erfgoedobject

Villa in regionalistische stijl

bouwkundig element
ID: 305593   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305593

Beschrijving

De villa in regionalistische stijl werd gebouwd voor Jean Dabin, professor verbonden aan de Leuvense universiteit, volgens een bouwaanvraag uit 1932 ontworpen door architect Lucien Spéder.

Deze Leuvense architect was erg actief in de Leuvense binnenstad. Hier realiseerde hij verschillende wederopbouwwoningen, burgerhuizen in neotraditionele stijl alsook enkele belangrijke projecten van arbeidershuisvesting. Deze villa is als typologie eerder zeldzaam binnen het oeuvre van deze architect, maar de traditionele, regionalistische esthetiek die zijn oeuvre kenmerkt, keert ook terug in het ontwerp voor de villa.

De contextwaarde van deze villa schuilt in het geheel van opeenvolgende villa’s op grote percelen, in vele gevallen achterin gelegen, die het overgrote deel van de Kardinaal Mercierlaan, de Jules Vandenbemptlaan en de Koning Leopold III-laan kenmerkten. Deze straten waren een geliefde woonplaats voor de welgestelde bewoners van Heverlee, vaak personeel (professoren) verbonden aan de Leuvense universiteit.

De vrijstaande villa is dieper op het perceel gelegen, zoals dit ook bij de bouwvergunning een vereiste was. Hierdoor werd een voortuin gecreëerd, van de straat gescheiden door middel van een afsluiting. Deze afsluiting werd net zoals de aanleg van deze voortuin reeds vernieuwd. De woning telt twee bouwlagen en drie traveeën onder een schilddak van zwarte leien. De woning op rechthoekig grondplan, parallel met de straat, heeft aan de achterzijde een uitbreiding van twee bouwlagen onder een zadeldak, die deel uitmaakt van oorspronkelijk ontwerp. De woning kreeg een erg klassieke, symmetrische gevelopbouw. Door het gebruik van bak- en zandsteen, erkers, historiserende ramen en een rondom rond geprofileerde kroonlijst met consoles en een klassieke bedaking bekroond met twee schoorstenen en schoorsteenaanzetten, is de woning regionalistisch van ontwerp.

De voorgevel combineert gevelvlakken in rode baksteen met gevelvlakken voorzien van een witte bepleistering. De voorgevel kent een symmetrische gevelopbouw, rondom een centrale deurtravee. De centrale travee is duidelijk herkenbaar als de toegangstravee. Hierbij ligt de voordeur met twee flankerende zijlichten vervat in een neoclassicistisch, zandstenen portaal. De omlijsting heeft een fries met een gebogen fronton met guirlande in bas-reliëf, gedragen door decoratief uitgewerkte consoles. De verdieping van deze centrale travee wordt geopend door drie rechthoekige vensters. Onder deze vensterpartij bevinden zich drie klossen die, volgens de bouwaanvraag, een bloembak ondersteunden. Beide venstertraveeën worden op de gelijkvloerse en de eerste verdieping opengewerkt door middel van doorlopende, brede, gebogen erkers die de gevel een sterk horizontaal karakter geven. Iedere erker telt vijf rechthoekige vensters met kleine houten roedeverdeling, omgeven door zandstenen omlijstingen. Deze vensters worden verbonden door bepleisterde muurvlakken. Per travee werd in het dakschild een dakkapel voorzien.

De achtergevel vertaalt eveneens duidelijk de drie brede traveeën, maar verlaat de symmetrische opbouw. De gelijkvloerse verdieping heeft een parement in rode baksteen, en is doorbroken door neotraditionele gekoppelde twee- en drielichten met natuurstenen negblokken en lateien, en bakstenen ontlastingsbogen. De verdieping heeft een bepleisterde afwerking, waarin per twee of per drie gekoppelde, eenvoudige rechthoekige vensters zitten. Tegen de rechtertravee staat een lage aanbouw onder zadeldak met keuken en een waskamer of linnenkamer. Een rondboogdeur geeft vanuit de keuken uit op de achtertuin. Een dakkapel doorbreekt het dakschild.

In beide zijgevels, voorzien van een bakstenen parement op het gelijkvloers, en een bepleistering op de verdieping, domineert een decoratief uitgewerkte schoorsteenaanzet, een typisch regionalistisch element. In de rechterzijgevel is een kleine uitbouw met een zithoek rond de haard gecreëerd; deze is op het plan versierd met een beeldnis, die niet meer bewaard of niet uitgevoerd is. Gekoppelde vensters met natuurstenen kozijnen beneden, rechthoekige vensters boven.

De plattegrond weerspiegelt de drieledige opbouw van de voorgevel, in drie even brede traveeën. Opvallend is de erg grote centrale hal met trap, die op de begane grond de volledige diepte van de woning inneemt. Links van deze hal zitten een woon- en eetkamer, onderling verbonden. In het verlengde van deze travee, een lage aanbouw die de keuken met wasplaats herbergt. Deze functionele ruimtes stonden door een trap in verbinding met de kelderruimtes. Het rechterdeel van het gelijkvloers omvat een tweede woonkamer uitgevend op een speelkamer aan tuinzijde. Beide salons aan straatzijde zijn voorzien van een zithoek rondom een open haard, een element dat uit de Engelse regionalistisch architectuur is overgenomen. Vanuit de grote hal vertrekt een trap die de kelder met de zolder verbindt. De opdeling in drie traveeën werd aangehouden op de eerste verdieping en de zolderverdieping, waarbij aan straatzijde, voor de traphal, telkens een kamer werd voorzien. Hierdoor werd de plattegrond op de verdiepingen grosso modo opgedeeld in vijf evenwaardige kamers, geschikt rond de trappenhal. Een badkamer werd ondergebracht in het zadeldak van de aanbouw.  

Aansluitend aan de linkerzijgevel werd eveneens een garage voorzien, opgetrokken volgens een gelijkaardige esthetiek en in dezelfde materialen als de hoofdbouw. Deze garage werd niet vermeld in de bouwaanvraag. Het is onduidelijk of deze garage reeds van bij de bouw van de woning werd opgetrokken, of het hier om een latere toevoeging gaat.

  • Stadsarchief Leuven, Modern Archief, dossier 1932/45 (bouwvergunning 29.03.1932).

Auteurs :  Elsen, Liedewij
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Villa in regionalistische stijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305593 (Geraadpleegd op 20-10-2019)