erfgoedobject

Burgerhuis in cottagestijl

bouwkundig element
ID: 305164   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305164

Juridische gevolgen

Beschrijving

Eengezinswoning in vereenvoudigde cottagestijl, gebouwd in opdracht van de (Naamloze) Antwerpsche Maatschappij voor de onderneming van openbare en bijzondere werken. Hoewel de gevelsteen '1928' aangeeft zou de woning volgens kadastergegevens reeds in 1927 of kort daarvoor gebouwd zijn. Deze bouwpromotor, die architect François Toen tot zijn beheerders kon rekenen, bood tussen 1920 en 1926 verscheidene bouwgronden voor verkoop aan al dan niet met in eigen beheer gerealiseerde burgerhuizen in het meer gegoede zuidelijke deel van Deurne, rondom het Te Boelaer- en Boekenbergpark. Gezien het bouwdossier niet werd teruggevonden, is de architect vooralsnog onbekend. De gevel onderging achtereenvolgens in 1954 en 1962 aanpassingswerken naar ontwerp van respectievelijk M. Van den Bosch en R. Ceulemans. In 1991 is de woning gemoderniseerd naar ontwerp van A. Mostien in opdracht van M. De Graef.

De woning sluit aan bij de omgevende panden in cottage- of art-decostijl, met strakke gevelvormgeving en ritmerende erkerpartijen. Daarnaast onderscheidt het pand zich door zijn sobere baksteenparement met spaarzame simili-accenten in de aanééngesloten bebouwing (nummers 7 tot 17) gekenmerkt door een nadrukkelijk contrasterend gebruik van baksteen en simili.

Twee ongelijke traveeën en drie bouwlagen tellend onder een pannen zadeldak, kreeg de lijstgevel een parement in roodbruine baksteen in platvol gevoegd kruisverband, en rustend op een plint in blauwe hardsteen. Simili is aangewend voor de erker (stijlen en lateien) en in de gevelbeëindiging, blauwe hardsteen voor vensterdorpels en in het inkomportaal, eventueel met bijkomend gebruik van beton voor constructieve details.

Het gevelontwerp volgt de klassieke enkelhuisopdeling met een benadrukte brede puntgeveltravee verfraaid met een decoratieve houten top, en aanpalend een smalle inkomtravee. Op elk niveau geopend met drielicht, kreeg de brede risaliterende travee beneden een rechthoekige erker, waarvan de onderdorpels de stijlen doorsnijden. De erkerpartij onder een leien afdak sluit aan op een smaller uitgewerkt liggend venster, bovenaan met verzonken rollaag. Erkerafdak en venster zijn in 1962 verlaagd. In de bovenverdieping zat oorspronkelijk een kleiner rondboogvenster, dat in 1954 vergroot is tot een rechthoekig formaat, regelmatig geordonneerd boven de raampartij van de eerste verdieping. Het cottagekarakter beperkt zich voornamelijk tot de sobere maar elegante houten bekroning: ongelijk uitgelengde en geometrisch vormgegeven consoles in stijl- en regelwerk als ondersteuning van de in overstek uitgevoerde beplankte constructie met geprononceerde punt. Het geheel is gevat tussen als oren en in het gevelvlak geplaatste postamenten, afgerond beëindigd en benadrukt door accenten in simili of natuursteen. Dit subtiel sculpturaal karakter komt verder tot stand door het licht vooruitgezet gevelfront, aan weerszijden afgezoomd middels een aan rechterzijde gepleisterde arrière-corps. Een opvallend decoratief element is de cartouche in simili met sierlijk uitgewerkte oprichtingsdatum, centraal in de borstwering van het bovenvenster.

Volgens het verbouwingsplan uit 1954 was de smalle inkomtravee aanvankelijk toegankelijk middels drie treden, waarvan de onderste later geïntegreerd is in een verhoogd beklinkerd toegangspad. Het inkomportaal met rondboogdeur en omlopende baksteenomlijsting is beschermd door een leien afdak dragend op dwarse consoles; oorspronkelijk aansluitend op een patrijspoort wellicht met decoratieve spuwer, die in 1954 vervangen is door een rechthoekig opendraaiend venster. Tegen de kroonlijst een drielicht met terugwijkend schrijnwerk tussen forse bakstenen vensterposten, als verticaliserend element benadrukt door boven elkaar geplaatste, uitkragende baksteenkoppen. In 1954 is onder de erker een half ondergrondse garagetoegang met omlijsting in blauwe hardsteen ingericht, hoewel vooral de gelijktijdig uitgevoerde vensteraanpassingen de gevelritmiek verzwakt hebben. De fraai houten gevelbeëindiging is bewaard gebleven, maar het deur- en vensterschrijnwerk is integraal vervangen, waarbij de oude indeling met kleinroedeverdeling gerespecteerd lijkt, bij erker en aansluitend venster enkel in de bovenlichten uitgevoerd.

Verbouwingsplannen uit 1991 tonen de oorspronkelijke interieuropvatting van de gedeeltelijk onderkelderde woning, waarbij de uitwendige enkelhuisopdeling met smalle inkomtravee en brede erkertravee binnenin is doorgezet: dienstvertrekken in de inkomtravee en leefvertrekken in de brede travee. De verschillende niveaus zijn ontsloten vanuit een zijdelings ingeplant trappenhuis. In de smalle inkomtravee zijn achtereenvolgens inkom, trap en de keuken geschikt, met aanpalend in enfilade het salon en een achterliggende eetkamer. In 1991 is het bouwvolume achteraan uitgebreid in functie van een open keuken en ruime eetkamer, waarvoor een bestaande veranda opgeofferd is. Op de verdieping een kleine kamer aan weerszijden van de traphal en in de brede travee, achter elkaar geschikt twee grote (slaap)kamers.

  • Kadasterarchief Antwerpen, Leggers Antwerpen, afdeling VI (Deurne), artikels 40.
  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 626#16123, 627#21585 en 629#1206.

Bron     : -
Auteurs :  Van den Borne, Steven
Datum  : 2018


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Burgerhuis in cottagestijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305164 (Geraadpleegd op 05-08-2020)