erfgoedobject

Villa in regionalistisch modernisme

bouwkundig element
ID: 305578   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305578

Beschrijving

De monumentale villa in een regionalistisch modernisme werd gebouwd naar het ontwerp van de Leuvense architect Victor Broos volgens een bouwaanvraag uit 1939. De bouwheer is gekend als de heer A. Dumon.

De bouw van deze villa is te situeren in het oeuvre van Victor Broos van de late jaren 1930 waarbij een afzwakking van het modernisme opvallend is. Daar waar de bouwwerken uit de eerste helft van de jaren ’30 een aanknopen bij de avant-garde doen veronderstellen en een vrij persoonlijke verwerking ervan aangeven, wordt naar het einde van dit decennium meer geopteerd voor een braver, een aanvaardbaarder, traditioneler getint modernisme. De monumentale villa oogt in eerste instantie erg traditioneel waardoor deze aansluiting vindt bij de overige, regionalistische villa’s in de achterliggende Kardinaal Mercierlaan alsook in de voorliggende Jules Vandenbemptlaan. Toch verraden enkele modernistische stijlkenmerken de hand van Victor Broos. Voorbeelden zijn het samenspel van volumes die de eenvoudige vlakke gevels doorbreken zoals de uitspringende loggia in de voorgevel die overgaat in een terras en balkon in de zijgevel, het gebruik van grote vensters, voornamelijk op de eerste twee verdiepingen, alsook de witte bepleisterde gevels. Grote verwantschappen met het ontwerp van de villa ‘Coin Fleuri’ op de Tiensesteenweg 199, Kessel-Lo, gebouwd in 1938, een jaar voor de villa in de Jules Vandenbemptlaan.

De villa is representatief voor de bebouwing die het overgrote deel van de Kardinaal Mercierlaan, de Jules Vandenbemptlaan en de Koning Leopold III-laan kenmerkt. Het gaat vooral om ruime villa’s op grote percelen, in vele gevallen achterin gelegen. Deze straten waren een geliefde woonplaats voor de welgestelde bewoners van Heverlee, vaak personeel (professoren) verbonden aan de Leuvense universiteit. Grote, vrijstaande villa’s werden opgetrokken in een verscheidenheid aan stijlen.

De villa is gelegen langs de Jules Vandenbemptlaan op een erg ruim perceel. De villa, volledig op de achterzijde van het perceel ingeplant en grenzend aan de Kardinaal Mercierlaan, laat zo veel ruimte vrij voor een ruime voortuin met onverharde oprit langs de zijde van de Jules Vandenbemptlaan. Deze voortuin en het onverharde pad dat ook de woning omringt, vergroten de statigheid van deze villa.

Het basisgegeven dat Broos aanwendde voor het ontwerp van deze woning is de traditionele villa op een rechthoekig grondplan waarbij vooraan links en achteraan rechts grote aanbouwen geaccentueerd door puntgevels zorgen voor een samengesteld hellend dak. Het grote zadeldak met rode dakpannen priemt boven de omliggende bomen uit en maakt de puntgevels zichtbaar vanop de Kardinaal Mercierlaan.

Pas wanneer de lage breukstenen afsluitingsmuur met hardstenen dekstenen gepasseerd wordt, de onverharde oprit wordt gevolgd, doemt de monumentale witte villa op. De villa heeft over de volledige zijde een breukstenen plint en een witte, korrelig bepleisterde gevelafwerking. Dominant is de witte puntgevel met schouderstukken ter hoogte van de voorgevel. Deze zuidelijk georiënteerde voorgevel verraadt drie bouwlagen, waarvan één een zolderverdieping, en is zo enigszins traditioneel van opbouw. Anderzijds wijkt de gevel af van de klassieke voorgevel met venster- en deurtraveeën omwille van de halfronde loggia die de linkertravee op het gelijkvloers doorbreekt. Op de verdieping vormt de loggia een uitstekend balkon dat over de voorliggende tuin uitkijkt, in de voorgevel opengewerkt door middel van een rondboogvormige doorgang. De centrale travee omvat drie vensterregisters, per bouwlaag één, gekenmerkt door een fijne roedeverdeling. De rechtertravee omvat een rondboogvormige inpandige toegangsportiek waar een gelijkvormige voordeur de toegang tot de woning verschaft.

De westelijk georiënteerde linkerzijgevel wordt gedomineerd door een breed, inpandig terras op het gelijkvloers en een loggia op de eerste verdieping. Het terras en de loggia, die twee bouwlagen omvatten, liggen in het verlengde van de loggia en het balkon die de voorgevel in de linkertravee kenmerken. De brede, uitstekende kroonlijst, vormt de bedaking van dit terras op de verdieping. Het dakschild wordt doorbroken door twee inpandige terrassen die mogelijk op een later tijdstip, bij het volledig inrichten van de zolderverdieping als loft, werden toegevoegd. Deze zijgevel heeft een tweede witte puntgevel waarin de drie bouwlagen opnieuw leesbaar zijn door middel van het over de volledige woning terugkerend venstertype met ramen met fijne roedeverdelingen. De hoek van deze zijgevel naar de achtergevel wordt gekenmerkt door middel van een rechthoekig, ver uitkragend terras op de eerste verdieping, op de gelijkvloers uitgewerkt als een overdekt terras en opengewerkt door middel van rondboogvormige toegangen.

De noordelijk georiënteerde achtergevel wordt, net als de voorgevel, gedomineerd door een monumentale witte puntgevel. De gevel wordt verder gekenmerkt door een terras dat doorloopt over de rechtertravee, en deze travee op de gelijkvloerse verdieping openwerkt. Opnieuw wordt hier het terras en balkonprincipe toegepast ter hoogte van de eerste twee bouwlagen zoals dit ook de linkerzijgevel kenmerkt. Een uitkragende kroonlijst vormt ook hier de bedaking van het balkon. De overige traveeën van deze gevel zijn soberder en omvatten de terugkerende vensters zoals deze ook de overige gevels kenmerken.

De oostelijk georiënteerde rechterzijgevel tenslotte, is veel soberder uitgewerkt, onder meer door het ontbreken van loggia’s, terrassen en balkons. Een witte puntgevel is hier bepalend. De overige traveeën worden doorbroken door middel van rechthoekige vensters met ramen met fijne roedeverdelingen. Enkele, vermoedelijk later toegevoegde dakvlakvensters doorbreken het grote dakschild. Het schrijnwerk lijkt nog origineel, de fijne roedeverdeling passend bij de klassieke villastijl. Over het algemeen kan gezegd worden dat de villa erg gaaf bewaard is gebleven, zowel wat betreft het ontwerp met de bestaande in- en uitbouwen, alsook de detaillering zoals de ruw bepleisterde gevelafwerking en het schrijnwerk (waaronder het glasraam in de voordeur).

Wegens het ontbreken van de bouwaanvraag, is het niet mogelijk een duidelijk zicht te krijgen op de indeling van de plattegrond. Een grote open hal, verlicht door middel van kleurrijke, figuratieve glasramen in de voordeur, omvat een monumentale houten trap naar de verdiepingen. De interieurelementen werden eerder klassiek vormgegeven. Het samenspel van volumes die de eenvoudige vlakke gevels doorbreken zoals de uitspringende loggia in de voorgevel die overgaat in een terras en balkon in de zijgevel alsook het gebruik van grote vensters, voornamelijk op de eerste twee verdiepingen, en de witte bepleistering van de gevel doen modern aan. Afgezien van deze elementen, oogt de villa in eerste instantie traditioneel.

  • AMELYNCK J. 1988: De moderne woning in Groot-Leuven van 1928 tot 1940: een aanzet tot inventarisatie en analyse, onuitgegeven thesis, Katholieke Universiteit Leuven, Faculteit letteren en wijsbegeerte, Departement archeologie en kunstwetenschappen.
  • STICHTING STAD EN ARCHITECTUUR 2002: Victor Broos: de kracht van het alledaagse, Leuven.

Auteurs :  Elsen, Liedewij
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Villa in regionalistisch modernisme [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305578 (Geraadpleegd op 16-10-2019)