erfgoedobject

Architectenwoning Frans Vandendael

bouwkundig element
ID: 305587   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305587

Beschrijving

De architectenwoning van de lokale bouwmeester en landmeter Frans Vandendael werd ontworpen in 1929 in een neotraditionele bouwstijl.

In 1929 vroeg Frans Vandendael de toelating tot het bouwen van een villa langs de Jules Vandenbemptlaan. De toelating werd verleend voor de bouw van deze architectenwoning van de lokale bouwmeester en landmeter Frans Vandendael, tot dan toe nog wonende in de huidige Sint-Lambertusstraat of de vroegere Frederik Lintsstraat te Heverlee.

Vandendael kon in opdracht van het gemeentebestuur van Heverlee tal van opdrachten realiseren. Deze opdrachten waren erg uiteenlopend, gaande van sociale woonwijken met invloeden van het tuinwijkmodel in de woonuitbreidingsgebieden van Heverlee, burgerhuizen in wederopbouwstijl in de Leuvense binnenstad, tot de gedeeltelijke wederopbouw van de Sint-Pieterskerk na de Tweede Wereldoorlog in samenwerking met kanunnik en professor Raymond Lemaire, die naast hem woonde op nummer 51. Zijn oeuvre wordt gekenmerkt door een uitdrukkelijke voorkeur voor de historiserende, traditionele architectuur. Dit maakte ook dat zijn eigen woning werd opgetrokken in een bouwstijl geïnspireerd op de traditionele vormentaal.

De villa maakt deel uit van een geheel van opeenvolgende villa’s op grote percelen, in vele gevallen achterin gelegen, die het overgrote deel van de Kardinaal Mercierlaan, de Jules Vandenbemptlaan en de Koning Leopold III-laan kenmerkten. Deze straten waren een geliefde woonplaats voor de welgestelde bewoners van Heverlee, in vele gevallen personeel (professoren) verbonden aan de Leuvense universiteit. Grote, vrijstaande villa’s werden opgetrokken in een verscheidenheid aan stijlen. De aanpalende woning van Raymond Lemaire is in een aansluitende stijl opgetrokken.

De half vrijstaande woning is dieper op een glooiend perceel gelegen, zoals dit ook bij de bouwaanvraag een vereiste was. Hierdoor werd een voortuin gecreëerd, aanvankelijk van de straat gescheiden door middel van een hekwerk tussen bakstenen pijlers. Vandaag zijn enkel nog de bakstenen pijlers bewaard.

De woning telt drie traveeën en twee bouwlagen op een half bovengrondse kelderverdieping die als sokkel voor de woning is uitgewerkt. De woning is gevat onder een rood pannen schilddak. Een afgewolfd zadeldak met topstuk bevindt zich haaks op dit dak en creëert op deze manier een afgeknotte puntgevel ter hoogte van voorgevel, gericht naar de Jules Vandenbemptlaan. De woning werd opgetrokken in drie beeldbepalende gevelmaterialen. De kelderverdieping ligt vervat in een plint bestaande uit ruw bewerkte grijze hardsteenblokken in breuksteen van verschillend formaat. De gelijkvloerse verdieping en de helft van de eerste verdieping werden opgetrokken in rood baksteenmetselwerk. De overige geveldelen werden volgens de bouwaanvraag afgewerkt met imitatievakwerk, onder invloed van de cottagestijl. Dit vakwerk, volgens het ontwerp bestaande uit een raster van houten stijlen, is vandaag echter vervangen door een witte, ruw afgewerkte bepleistering. Of dit een aanpassing van latere datum is, of het vakwerk niet werd uitgevoerd, is niet geweten.

De straatgevel (noord) telt drie traveeën waarvan de twee linkertraveeën risaliterend zijn uitgewerkt en worden bekroond door een overkoepelende brede puntgevel. Een eenvoudig gevelregister bestaande uit rechthoekige vensters ter hoogte van iedere bouwlaag kenmerkt dit geveldeel. De rechtertravee wijkt af van de overige vanwege de volledig vrije kelderverdieping met garagepoort. De voortuin is ter hoogte van de rechtertravee deels uitgegraven, waarbij een korte oprit de straat verbindt met de garagepoort. Deze segmentboogvormige garagepoort verschaft de toegang tot de achtergelegen kelderverdieping. De gelijkvloerse verdieping wordt gesierd door een driezijdige erker met een leien kegelbedaking. Een rechthoekig venster verlicht de eerste verdieping en een dakkapel met een schuin aflopende bedaking doorbreekt het dakschild. 

De voordeur van de woning is te situeren in de centrale travee van de oostelijk georiënteerde linker zijgevel. Een verhard pad vertrekt vanaf de straat en loopt doorheen de met groen begroeide voortuin tot aan de deur. Deze toegang werd nadrukkelijk uitgewerkt door middel van een driezijdige erker met een spitse dakbekroning met topstuk. Deze erker loopt door over de volledige gevelhoogte en krijgt zo het karakter van een toren. Deze erker werd, net zoals de rest van deze zijgevel, opgetrokken in de materialen zoals deze ook de voorgevel kenmerken. Waar de drie traveeën van de zijgevel op de gelijkvloerse verdieping en de eerste verdieping rechthoekige vensters hebben, is de voordeur rondboogvormig uitgewerkt, voorzien van een rondboogvormige ontlastingsboog met sluit- en hoekstenen. Een kleine dakkapel doorbreekt het grote dakschild. Over de uitwerking van de achtergevel is niet veel geweten. Een sterk opengewerkte erker kenmerkt de linker travee en creëert op die manier een veranda, uitkijkend op de tuin. Verder is ook het ver doorlopende dakschild ter hoogte van de rechtertravee opmerkelijk.

Doordat de voordeur in het midden van de zijgevel gesitueerd is, wordt de plattegrond van de woning bepaald door een gang met centraal een trappenkoker als structurerend element. Deze trappenkoker vormt de spil van de woning aangezien deze de kelder met de zolder verbindt en op iedere verdieping de vertrekken toegankelijk worden gemaakt vanuit deze circulatieas. Op de gelijkvloerse verdieping deelt deze traphal de woning op in vertrekken gelegen aan de straat en vertrekken gelegen langs de tuinzijde. Deze langs de straat worden enigszins geïsoleerd van de rest van de woning. Aangezien zich hier het bureau en de spreekkamer van de architect Frans Vandendael bevonden was dit zeker geen toeval. Zo kon hij klanten ontvangen zonder dat deze de rest van de woning moesten doorkruisen. De achterzijde van de woning omvat de natte ruimtes zoals een toiletruimte en de keuken. De rechter travee kent een eerder traditionele opdeling, bestaande uit drie opeenvolgende ruimtes, volgens het systeem van enfilade. Zowel de woonkamer, de eetkamer en de veranda liggen in elkaars verlengde en zijn onderling verbonden. Deze plattegrond herhaalt zich op de verdiepingen met als verschil dat de veranda niet werd doorgetrokken op de verdiepingen. Zes kamers, waaronder de badkamer schikken zich rondom de centrale trappenkoker op de eerste verdieping. De zolderverdieping werd ingeperkt vanwege het steil aflopende zadeldak langs de achterzijde van de woning. Hier ordenen vier kamers zich rondom de trap. De kelderverdieping bevat een bergplaats en een wasplaats ter hoogte van de rechter travee, extern bereikbaar via de garagepoort. De twee linkertraveeën omvatten voorraadkelders en kolenkelders, in de nabijheid van de trap naar de bovenliggende verdiepingen.

De woning bleef erg gaaf bewaard. Het originele schrijnwerk bestaande uit rechthoekige ramen met horizontale onderverdelingen bleef behouden. Het houten schrijnwerk werd vermoedelijk wel in een andere kleurtoon beschilderd. Ook de garagepoort, bestaande uit twee openslaande deuren, en voorzien van decoratief uitgewerkte scharnieren, bleef behouden. Op de bouwaanvraag staan houten luiken weergegeven ter hoogte van de gelijkvloerse verdieping.

  • Stadsarchief Leuven, Modern Archief, dossier 1929/41 (bouwvergunning 05.04.1929).

Auteurs :  Elsen, Liedewij
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Architectenwoning Frans Vandendael [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305587 (Geraadpleegd op 20-10-2019)