erfgoedobject

Modernistisch burgerhuis

bouwkundig element
ID
305157
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305157

Juridische gevolgen

Beschrijving

Half vrijstaande woning met garage die het midden houdt tussen modernisme en traditionalisme, gebouwd naar een ontwerp van Jos. en Ant. Evrard uit 1937-1938, in opdracht van het echtpaar Wouters. Aannemer was Jos Quick, gevestigd in de Kloosterstraat 35 te Essen, die ook gekend is voor de uitvoering van een reeks woningen in de Tentoonstellingswijk, waarvoor Léon Stynen het ontwerp tekende. De oorspronkelijke tuin werd ontworpen en aangeplant door horticulteur - architecte - paysagiste R. De Vleesschauwer, uit Kapellen. De binnenafwerking werd verzorgd door in het Antwerpse gevestigde firma’s: Lachapelle voor de parketvloeren; tegels door J. Hofmans; de radiatoren zijn afkomstig van Veranneman, terwijl E. Sermon Succ. de marmeren onderdelen voor zijn rekening nam.

Context

Jos. Evrard, die actief was van kort vóór 1900 tot eind jaren 1940, maakte naam met een behoudende architectuur, waaronder enkele kerkgebouwen. Zijn oeuvre uit het interbellum omvat vooral burgerhuizen in beaux-artsstijl en traditionalistische wederopbouwpanden. Hij werkte voor een aantal projecten samen met zijn zoon Antoine Evrard.

Gedurende de jaren 1960 en 1970 richtten eigenaars Jos en Pip Wouters hun woning in als een cultureel centrum genaamd "het Atelier". Het centrum genoot een internationale faam, dankzij de merkwaardige tentoonstellingen, concerten, dansavonden en voordrachten. Onder impuls van Pip Wouters kwamen hier gerenommeerde kunstenaars en artiesten samen zoals Jan Vaerten, Paul Delvaux, Constant Permeke, Pol Mara en Octaaf Landuyt. In de tuin werden naar verluidt ook dansvoorstellingen georganiseerd, waarmee de kiem zou gelegd zijn voor het ontstaan van het Ballet van Vlaanderen.

Deze traditionalistische woning sluit aan bij de omgevende burgerhuizen onder pannendak met voortuin, waar het zich onderscheidt door zijn sobere bruine baksteenfronten in een straatbeeld gedomineerd door art-deco-, of cottagestijl. In de voorhof, die oorspronkelijk onder meer beplant was met dwergconiferen, is de waaiervormige kasseibestrating een recente heraanleg naar oud(er) model (volgens lastenboek voorzien met keramische bestrating), uitgerust met een nog bewaarde lage bakstenen afsluiting en horizontaliserend smeedwerk, waarvan de toegangspoort met bolvormige handgreep, zoals bij toegangsdeur en garage.

De diepe achtertuin getuigt nog van de oorspronkelijke, ruimtelijk en symmetrisch opgevatte indeling met verspringende niveaus, gestructureerd met paden, boorden en muurtjes in flagstones met tusschenbeplanting, en achteraan nog twee oorspronkelijke lindes.

Exterieur

Het twee bouwlagen hoge en aan straatzijde twee traveeën brede burgerhuis is opgevat als een half vrijstaande woning integraal uitgevoerd met baksteenparementen in kruisverband met gesneden afgeronde voeg, onder een schilddak met vergleisde pannen en een uitspringende, nagenoeg vlakke houten kroonlijst, geritmeerd door ondiep paneelwerk. Het geheel rust op een geprononceerde plint van verticaal geplaatste bakstenen. Een traditionalistisch element is de hoog oprijzende, recent heropgemetselde schoorsteen achteraan in het dakvolume. Voor de constructie is onder meer gebruik gemaakt van houten roosteringen en metalen liggers in combinatie met holle brikken voor de vloeren van badkamer en boventerras, terwijl beton gebruikt is voor deurluifels en lateien; opvallende accenten zijn de onderdorpels in blauwe hardsteen voor de inkom- en dienstdeur.

De als façade uitgewerkte straatgevel kreeg een klassieke enkelhuisindeling met smallere inkomtravee en een brede venstertravee, regelmatig geordonneerd met grote vensterpartijen. Het inkomportaal valt op door zijn weloverwogen plastische behandeling contrasterend met de vlakke gevels, en verder door zijn modernistische horizontale belijning (herhaald in nummer 21) met beglaasd ijzeren smeedwerk, geritmeerd door laddervormige dubbele roeden. Het portaal is beschermd door een gestrekte luifel die voordeur en zijlicht integreert, en toegankelijk is middels een twee treden hoog en afgerond bakstenen bordes. De brede flanken van de terugwijkende inkomdeur zijn asymmetrisch uitgewerkt: rechts getrapt en links overhoeks doorlopend in het hoog toiletlicht met onderliggend spaarveld.

In de zijgevel zit rechts een diensttoegang met vlakke inkomdeur naar de keuken, eveneens onder gestrekte luifel, geflankeerd door een hoog geplaatst zijraampje in een blind muurdeel aan de hoek. Boven en links van de toegang zijn regelmatig geplaatste vensterpartijen van verschillende formaten, in de bovenbouw horizontaal belijnd door over twee vensters doorlopende onderdorpels. De gevelfronten zijn verlevendigd door asymmetrisch ingedeeld metalen vensterschrijnwerk (Chamebel), met geglazuurde tegels (Tongria) voor de onderdorpels.

Het metalen vensterschrijnwerk is nog aanwezig. In de dakpartij zijn later ingebrachte vlakke dakramen te bemerken, met centraal in de voorgevel nog een oudere dakkapel. De achtergevel heeft nog de oorspronkelijke zonnewering met fraaie metalen mechaniek, geleverd door de Berchemse firma Vervroegen. De garage is terugwijkend uitgevoerd ten aanzien van het ontwerpplan. hiervan zijn het pannen schilddak en de tweedelige vlakke poorten voor- en achteraan bewaard.

Interieur

In tegenstelling tot de eerder traditionele gevelbehandeling kreeg het interieur een meer progressieve ruimte-indeling. De architect gaat nog steeds uit van een indeling in twee traveeën in de trant van de 19de-eeuwse enkelhuizen, maar doorbreekt dit schema door de plaatsing van de trap in de brede travee, verlicht door een achthoekig daklicht. De hall met zijdelings trappenhuis is opgevat als voorsalon, aansluitend op de achterliggende L-vormige leefruimte met thans verdwenen sierschouw, bekleed in terre cuite. De nog traditionele opdeling van deze ruimten is visueel aangegeven door een tussenmuur met ruime doorgang, afscheidbaar met een gordijn. De leefruimte is nadrukkelijk op de tuin betrokken middels nog aanwezige vijfdelige vensterdeuren. De keuken zit links achter het in marmer uitgevoerd inkomportaal en is verbonden met de kelder en de leefruimte. Op de verdieping zijn vooraan, in de inkomtravee twee slaapkamers en rechts een logeerkamer geschikt, terwijl achter de traphal een grote slaapkamer met en suite badkamer, ruimte latend voor een inpandig op de tuin gericht terras. De zolderverdieping is recent ingericht met kamers.

Afgezien van de nu gerenoveerde keuken en badkamer is het interieur vrij gaaf bewaard. Integraal behouden zijn de vloeren in strokenparket (wellicht Hongaars eikenhout) in de leef - en bovenliggende slaapvertrekken; het trappenhuis met gesloten leuning met opliggende houten greep en verder de houten binnendeuren met metalen handgrepen als modernistische detaillering. Opvallend fraaie details zijn de oude lichtarmaturen in de leefruimte, naar verluidt ontworpen door de architect. Het gaat om cirkelvormige en afgerond langwerpige lichtarmaturen, met in koper uitgevoerd beglaasd kader en expressieve klemmen, bevestigd aan een plafondsokkel.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 329#15569.
  • Informatie verkregen van de eigenaar (januari 2018).
  • VAN DEN BORNE S. 2017: Terreinbezoek Van Hersbekelei 19 (Antwerpen) (terreinbezoek op 30 januari 2018).

Bron     : -
Auteurs :  Van den Borne, Steven
Datum  :


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Modernistisch burgerhuis [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305157 (Geraadpleegd op )