erfgoedobject

Burgerhuis in naoorlogs modernisme

bouwkundig element
ID
305161
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305161

Juridische gevolgen

Beschrijving

Half vrijstaande villa met garage in een gematigd modernistische stijl, gebouwd naar ontwerp van Carlo Van Grimbergen uit 1948. Opdrachtgever was Frans Van Hest, die toen een woning betrok in de Kerkstraat 72. Het pand onderging verbouwingswerken in 1970 en 2003.

Context

De woning is een vervangbouw van een wellicht door V1 of V2-bommen vernielde bestaande constructie. Volgens een verbouwingsplan uit 1935 getekend door Emiel De Zadeleir in opdracht van F.A. Wesselink, had de oorspronkelijke woning een veelhoekig salon aan straatzijde, een inkom met parloir toegankelijk vanaf de zijgevel en achteraan een zitplaats uitgevend op de tuin. Dat ontwerp maakte deel uit van een project voor een reeks gekoppelde half vrijstaande cottagewoningen met voortuin in de Van Hersbekelei en aansluitende percelen in de Jos Verbovenlei, ontworpen in de jaren 1920 volgens een spiegelend standaardplan. De woningen aan de noordelijke, even zijde van de Van Hersbekelei (nummers 4, 6, 8, 10, 12) lijken integraal en gefaseerd uitgevoerd tussen 1924 en 1926, waarbij de archiefbescheiden steeds aannemer Louis Vermeiren-Broeckx opgeven als opdrachtgever, die mogelijk gelinkt kan worden aan de in 1911 gestichte bouwpromotor (Naamloze) Antwerpsche Maatschappij voor de onderneming van openbare en bijzondere werken.

Vermoedelijk naar aanleiding van oorlogsschade, tekende Centraal Architecten Bureau, gevestigd aan de Frankrijklei 30, in 1947 voor H.M.A. Wesselink een onuitgevoerd ontwerp voor een nieuwbouw op dezelfde locatie. Het ging om een strakke, doosvormige constructie in modernistische stijl. Kort nadien is de woning verkocht aan Frans Van Hest, die architect Carlo Van Grimbergen in 1948 bouwplannen liet tekenen, opnieuw voor een moderne woning maar hier met traditionalistische invloeden, waarvan het ontwerp wel uitgevoerd is.

Het ontwerp behoort tot het vroege oeuvre van Van Grimbergen, die zich in 1937 met een eigen bureau in Kapellen had gevestigd. Waar zijn vooroorlogse realisaties tot het modernisme worden gerekend, maakte de architect tijdens de jaren 1950 vooral naam met traditionalistische villa's onder rieten dak. Zijn villa "Hertenren" op de Bredabaan in Brasschaat, werd in 1954 zelfs bekroond met de Antwerpse Houtprijs voor Architectuur. De villa Van Heste sluit aan bij de omgevende pittoreske bebouwing met voortuin, karakteristiek in deze straat. De oorspronkelijke lage tuinafsluiting (bakstenen pilasters waartussen fors horizontaal smeed- of houtwerk) en de bestrating van de doorrij is wellicht na 2007 vervangen.

Exterieur

Harmonisch ingebed in het straatbeeld middels een rood pannendak met houten kroonlijst en hoog oprijzende schoorsteen, onderscheidt de twee bouwlagen hoge woning zich door een moderne ingesteldheid: een opvallend dynamisch uitgewerkte begane grond, en een strakke maar ritmische gevelordonnantie waarbij horizontale en verticale elementen mekaar in evenwicht houden. Zoals bij de andere half vrijstaande woningen in de straat is geopteerd voor een uitgesproken volumewerking door het gebruik van in- en uitspringende geveldelen. Asymmetrisch van opzet tonen de bouwplannen een horizontaal 'verschoven' mank zadeldak met nok evenwijdig aan de straat, die aan de vrijstaande zijgevel, waar zich de toegang bevindt, in overstek uitgevoerd is. Op die manier wordt volgens de bouwplannen rechts ruimte geboden aan twee stroken platte daken (voor en achter), en een tussenliggend dwars georiënteerd zadeldak. Dit laatste is echter tegen de voorgevel uitgevoerd met achterliggend een langgerekt plat dak, dat in 2007 tot lichtstraat aangepast is. Het ontwerp kenmerkt zich door een als één geheel ontworpen voor- en zijgevel met parement uit klampsteen in kettingverband met Dudokvoeg – dieperliggende lintvoegen en platvolle stootvoegen, onderaan terugwijkend opgevat als lage plint (oorspronkelijk af te werken met blackvernis maar nu naakte baksteen). Voor de constructie is gebruik gemaakt van dragend metselwerk in combinatie met metalen I-liggers, onder meer ter ondersteuning van het dakvolume, terwijl gewapend-betonelementen toegepast zijn voor de loggia in de voorgevel en, gecombineerd met holle brikken, voor de roosteringen. Witte natuursteen is aangewend voor decoratieve details die de gevels een massief karakter verlenen, zoals voor de vensteromlijsting van de slaapkamer, de sluitsteen van de toegangsdeur en voor de consoles die het imposante dakvolume ondersteunen. Daarnaast is blauwe hardsteen gebruikt voor de vensterdorpels en bij de sluitsteen en dakrand van de garage. Boomse tegels zijn aangewend voor omlijsting van de muurnis en voor de vensterdorpels.

De voorgevel is in de bovenbouw tweeledig opgevat met links een manke puntgevel, verfraaid met decoratief metselwerk (kepermotief) in de punt. Dit geheel sluit rechts aan op een schouderstuk met kroonlijst, die ondersteund worden door een console als beëindiging van een verticaal risaliterend muurdeel met centrale nis voor de vlaggenmast, waarvan enkel de decoratieve houder bewaard is. De dagkanten van deze nis zijn bekleed met schuin geplaatste Boomse tegels. De puntgeveltravee kreeg op de eerste verdieping een gevelbreed vierdelig slaapkamervenster met daarboven een zolderlicht, uitgewerkt als een verticaliserend element dat één niveau lager herhaald wordt in de muurnis. In de hoek op de begane grond breekt de gebogen uitgewerkte loggia uit het rechthoekige grondplan, waardoor een harmonische verbinding met de zijgevel ontstaat, nog benadrukt door een uitspringende puilijst in simili die doorloopt in de zijgevel. Volgens de bouwplannen werd deze opvallende uitsprong geaccentueerd door een tweeledige afwerking: boven een rastervormige bekleding met Boomse tegels (na 1970 verschraald door een similibekleding) vanaf de onderdorpels rustend op een bakstenen borstwering die opgevat is als een hoge plint, afgedekt met Boomse tegels en afgezoomd door lage bakstenen bloembakken. De loggia is nadrukkelijk op de straat gericht middels omlopende twee- en vierlichten, gedeeltelijk uitgespaard in het baksteenmetselwerk, waarvan de flankerende hoge woonkamervensters na 1970 gedicht zijn.

De zijgevel kreeg centraal een twee treden boven het maaiveld gelegen toegang met schuine dagkanten en sluitsteen, in de bovenbouw gemarkeerd door een traplicht met flankerende houten kroonlijsten op monumentale consoles volgens een geknikt ojiefmotief (zie muurnis van de façade). In de toegang zit een beglaasde rondboogdeur met eenvoudig siersmeedwerk en een bovenlicht als onderdeel van een vierlicht dat de sterk horizontaliserende puilijst aflijnt.

Het houten vensterschrijnwerk is in of na 1970 vervangen met herneming van de karakteristieke asymmetrische indeling maar met onaangepaste profieldikte, terwijl de beglaasde voordeur met siersmeedwerk behouden is. De natuurstenen sluitstenen en consoles zijn nu wit geschilderd.

De tegen de woning gebouwde garage kreeg waaiervormig metselwerk en is uitgerust met een tweedelige houten segmentboogpoort.

Interieur

De binnenindeling van de deels onderkelderde woning weerspiegelt, ondanks de inkom in de zijgevel en afwijkend van de eigenzinnig opgevatte buitengevels, op de begane grond een modern opgevatte enkelhuisopdeling met smalle travee voor de dienstfuncties en brede travee voor de leefvertrekken, een indeling die niet doorgezet is in de bovenbouw. Op het gelijkvloers worden de kamers ontsloten vanuit een zijdelings ingeplant trappenhuis met vestiaire en toilet. Het niveau wordt grotendeels ingenomen door een L-vormige woonkamer, aan straatzijde gevelbreed en uitlopend in een loggia, en achteraan verbonden met de eetkamer. Achter de hal zit de keuken, die samen met de eetkamer uitgeeft op een door bloembakken afgezoomd terras aan de tuin. In 2007 is de bestaande indeling aangepast aan een eigentijdse smaak: een perceeldiep en volledig opengewerkt leefvertrek met zitplaats aan de straat; centraal keukeneiland; en aan tuinzijde een L-vormig uitgebreid volume dat speelruimte, woonkamer en eetkamer, en achter de garage een functioneel blok met toilet en opbergruimten integreert.

De verdieping herbergt een grote slaapkamer aan de straat en twee aan tuinzijde waarvan de rechter kamer uitgeeft op een balkon met gebogen grondplan dragend op een betonnen kolom, als geheel na 1970 opgeofferd voor een ruim terras aan de aanpalende kamer; op het middenplan de badkamer met dakkoepel aan een L-vormige nachtgang, ontworpen onder een zadeldak, dat echter uitgevoerd is boven de woonkamer aan straatzijde met een plat dak en koepel voor de badkamer. Deze gewijzigde uitvoering bepaalde ook de nieuwe indeling van de bovenliggende zoldervertrekken. Onder de woonkamer zijn vier kelderruimten ingericht.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 329#12383, 329#19837, 626#11454, 627#26064 en 3184#325.

Bron     : -
Auteurs :  Van den Borne, Steven
Datum  :


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Burgerhuis in naoorlogs modernisme [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305161 (Geraadpleegd op )