erfgoedobject

Burgerhuis in art deco

bouwkundig element
ID: 305173   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305173

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Burgerhuis in art deco
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Burgerhuis in art deco naar ontwerp van architect Jan Sels uit 1932-1933 namens Matthijssens-Clarin, Jacob Martinus, die volgens kadastrale gegevens werkzaam was als hulpmachinist, terwijl de voormalige eigenaar - naar mondelinge overlevering - de bouwheer omschrijft als gepensioneerde Scheldeloods. In 1936 is de woning uitgebreid opnieuw naar ontwerp van Jan Sels. Een gevelinscriptie links boven de plint geeft de naam van de architect weer.

Jan Sels was gevestigd was aan de Waalhofstraat 12 in Deurne en liet een omvangrijk lokaal oeuvre na van woonhuizen in een herkenbare art-decostijl. De in (geglazuurde) baksteen opgetrokken gevels hebben veelal een klok- of schelpvormige top en zijn gekenmerkt door een variërende samenstelling van gestandaardiseerde witstenen decoratieve elementen, in combinatie met metalen balustrades, voorhofafsluitingen, venstertraliën en deurschrijnwerk in een geometrische art-decovormgeving.

De woning sluit aan bij een aaneengesloten geheel van doorgaans sobere, twee of drie bouwlagen hoge interbellumwoningen, karakteristiek voor dit gedeelte van de Van Notenstraat tussen de Van Hersbekelei en de Drakenhoflaan. Het pand is het middelste van een ensemble van drie woningen - nummer 76 en 80 naar ontwerp van Benoit Dupont - dat zich onderscheidt in het straatbeeld door een verzorgd uitgewerkte gevelvormgeving met nadrukkelijk gebruik van witte natuursteen.

Met een gevelbreedte van twee traveeën telt de onderkelderde rijwoning twee bouwlagen onder een plat dak. De lijstgevel kreeg een parement in rode baksteen in platvol gevoegd kettingverband met hoge plint in blauwe hardsteen. Verder vertoont het gevelfront een voor Sels kenmerkende vormgeving, materiaalgebruik en indeling, met toepassing van witte natuursteen voor pui en gevelbekroning, en bijkomend voor de vensterdorpels. Simili lijkt gebruikt voor de bow-window. Sterk ritmisch en geometrisch van opzet, brengt de witstenen bekleding, voorbij het decoratieve, een geslaagde verbinding tot stand tussen de begane grond en de axiaal opgevatte bovenbouw met bow-window voorzien van flankerende vensters en de schelpvormig uitspringende gevelbekroning.

De verhoogde begane grond heeft rechts een door blauwe hardstenen trappen ontsloten verdiepte toegang en aansluitend een quasi halfronde, vierdelige vensterpartij met waaiervormige, getrapte omlijsting, waarvan de dagkanten als afgeronde accoladebogen zijn uitgewerkt en die centraal doorlopen in twee verticale lichten met forse omlijstingen. Halfhoog aanzettend, is dit sculpturaal accolademotief hernomen in het inkomportaal met beglaasde metalen deur, die beschermd is door elegant belijnd, naar de art nouveau verwijzend smeedwerk. Links van de toegangsdeur zit een hoog en smal zijlicht. Boven de toegang een bas-reliëf met afbeelding van een pakketboot, die wellicht gelinkt kan worden aan de bouwheer. Boven de openingen van de begane grond maken getrapte witte natuurstenen blokken de overgang naar de smaller opgevatte bow-window op de verdieping, die opengewerkt is met een vierlicht. Deze bow-window kreeg een nadrukkelijk verticale geleding middels vlakke geprononceerde ribben die de vensterstijlen incorporeren - volgens de ontwerpplannen bovenaan met onuitgevoerde of later verdwenen decoratieve beëindiging - en met doorlopende vensterdorpels als horizontaal tegengewicht. De flankerende staande zijlichten sluiten middels deels overlappende witstenen platen vloeiend aan op de verdiepte schelpvormige bekroning, die net als het benedenvenster en de inkomdeur gesculpteerd is met accoladebogen maar waarvan de oorspronkelijk waaiervormige opstand nu vlak is overpleisterd. De gevel is verder verlevendigd door geometrisch smeedwerk in de hoge kelderlichten, in de verticale delen van het benedenvenster en in de borstwering van de zijlichten op de verdieping.

Alle siersmeedwerk is bewaard gebleven. Ook behouden is het fraaie glas-in-loodwerk op de begane grond, geometrisch en polychroom uitgewerkt met nadruk op de verticale lichten, en traditionalistisch en in hoofdzaak monochroom (doorzichtig paars) in de kwartronde vensterdelen. Het vensterschrijnwerk lijkt nog grotendeels bewaard, met vervangen beglazing van het oude glas-in-lood in de bovenbouw.

De plattegrond van de deels onderkelderde woning is opgevat volgens een klassieke dubbelhuisindeling met zijdelings, evenwijdig met de straat ingeplant trappenhuis. Op de begane grond ontsluit de inkomhal een drie treden hoger gelegen bordestrap met vestibule, van waaruit de voorkamer aan de straat en de achtergelegen, perceelbrede eetkamer ontsloten is. In de één bouwlaag hoge aanbouw zit een office, keuken en toilet, samen met de eetkamer uitgevend op een koer die middels een brede trap naar de tuin leidt. De verdieping wordt vooraan ingenomen door een ruime kamer met erkerbalkon en en suite badkamer; aan tuinzijde nog een kamer.

De voor Sels karakteristieke geometrische gevelvormgeving kreeg een waardig bewaard gebleven equivalent in de centrale zone die vestibule en traphal integreert. Opgevat als ontvangst- en circulatieruimte, representeert deze ruimte zich als veelkleurig ensemble met een diversiteit aan gebruikte materialen: geometrische vloerbetegeling in Winckelmanstegels (groen-zwart) met plint in gevlamd marmer (rood-wit), rondboogopening tussen traphal en vestibule - echter met verdwenen geometrische sierschouw -, trappenhuis met fors geblokte trappalen en contrasterend hiermee een ritmische leuning in siersmeedijzer (spiraalmotief). De trapzaal baadt in een kleurrijk daglicht door middel van polychrome glas-in-loodelementen in het plat licht met gecombineerd gebruik van figuratieve (gestileerde pauw) en geometrische motieven in de beglaasde toegangsdeuren naar voorkamer en eetkamer. Verder is in de voorkamer de parketvloer (losange) en eveneens de sierschouw met matte zwarte tegels en goudkleurige boord nog aanwezig.

  • Kadasterarchief Antwerpen, Leggers Antwerpen, afdeling VI (Deurne), artikel 2891.
  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 329#13302.
  • BRAEKEN J., DE VOEGHT L., JACOBS T., LEURIDAN M., MIGOM S., PANDELAERS J., SNAET J., SOMERS L. & WYNS, D. 2017: Brochure Open Monumentendag. Programma Antwerpen: 10 september 2017, Antwerpen, 158-159.
  • Mondelinge informatie verkregen van de eigenaar (februari 2018).

Bron     : -
Auteurs :  Van den Borne, Steven
Datum  : 2018


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Burgerhuis in art deco [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305173 (Geraadpleegd op 17-01-2021)