erfgoedobject

Pastorie Heilig Hartkerk

bouwkundig element
ID: 305221   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305221

Juridische gevolgen

Beschrijving

Pastorie van de gesloopte, oorspronkelijk naastgelegen Heilig Hartkerk, gebouwd in opdracht van graaf René van de Werve de Vorselaer omstreeks 1910, in een beaux-artsstijl met ingehouden verwijzingen naar de Wiener Secession. Het ontwerp is getekend door E. Dieltiëns, die ook gekend is als architect van de kerk. Op basis van stilistische kenmerken kan het ontwerp vermoedelijk gelinkt worden aan Ernest (1848-1920), eerder dan aan zijn broer Eugène (1855-1949). Beide architecten bouwden vóór 1914 een bloeiende carrière uit in het Antwerpse.

Context

Het pand maakt deel uit van de parochie Heilig Hart van Jezus, bij Koninklijk Besluit van 14 januari 1910 gesticht op het gehucht Ruggeveld, waarbij Deurne-Oost afgesplitst is van de Sint-Fredegandusparochie. Initiatiefnemers waren enkele vooraanstaande notabelen die hun residentie hadden op nabijgelegen Deurnese kasteeldomeinen en wellicht een verdere grondexploitatie van het gehucht Ruggeveld voor ogen hadden, met name Baron Cogels van 'Venneborg', Albert Maquinay van 'Zwarte Arend' en graaf René van de Werve de Vorsselaer van 'Ertbrugge'. Deze laatste financierde de bouw van een kerk en een pastorie, waarvoor respectievelijk op 22 april en 28 mei 1910 toelating werd verleend, maar waarschijnlijk waren de werken reeds eerder opgestart gezien de kerk op zondag 25 september 1910 in gebruik werd genomen. In die periode was wellicht ook de pastorie voltooid.

Winnaar van de Prijs van Rome in 1871, liet Ernest Dieltiëns zich omstreeks 1880, vroeg in zijn loopbaan, opmerken met belangrijke realisaties in opdracht van het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen en de stad Antwerpen, zoals het voormalig Meisjesweeshuis aan het Professor Claraplein, het verdwenen Ouderlingenhuis in de Lange Lozanastraat en het Zuiderpershuis aan de Waalsekaai. Van de late jaren 1880 tot begin jaren 1900 drukte de architect zijn stempel op de ontwikkeling van de wijk Zurenborg, met de Sint-Norbertuskerk aan de Dageraadplaats, en een groot aantal groepsbebouwingen in sobere neoclassicistische of exuberante neo-Vlaamserenaissance-stijl. Het meest beeldbepalende van deze woningensembles, die voor het merendeel ontstonden in opdracht van de Naamlooze Maatschappij voor het Bouwen van Burgershuizen, is de eenheidsbebouwing op de rotonde van de Cogels-Osylei. Omstreeks 1900 ontwierp Dieltiëns ook het neobarokke handelspand op de hoek van Leysstraat en Kipdorpvest, pendant van het Grand Hôtel Métropole. De pastorie Heilig Hart van Jezus heeft overeenkomsten in geveldetaillering met het portiersgebouw van het kantoorcomplex "De Schelde" uit 1907-1909, dat deel uitmaakt van het latere oeuvre van Ernest Dieltiëns. Het gaat om accenten in beaux-artsstijl zoals rankwerkkransen en vooral de geometrische guirlandemedaillons, waarbij dient opgemerkt dat het globale gevelkarakter van de pastorie veel soberder uitgewerkt is.

Exterieur

De pastorie is gebouwd met de allure van een vrijstaand burgerhuis, oorspronkelijk samen met de kerk dieper achter de rooilijn ingeplant, met beboomde voortuin. Nadien is de rooilijn achteruitgeschoven en ging de pastoriewoning met meer compacte voortuin deel uitmaken van de aaneengesloten, overwegend naoorlogse en functionele lintbebouwing langs de August Van de Wielelei, waar het zich onderscheidt door zijn verzorgde classicerende vormgeving.

Met een gevelbreedte van twee traveeën telt de onderkelderde half vrijstaande woning drie bouwlagen onder plat dak. De lijstgevel is opgetrokken in gele machinesteen in platvol gevoegd kruisverband, ruim verwerkt met witte natuursteen (Euville), met eenvoudige houten kroonlijst op klossen en een hoge plint in blauwe hardsteen. Gele baksteen is ook gebruikt voor de vensterposten in de bovenbouw, terwijl witte natuursteen is aangewend in het inkomportaal en verder voor lijstwerk, borstweringen en geveldetaillering. Het arrière-corps en de vrijstaande zijgevel kregen een parement in rode handvormsteen, eveneens uitgevoerd in kettingverband, in de voorgevel afgewerkt met thans verweerde knipvoeg.

Het ontwerp wordt gekenmerkt door een doosvormig bouwvolume, met blinde zijgevels en in de voorgevel een bakstenen borstwering die boven de houten kroonlijst uitsteekt. Voor het overige kreeg de façade, met evenwichtige afwisseling van bak- en natuursteen, een klassieke geleding met puilijst op klossen en klassiek hoofdgestel. Op de begane grond zit rechts een hoog rechthoekig venster en links het inkomportaal met verdiepte toegangsdeur en met benadrukt impostvenster, tussen geprofileerde stijlen en voorzien van een bekronend entablement. De pui is tot aan het deurkalf bekleed met platen in witte natuursteen waarboven een contrasterende baksteenstrook aan weerszijden van het impostvenster.

De bovenbouw beantwoordt aan een nadrukkelijk axiaal opzet, gemarkeerd door kolossale bakstenen pilasters, met een drielicht en daarboven een vierlicht in de topverdieping, waarvan de muurposten respectievelijk vlak en als pilasters zijn uitgewerkt. Dit centraal oplopend vensterregister kreeg een fraaie contrasterende witstenen geleding, aanzettend met een omlijst middenvenster - quasi identiek aan het impostvenster van het inkomportaal -, aansluitend op de versierde borstwering van het vierlicht. In dit geheel zijn ook de doorlopende vensterdorpels geïncorporeerd. Het naar het geometrische neigende gevelkarakter wordt nog versterkt door een neoklassieke detaillering zoals het schijfmotief in het fries, en verder geprofileerde vierkanten voor de steigergaten onder de dakrand en onderaan de kolossale pilasters. Deze laatste zijn bovenaan bijkomend verfraaid met gestileerde guirlandemedaillons, quasi identiek toegepast in het portiersgebouw in de Borzestraat, en verder middels guirlandes in de borstwering van het vierlicht en opgehangen rankwerkkransen in de bakstenen muurdelen aan weerszijden van het hoge venster op de begane grond. Alle vensterpartijen zijn verdiept geplaatst waardoor het bouwvolume verder geaccentueerd wordt.

Het deur- en vensterschrijnwerk is integraal vervangen, waarbij de oorspronkelijke indeling niet gevolgd is, ingevuld met melkglas in het inkomportaal.

Door het ontbreken van het bouwdossier, is de binnenindeling vooralsnog niet gekend. Wellicht volgt de plattegrond de gangbare enkelhuisindeling met dienst- en circulatieruimten in de smalle travee en woon- en slaapvertrekken in de brede travee.

  • Kadasterarchief Antwerpen, Leggers Antwerpen, afdeling VI (Deurne), artikel 1574.
  • VAN AERDE M. 1987: Parochie Heilig Hart van Jezus Deurne-Ruggeveld 1910/1985, Deurne, 7-19.

Bron     : -
Auteurs : Van den Borne, Steven
Datum  : 2018


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Pastorie Heilig Hartkerk [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305221 (Geraadpleegd op 23-05-2019)