Architectenwoning Julien Schillemans

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Antwerpen
Deelgemeente Deurne
Straat Van Steenlandstraat
Locatie Van Steenlandstraat 88, Antwerpen (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Herinventarisatie Deurne (Antwerpen) (inventarisatie: 01-06-2015 - 30-04-2018).

Juridische gevolgen

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Modernistisch burgerhuis, gebouwd als architectenwoning voor de visionaire en utopische architect Julien Schillemans naar een eigen ontwerp uit 1930. Oorspronkelijk waren vier bijkomende bouwlagen met appartementen voorzien, maar deze werden nooit uitgevoerd. Het is opgetrokken op een perceel doorsneden door de grens tussen de districten Borgerhout en Deurne. Hoewel het ontwerp nooit volledig gerealiseerd geraakte en het woonhuis later verschillende aanpassingen onderging, vormt het naast de kunstenaarswoning van Lode Vleeshouwers en Angèle Simonart één van de zeldzaam bewaarde relicten van zijn in eigen naam ontworpen gebouwde oeuvre.

Binnen het modernisme neemt Julien Schillemans (1906-1943) een bijzondere positie in. Afkomstig uit een arbeidersgezin en beeldend bijzonder begaafd, volgde hij aan de Antwerpse academie oorspronkelijk een opleiding schilderkunst. Tegelijkertijd werkzaam als tekenaar bij het architectenbureau Cols & De Roeck, ontwikkelde hij zich echter spoedig als ontwerper. Wanneer hij in de driejaarlijkse ontwerpwedstrijd van de KMBA in 1927 de tweede prijs haalde, wist hij zich te kwalificeren als architect. Aanvankelijk socialist en in 1931 toegetreden tot de communistische partij, droomde hij van een klasseloze maatschappij gebaseerd op authentieke waarden als eerlijkheid, gelijkwaardigheid, eenvoud en vrije zelfontplooiing. In 1943 kwam abrupt een einde aan zijn leven wanneer hij als lid van de gewapende weerstand op 37-jarige leeftijd zonder vorm van proces gefusilleerd werd door de Gestapo. Het meest bekend is zijn utopische wereldstadproject in de lijn van de desurbanistische voorbeelden in de Sovjetunie, opgebouwd uit een keten van een vijftigtal cirkelvormige megastructuren in twee gigantische waaiers van langgerekte woonstroken. Zijn bouwkundige realisaties naar eigen ontwerp bleven daarentegen beperkt tot een aantal particuliere woonhuizen, waarvan zijn eigen woning in Deurne één van de weinige voorbeelden vormt.

Hoewel Schillemans al in 1928 toelating kreeg voor zijn vooruitstrevende modernistische project op de grens van Deurne en Borgerhout, werden naar aanleiding van juridische geschillen tussen de 'Maatschappij Borgerhout-Uitbreiding' en de gemeente Borgerhout over de verkavelde percelen bouwovertredingen vastgesteld die leidden tot het stilleggen van de werken. Onder meer het gebruik van beton in plaats van het baksteenmetselwerk, in het bijzonder voor de scheimuren, resulteerden in 1930 in een nieuwe aanvraag en toelating, waarbij Schillemans het ontwerp licht wijzigde. De volledig in gewapend beton uitgevoerde en maximaal met glas opengewerkte constructie voorzag in een twee bouwlagen hoge eigen woning met afzonderlijke toegang en radicaal open plan met centrale spiltrap, en daarboven nog eens vier bijkomende bouwlagen met telkens één appartement.

De betonnen muren zouden gestort zijn geweest in benzinebussen, illustratief voor zijn zoektocht naar eigen bouwsystemen. Ook de huurappartementen kregen een rond het centrale gemeenschappelijke trappenhuis opengewerkte plattegrond, met aan straatzijde een ruime woonkamer met afzonderlijke keuken, en achteraan twee door een badkamer gescheiden slaapkamers. In tegenstelling tot het één verdiep lagere oorspronkelijke ontwerp werden de balkons van de appartementen voorzien tegen de voorgevel en niet aan tuinzijde, en werd tegen de achtergevel voor de eigen woonst een markante, opengewerkte en op de tuin gerichte ronde loggia toegevoegd.

Door geldgebrek werd slechts de eigen wooneenheid opgetrokken en ingericht, waarbij van de appartementen enkel de toegang ter hoogte van de eerste verdieping werd gerealiseerd. Uiteindelijk noopte de economische crisis in de jaren 1930 ook tot verkoop van zijn woning. Tussen 1933 en 1936 liet hij voor zichzelf in het heidelandschap van Sint-Antonius-Brecht een radicaler ontwerp bouwen van een concentrisch uitwaaierend huis met energie opgewekt door een windmolen, tegemoet komend aan de grote aandacht die hij had voor het contact van de mens met de natuur in functie van een gezond leven. In 1946 werd links van de woning in Deurne in opdracht van de toenmalige eigenaar Raymond Van Meenen een magazijn aangebouwd voor de opslag van sigarettenpapier. In 1950 liet hij ook de kelderverdieping en voortuin aanpassen in functie van een garage met inrit langs de straat.

De architectenwoning is gelegen in het centrale, tot driehoek verbrede gedeelte van de straat, waar de rijhuizen voorafgegaan zijn door voortuinen. Het uitgesproken modernistische, wit bepleisterde ontwerp van het nummer 88 wijkt sterk af van het omringende straatbeeld samengesteld uit eclectische lijstgevels, twee bouwlagen hoge conventionele art-decohuizen en gestandaardiseerde naoorlogse appartementen. De voortuin is afgesloten met lage, witgeschilderde bakstenen muren tussen met blauwe natuursteen gedekte pijlers, die net als de trap naar de verhoogde toegang en de garage-inrit later toegevoegd of vervangen zijn. Naar model van de oorspronkelijke metalen elementen in de voorgevel is een dubbele buisvormige balustrade voorzien. De verharding is vernieuwd met flagstones in het pad naar de toegang, en betonstenen voor de inrit naar de garage in het souterrain. De tussengelegen, witgepleisterde plantvakken zijn mogelijk nog oorspronkelijk.

Met een gevelbreedte van vier traveeën, omvat de rijwoning twee bouwlagen onder een plat dak. De volledig in gewapend beton opgetrokken constructie, oorspronkelijk met magere, stalen vensters, vormt een zeldzame toepassing van het puristische, internationaal georiënteerde modernisme in Vlaanderen, waar vooral baksteenarchitectuur en het ‘romantische kubisme’ van de Nederlandse architect Willem Marinus Dudok navolging kregen. Het getuigt daarmee van de contacten die Julien Schillemans tijdens zijn studies in het buitenland onderhield met onder meer Le Corbusier, Walter Gropius, Ludwig Hilbersheimer en Ernst May.

Het gevelontwerp toont een voor het modernisme typerend geometrisch volumespel met sterk variërende bouwlijn, waarbij ook de luifels, balkons en de roedeverdeling van het thans vervangen schrijnwerk ingezet zijn. De indeling is tegenover het ontwerp uit 1930 licht gewijzigd uitgevoerd en later is ook het oorspronkelijk doorlopende bandvenster in de uiterst linkse travee opgedeeld.

Het gevelbeeld is gedomineerd door een centrale, hoger uitgewerkte en risaliterende travee die met uitzondering van de eenvoudige rechthoekige toegang tot het woonhuis op straatniveau volledig blind is, geflankeerd door een terugspringende venstertravee met balkvormige betonnen balkons, het geheel afgelijnd door twee smalle uiterste traveeën. Rechts is deze sterk terugspringende smalle travee uitgewerkt als een verhoogde en verdiepte toegang tot de nooit uitgevoerde appartementen, voorzien van betonnen luifel en van de blinde travee gescheiden door een vooruitspringende gevelhoge muurpost. De verdieping is geopend door een verticaal bandvenster. Aan de andere zijde van de blinde travee zijn boven de in 1950 toegevoegde garagetoegang in het souterrain, de smalle en brede venstertravee uitgewerkt in eenzelfde gevelvlak, waarbij beide verdiepingen symmetrisch behandeld zijn en de smalle verticale bandvensters identiek zijn aan deze in de uiterst rechtse travee. De gevel is beëindigd met vermoedelijk betonnen dekstenen. De drie gevelvlakken zijn gemarkeerd door verhoogde posten met getrapte, ter hoogte van de centrale blinde travee dubbel ingesnoerde betonnen en later toegevoegde gevelbekroningen, waartussen boven de kroonlijst dubbele metalen buisleuningen die ook aangewend zijn in de roosters van de deur- en poortvleugels, en als vensterbalustrades in de meest linkse travee.

Het stalen vensterschrijnwerk met magere roeden in de voorgevel is volledig vervangen, in de brede venstertravee met onaangepaste T-vormige roedeverdeling. De houten poort- en deurvleugels met getraliede en met gehamerd glas ingevulde lichten, voorzien van verchroomde bolvormige deurknoppen, dateren nog van 1950.

Het bouwplan uit 1930 en bewaarde foto’s van de ingerichte woning tonen een plattegrond gericht op maximale transparantie en licht. Op de begane grond is de inkomhal door een centrale spiltrap en wand met ingemaakte zitbank gescheiden van een verdiepte living tegen de voorgevel, die deel uitmaakt van een over de hele diepte van de woning opengewerkte leefruimte. Achteraan geeft deze leefruimte met schuifdeuren uit op het terras en de kleine wilde tuin met muren voorzien van bepleisterde banden. Ze is daarnaast verbonden met de ronde beglaasde risaliterende loggia achter de keuken in de rechtse travee, van de leefruimte gescheiden met doorgeefluiken. Op de verdieping is aan straatzijde een open werkruimte door een op de circulatie van de appartementen aansluitende trap en een badkamer gescheiden van een kleine en grote slaapkamer tegen de achtergevel. De kelder was oorspronkelijk opgedeeld in drie grote ruimtes, bereikbaar via de centrale spiltrap. Voor de aanpassing tot garage is één van de scheidswanden deels gesloopt, en is het oorspronkelijke bandvenster tegen de straat vervangen door een straattoegang met drie poortvleugels.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossier 179#729, 179#10724, 329#19168, 1112#2456, 1399#10839, 1399#12304.
  • CULOT M. & TERLINDEN F. 1969: Antoine Pompe et l’effort moderne en Belgique, Brussel, 154-155.
  • SPITAELS E. 1996: Modern bouwen in Deurne, 1920-1940, Zellik, 34-37.
  • STRAUVEN F. 2003: Schillemans, Julien, in: VAN LOO A. (ed.) Repertorium van de architectuur in België van 1830 tot heden, Antwerpen, 498-499.
  • THIERS D. 1991: Julien Schillemans, geniaal architect, onuitgegeven eindverhandeling, Hoger Instituut van het Rijk Antwerpen, 18, 74-81.

Bron: -

Auteurs: Van Severen, Elke

Datum tekst: 2018

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Van Steenlandstraat

Van Steenlandstraat (Antwerpen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.