erfgoedobject

Villa in cottagestijl

bouwkundig element
ID: 305579   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305579

Beschrijving

De villa in cottagestijl werd gebouwd in opdracht van de heer Jos Van Dormael naar een bouwaanvraag van 1926. Het ontwerp voor de woning werd aangeleverd door de architect Paul Van Dormael. Paul Van Dormael, wellicht familie van de bouwheer, was de zoon van Theo Van Dormael. Vader en zoon waren erg actief in Heverlee zoals onder andere ook in de Kardinaal Mercierlaan, grenzend aan de achterzijde van het perceel, waar ze ook zelf woonden.

Paul Van Dormael is voornamelijk gekend als een architect die aanleunde bij het modernisme zoals gekend uit de jaren 1930. In de volgende decennia realiseerde hij ook gebouwen die onder invloed stonden van de Expo ’58-stijl. Naast verschillende kwalitatieve ontwerpen was kwantiteit soms belangrijker dan kwaliteit. Deze monumentale villa uit 1926 is een erg vroeg werk van Paul Van Dormael, waarbij hij nog aansluit bij het werk van zijn vader Theo Van Dormael. Beiden gingen in eerste instantie vaak samen te werk. De realisaties uit deze periode stonden sterk onder invloed van een historiserende architectuurstijl, al dan niet met regionalistische en cottagekenmerken. Talrijke villa’s uit deze periode bevinden zich in de Kardinaal Mercierlaan en de Jules Vandenbemptlaan. Deze stijl is dan ook kenmerkend voor deze villa in de Jules Vandenbemptlaan.

De villa is representatief voor de bebouwing in deze twee lanen, bestaande uit villa’s op grote percelen, in vele gevallen achterin gelegen. Deze straten waren een geliefde woonplaats voor de welgestelde bewoners van Heverlee, vaak personeel (professoren) verbonden aan de Leuvense universiteit. Grote, vrijstaande villa’s werden opgetrokken in een verscheidenheid aan stijlen, waarvan de meeste conservatief en pittoresk.

De villa is gelegen op een ruim perceel dat de Jules Vandenbemptlaan met de achterliggende Kardinaal Mercierlaan verbindt. Twee grote bakstenen pijlers met horizontale natuurstenen banden flankeren een groot smeedijzeren hek.  De woning bevindt zich centraal op het perceel en wordt omgeven door erg veel groenaanplantingen. Hierdoor is de zichtbaarheid van op de openbare weg minimaal. De beschrijving van de woning gebeurde dan ook op basis van de plannen, bijgesloten bij de bouwaanvraag uit 1926.

De basis van de plattegrond is vierkant, echter door erkers, terrassen en balkons verlevendigd. De woning telt drie bouwlagen, waarvan één is gesitueerd onder het dak. Dit monumentale dak, bestaande uit zwarte leien, bestaat uit een zadeldak gecombineerd met haaks erop een dak met wolfseinden. Dit resulteert in twee puntgevels, gericht naar de Jules Vandenbemptlaan enerzijds en naar de Kardinaal Mercierlaan anderzijds. De woning werd hoofdzakelijk opgetrokken in rood baksteenmetselwerk wat contrasteert met het witte pseudovakwerk in deze puntgevels, geïnspireerd op de cottagestijl. De zuidelijke voorgevel, gericht naar de Jules Vandenbemptlaan telt drie traveeën en wordt gekenmerkt door een puntgevel in de linkertravee. Deze travee omvat op het gelijkvloers een groot rondboogvenster. Kleinere vensters doorbreken de verdieping en de zolderverdieping. Het afgewolfde dak reikt erg laag ter hoogte van de overige twee traveeën en gaat over in een afdak. Dit afdak, eveneens in zwarte leien wordt ondersteund door gesculpteerde kolommen. Onder deze luifel bevindt zich de voordeur in de middelste travee en een rechthoekig venster in de rechtertravee. Twee dakkapellen doorbreken de verticale opstand van het mansardedak en verlichten de eerste verdieping, een kleine dakkapel in het dakschild verlicht de verdieping.

De westelijke zijgevel telt twee brede traveeën die uitvoerig werden uitgewerkt door middel van erkers, terrassen en balkons. Een puntgevel doorbreekt het grote dakschild van het zadeldak ter hoogte van de rechtertravee. Opnieuw werd imitatievakwerk aangewend voor het gevelveld in de puntgevel. Een driezijdige erker van twee bouwlagen kenmerkt diezelfde travee. Leien bedaking bekroont de erker. De linkertravee omvat ter hoogte van de onderste twee bouwlagen steeds dubbele deuren. Op de gelijkvloerse verdieping geven deze uit op een van een houten balustrade voorzien terras. Op de eerste verdieping werd dezelfde balustrade aangewend als balkon. Het terras en het balkon worden verbonden door middel van gesculpteerde zuilen die een schuin aflopend dak van zwarte leien dragen. Een dakkapel doorbreekt het dak en verlicht de zolder.

De noordelijk georiënteerde achtergevel richt zich naar de Kardinaal Mercierlaan en wordt gedomineerd door de grote puntgevel in de rechtertravee. Deze puntgevel met imitatievakwerk wordt doorbroken door een schoorsteen, doorlopend over de verdiepingen en vooruitspringend in de gevel. Aan weerszijden van deze schoorsteen bevinden zich twee vensterregisters per verdieping. Links van deze puntgevel bevindt zich de centrale rondboogvormige achterdeur. Drie smallere traveeën met grote rechthoekige vensters verlichten beide bouwlagen links van de deurtravee. Het dakschild wordt op verschillende plaatsen doorbroken door drie dakkapellen, wisselend van grootte en vorm.

De oostelijke zijgevel heeft een afgewolfd dak en is zo eerder eenvoudig van aard door het ontbreken van een puntgevel. De rechtertravee is licht vooruitspringend en omvat enkel een rechthoekige zijingang. De overige twee traveeën worden van elkaar gescheiden door een vooruitspringende schoorsteen die het afgewolfde dak doorbreekt (vandaag niet meer zichtbaar). Beide traveeën hebben dezelfde rechthoekige vensters en vensters zoals deze over de volledige gevel terugkeren. Zowel de ramen als de deuren zijn volgens de bouwaanvraag doorgaans twee- tot drieledig met bovenlicht en hebben een fijne roedeverdeling over het volledige raam. Of dit originele schrijnwerk behouden bleef, is niet geweten. In 2011 werd een langwerpige moderne aanbouw toegevoegd aan de achterzijde van de woning.

De bouwaanvraag vermeldt op de plannen ook een garage. Deze garage, op rechthoekige plattegrond, sluit, wat betreft het ontwerp, zeer sterk aan bij de cottagestijl van de villa. De garage omvat twee vertrekken onder een zadeldak bestaande uit zwarte leien. De twee puntgevels hebben imitatievakwerk, historiserende geklampte deuren en dezelfde ramen met fijne roedeverdelingen zoals deze ook in de hoofdbouw te herkennen zijn. Opnieuw is het onzeker of deze kenmerken, eigen aan het oorspronkelijk ontwerp, ook vandaag nog bewaard bleven.

De onderkelderde villa wordt gekenmerkt door een dubbelhuisstructuur waarbij de centrale toegang in de voorgevel leidt naar een grote hal met in het verlengde een trapkoker en atrium. Deze circulatieruimte met centraal in de woning de trap, deelt de woning op in twee delen. Parallel met de oostelijke zijgevel bevinden zich achter elkaar de keuken, de achterkeuken en de overige natte cellen. Parallel met de westelijke zijgevel bevinden zich de representatieve vertrekken van de eetkamer en fumoir, beide uitgevend op een terras. Een plan van de eerste en zolderverdieping zit niet bijgesloten bij de bouwaanvraag. Vermoedelijk speelt de centrale gang met trapkoker ook op deze niveaus een structurerende rol.

  • Stadsarchief Leuven, Modern Archief, dossier 1926/33 (bouwvergunning 27.03.1926).

Auteurs :  Elsen, Liedewij
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Villa in cottagestijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305579 (Geraadpleegd op 20-10-2019)