel. De smalle toegangstravee in risaliet zet aan met een hoge deuropening, telt op de verdieping één groot venster met als borstwering een geklost neutenpaneel, en eindigt met een oeil-de-boeuf boven een geprofileerde kroonlijst op kleine consoles.

Van het originele houten schrijnwerk bleven slechts de tweevleugelige garagepoort en de voordeur met een snijraam als bovenlicht bewaard, beide voorzien van ruiten in gehamerd glas en elegante, symmetrisch uitgewerkte smeedijzeren deurroosters. De oorspronkelijke guillotine- en draairamen met fijne roedeverdeling in de bovenlichten, zijn alle vervangen door nieuwe houten ramen, zonder herneming van de oude raamindeling en roedeverdeling. Van de voortuinafsluiting bleven de smeedijzeren zijhekken tussen hardstenen posten behouden.

De plattegrond beantwoordt aan de klassieke typologie van het burgerhuis, bestaand uit een voorbouw en een smalle aanbouw, en ontsloten door een zijdelings ingeplante inkom- en traphal. Volgens het bouwplan biedt de begane grond in de brede venstertravee ruimte aan een enfilade van een salon, eetkamer, en een zitplaats onder daklicht die via een verhoogd terras uitgeeft op de tuin, vijf treden lager. In de toegangstravee liggen achter de traphal, in de lagere aanbouw, een office en keuken met toilet. Op de verdieping omvat de voorbouw een slaapkamer, logeerkamer en badkamer, en de achterbouw een bureel. De mansardeverdieping wordt ingenomen door een slaapkamer, kabinet en mansarde, en het souterrain door een garage, wasplaats, tuinberging, kolenkelder en provisiekelders.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossier 329 # 2948.

Bron     : -
Auteurs :  Bisschops, Tim
Datum  : 2017


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Architectenwoning Benoit Dupont [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305151 (Geraadpleegd op 15-07-2019)