erfgoedobject

Villa Putzeys

bouwkundig element
ID: 305589   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305589

Beschrijving

De villa in regionalistische stijl, met opvallende neoclassicistische elementen, werd gebouwd in opdracht van professor P. Putzeys, met grote waarschijnlijkheid verbonden aan de Leuvense universiteit, en volgens een bouwaanvraag van 1931 naar ontwerp van de Leuvense ingenieur-architect Emile Goethals.

Emile Goethals was een voorname architect in het Leuvense alsook in de rest van Vlaanderen. Hij was een architect van wederopbouwwoningen, historiserende herenhuizen langs de Leuvense vest, en was meermaals de architect van collegegebouwen voor de Leuvense universiteit. Verschillende cottagevilla’s verspreid in Vlaanderen staan op zijn naam. Goethals was innoverend wat betreft zijn opvattingen over het gebruik van beton, maar was gekant tegen avant-gardevernieuwingen. Dat hij bleef vasthouden aan een zeker traditionele esthetiek is ook merkbaar in de woning langs de Jules Vandenbemptlaan vanwege het gebruik van de klassieke toegangsportalen. De woning is representatief voor de woningarchitectuur van Goethals uit het interbellum, die ook bij de wederopbouw van Leuven in de vroegere jaren 1920 veelvuldig teruggreep naar een al of niet streekeigen regionalisme vermengd met beaux-artsstijlkenmerken.

De contextwaarde van deze villa schuilt in het geheel van opeenvolgende villa’s op grote percelen, in vele gevallen achterin gelegen, die het overgrote deel van de Kardinaal Mercierlaan, de Jules Vandenbemptlaan en de Koning Leopold III-laan kenmerkten. Deze straten waren een geliefde woonplaats voor de welgestelde bewoners van Heverlee, vaak personeel (professoren) verbonden aan de Leuvense universiteit. Grote, vrijstaande villa’s werden opgetrokken in een verscheidenheid aan stijlen.

De vrijstaande woning is dieper op het perceel gelegen, zoals dit ook bij de bouwvergunning een vereiste was. Ter referentie werd in de goedkeuring verwezen naar de twee woningen links van de villa in de Jules Vandenbemptlaan, van de architect Frans Vandendael (nummer 49) en van de professor R. Lemaire (nummer 51). De voortuin is van de straat gescheiden door middel van een eenvoudig hekwerk tussen bakstenen pijlers. Deze afsluiting werd niet opgenomen in de bouwaanvraag. Het is dus onduidelijk of deze eveneens van de hand van Goethals is. Ondanks de voortuin bevindt de villa zich nog steeds vooraan op het erg lange perceel dat in het zuiden grenst aan de spoorweg die dit deel van het centrum van Heverlee doorsnijdt.

De villa telt vier traveeën en twee bouwlagen op een souterrain en onder een rood pannen zadeldak. Het souterrain is als sokkel van de woning uitgewerkt, met een parement in petit granit of ruw bewerkte hardsteen van wisselend formaat. De rechtertravee wijkt sterk terug onder een lager zadeldak. In de linkertravee biedt een garagepoort met luifel toegang tot het kelderniveau; aan tuinzijde zit dit niveau door het hellende terrein ondergronds. De gevels van de woning zijn verder afgewerkt door middel van een ruwe bepleistering, beschilderd met een lichte bruinroze pasteltint. Een sobere houten kroonlijst sluit de lijstgevels af.

De lijstgevels aan voor- en aan tuingevel zijn allebei met evenveel zorg afgewerkt, en zijn gekenmerkt door een opvallende, neoklassieke uitwerking van het portaal, wat sterk contrasteert met de verder in regionalistische stijl vormgegeven gevels. In de voorgevel trekt het grote rondboogportaal in de derde travee de aandacht naar zich toe. Dit portaal, vooruitspringend en geprofileerd uitgewerkt, wordt ondersteund door middel van twee gestileerde Toscaanse zuilen uit hardsteen aan weerszijden van deze toegang. De aanzet voor dit portaal wordt gevormd door een monumentale trappenpartij die de voortuin op straatniveau verbindt met de verhoogd gelegen gelijkvloerse verdieping. Dit classicistische motief staat in schril contrast met de voor de rest erg gestileerde voorgevel. Op de gelijkvloerse verdieping alsook op de eerste verdieping doorbreken grote rechthoekige vensterpartijen het gevelvlak. Een centrale dakkapel werd voorzien in het grote dakschild. Glazen dakpannen werden aangewend ter verlichting van de grote zolderruimte.

Ook de achtergevel wordt gesierd door een uitermate klassiek portaal. Dit portaal bevindt zich centraal in deze gevel en omvat de terrasdeur naar de eetkamer, uitkomend op de achtertuin. Vier Korinthische zuilen ondersteunen een kroonlijst met guttae als hoofdgestel. Een lantaarn centraal op de eerste verdieping verlicht deze toegangspartij. De rechtertravee van de achtergevel omvat een driezijdige erker die doorloopt over de kelderverdieping (ter hoogte van de achtergevel slechts een plint), de gelijkvloerse en de eerste verdieping. Ook deze gevel werd ter hoogte van de gelijkvloerse en de eerste verdieping opengewerkt door middel van grote rechthoekige vensterpartijen. Een sobere dakkapel situeert zich ter hoogte van de rechtertravee.

In de linkerzijpuntgevel krijgt de diensttoegang eveneens een hoogwaardige afwerking. Via een grote erker, opnieuw met een erg klassiek aandoend portaal, bereikt men op kelderniveau de fietsenbergplaats, en op de begane grond de keuken en wasruimte. Trappen in blauwe hardsteen leiden naar een getrapt en verdiept gelegen portaal in rode baksteen, voorzien van een geprofileerd hoofdgestel. Een rechthoekige deuropening in dit portaal maakt de woning langs de zijkant toegankelijk. Over de verdiepingen werden rechthoekige vensters van verschillende formaten toegepast. Een klein dak van rode pannen verbindt het uitspringende toegangsvolume met de hoofdbouw. Links van dit portaal vertrekt vanop de grond een opvallende schoorsteen die boven de dakrand uitsteekt.

De rechterzijpuntgevel heeft een sobere uitwerking. De terugwijkende travee onder iets lager zadeldak krijgt hier zijn uitwerking, gekenmerkt door een tweede prominente schoorsteenaanzet in rode baksteen die de gevelplint met de dakrand verbindt. De gevel wordt ook hier opengewerkt door hetzelfde type rechthoekig venster.

Het originele schrijnwerk, de kroonlijst, de vensterpartijen die veelvuldig de gevels doorbreken met opvallend grote ramen, alsook de voordeur en garagepoort bleven behouden. Kenmerkend voor de ramen zijn de erg smalle profielverdelingen, zowel horizontaal als verticaal, wat een element is uit het regionalisme. De bovenzijde van elk raam is  uitgewerkt als kantelraam.

De grote woning wordt gekenmerkt door de grote, centrale hal waarrond de kamers zijn geschikt. De kelder omvat de volledige oppervlakte van de woning. Links zit de garage, met in de aanbouw een fietsenstalling. Behalve een wijn- en een voorraadkelder, zijn er ook ruimtes voor de verwarming en een droogruimte. De verhoogde begane grond kent een typerende splitsing van woon- en ontvangstruimtes. De toegang in de voorgevel komt uit op een grote hal die in verbinding staat met een grote vestiaire aan straatzijde, een gastentoilet en een trappenhuis dat doorloopt van kelder tot zolder. Rechts van de grote hal bevinden zich de ontvangstruimtes: in de rechtertravee het salon, verbonden met de eetkamer aan tuinzijde, uitgevend op een met zuilen omringd terras. Achter de centrale traphal bevindt zich een “vestiaire intime”, die de grens vormt tussen de ontvangstruimtes in de rechterhelft van de woning, en de private ruimtes links. Deze ruimtes zijn toegankelijk via een aparte diensttoegang in de linkse zijgevel, die uitkomt in een “office” tussen de ruime keuken met wasplaats aan straatzijde, en de speelkamer aan de tuinzijde. Deze plattegrond herhaalt zich op de eerste verdieping. Vijf kamers, een badkamer, kleedkamer en bureauruimte schikken zich rondom de trappenhal. De zolderverdieping is vanwege het zadeldak beperkt bruikbaar. Drie slaapkamers en opbergruimte werden hier voorzien.

De huidige staat van de woning komt in grote mate overeen met het oorspronkelijke ontwerp van de architect Emile Goethals. De aanleg van de voortuin werd recent vernieuwd, maar met respect voor het gebouw, de afsluiting en de bestaande hoogteverschillen van het perceel. Van de kleurstelling van zowel de gevel als het schrijnwerk is niet geweten of dit origineel is, aangezien de bouwaanvraag hierover geen informatie verschaft.

  • Stadsarchief Leuven, Modern Archief, dossier 1931/123 (bouwvergunning 03.08.1931).
  • AMELYNCK J 1988: De moderne woning in Groot-Leuven van 1928 tot 1940: een aanzet tot inventarisatie en analyse, onuitgegeven thesis, Katholieke Universiteit Leuven, Faculteit letteren en wijsbegeerte. Departement archeologie en kunstwetenschap.

Auteurs :  Elsen, Liedewij
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Villa Putzeys [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305589 (Geraadpleegd op 16-09-2019)