erfgoedobject

Modernistische meergezinswoning

bouwkundig element
ID: 305170   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305170

Juridische gevolgen

Beschrijving

Half vrijstaande meergezinswoning in nieuwe zakelijkheid, gebouwd naar ontwerp van architect Willie Pijl uit 1932, in opdracht van O. Vanrenterghem, De Wittestraat 23 in Berchem. In 1950 is een garage bijgebouwd naar ontwerp voor Geo Demeulemeester in opdracht van Pincket.

Architect Pijl, die in het Antwerpse actief was van kort vóór de Eerste Wereldoorlog tot zijn overlijden in 1945, legde zich vooral toe op het vrijstaande landhuis voor de burgerij. Waar in zijn vroege werk tot eind jaren 1920 de eclectische stijl werd afgewisseld met de cottagestijl, ontwikkelt hij in de jaren 1930 een herkenbaar baksteenmodernisme met een strakke volumewerking, waarvan de woning Vanrenterghem een sprekend voorbeeld is. Andere gelijkaardige modernistische voorbeelden van deze architect zijn een reeks alleenstaande woningen, zoals een villa aan de Meerlenlaan 51 uit 1936, een woning in de Elsdonklaan 10 uit 1938 en - als deel van een geheel van drie villa’s in nieuwe zakelijkheid - het nummer 18 in dezelfde straat, eveneens uit 1938.

De woning maakt deel uit van de aaneengesloten, overwegend twee tot drie bouwlagen hoge, eenvoudige interbellumbebouwing onder plat dak in dit deel van de Van Notenstraat, waar het zich onderscheidt door de zijdelingse voortuin en een compact bouwvolume met strak bepleisterde modernistische gevels. Nog behouden is de bakstenen afsluiting met deksteen in natuursteen en horizontaliserend, plat uitgevoerd ijzeren smeedwerk, waarvan de toegang met vernieuwd poortje, aan de linkerzijde in 1950 vervangen door een garage.

Karakteristiek voor de Nieuwe Zakelijkheid, gaat het ontwerp uit van een optimale lichtinval rekening houdend met de stedelijke context van doorgaans smalle aaneengesloten percelen. De architect kiest ervoor om het perceel slechts voor de helft te bebouwen in de diepte van het perceel met toegang in de zijgevel. Op die manier wordt ruimte gelaten voor een voortuin en een goede bezonning vanuit het zuiden. De architect kiest voor een benadrukt, quasi doosvormig bouwvolume, opvallend smal uitgewerkt aan straatzijde, waar de gevelbreedte slechts 5 meter bedraagt, en trapsgewijs verbreedt naar achter toe. Als één geheel ontworpen, kregen voor-, zij- en achtergevel baksteenparementen in gele handvorm (Belvédère) uitgevoerd in halfsteens verband met Dudokvoeg – dieperliggende lintvoegen en platvolle stootvoegen, gecombineerd met simili voor de gevelvlakken en donkergrijze natuursteen (mogelijk basalt of leisteen) voor plint, vensterdorpels en dakrand. Het ontwerp kenmerkt zich verder door de vlak bepleisterde muurfronten in simili, waarin een omlopende uitgespaarde baksteenstrook op de verdieping een verbinding maakt tussen de vensterpartijen met doorlopende dorpels. Deze horizontaliserende werking is nog versterkt door de overstekende vlakke houten kroonlijst, beëindigd door een hoge borstwering onder de dakrand. De strakke muurafwerking wordt getemperd door vier bakstenen schoorstenen (vandaag grotendeels verdwenen), in de zijgevel gevelhoog uitgespaard in de similivlakken.

De gevels zijn regelmatig geordonneerd met recht boven elkaar geplaatste rechthoekige vensterpartijen, steeds driedelig opgevat in de bovenbouw en variërend van indeling op de begane grond, oorspronkelijk wellicht ingevuld met stalen schrijnwerk. Vooraan is het bureau betrokken op de straat middels een driedelig breed venster, dat herhaald wordt in de bovenbouw. In de oksel, vooraan in de zijgevel, zit de toegang met getrapt verdiepte toegangsdeur. De onderbouw van het inkomportaal bestaat uit een middels drie treden bereikbaar bordes (later aangepast), belijnd met een lage hardstenen borstwering. Hierachter is de leefruimte geopend naar de tuin door tweedelige, opendraaiende vensterdeuren met vaste zijlichten.

De beglaasde toegangsdeur met siersmeedwerk, forse, wellicht koperen handgrip en de zijdelingse brievengleuf is bewaard gebleven, maar het vensterschrijnwerk is integraal vernieuwd, met gewijzigde indeling, hetgeen het oorspronkelijke gevelkarakter enigszins heeft afgezwakt. Wel behouden is het geometrische smeedwerk van de kelderlichten, plastisch uitgespaard in de plint door middel van verzonken lateien.

De interieurstructuur van de gedeeltelijk onderkelderde woning geeft blijk van een eigenzinnig ontwerp, als een eigentijdse variant op de klassieke dubbelhuisstructuur. In functie van licht en lucht voor alle leef- en slaapvertrekken, zit de traphal niet aan de inkom maar tegen de noordelijke scheimuur, samen met inkom en vestibule geïntegreerd in een doorlopende L-vormige circulatieruimte. De begane grond biedt aan straatzijde ruimte aan een kantoor; achter de hal zit de woonkamer met en suite een veranda, terwijl de keuken gesitueerd is achter de traphal in een aan de tuin uitspringend volume, met in aanbouw een bijkeuken van één bouwlaag. De verdieping vertoont een gelijkaardige structuur: aan de straat een (slaapkamer) met daarachter een afzonderlijk toegankelijke badkamer. Achteraan, bereikbaar via een smalle gang, een extra wooneenheid met vestibule, twee (leef)ruimten en een keuken met klein balkon. Onder de inkom zit een kolenkelder, en verder zijn op dit niveau nog drie opslagruimten.

In 1950 is links aan de rooilijn een vrijstaande garage gebouwd met hoge plint in naakte baksteen (Belvédère) daarboven afgewerkt in simili met uitspringende vlakke kroonlijst en bekronende borstwering, harmonisch aansluitend op de voortuinafsluiting en de gevelafwerking van het woonhuis. De rastervormig uitgewerkte driedelige toegangsdeuren zijn mogelijk gewijzigd uitgevoerd met vlakke panelen, nu met vervangen deurgreep.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 329#9439 en 626#13197.

Bron     : -
Auteurs :  Van den Borne, Steven
Datum  : 2018


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Modernistische meergezinswoning [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305170 (Geraadpleegd op 28-11-2020)