erfgoedobject

Modernistische villa

bouwkundig element
ID: 305596   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305596

Beschrijving

Imposante modernistische villa, gebouwd voor dokter Jean Eduard Vanden Abeele uit Sint-Mariaburg (Brasschaat, Antwerpen) die in 1937 de Brasschaatse architect Gérard Saenen vroeg het bouwdossier op te maken.

Door het ontbreken van de bouwplannen in het bouwdossier, is de oorspronkelijk indeling van het gebouw niet gekend. Mogelijk betrof het een woning met dokterspraktijk. Een herbestemming in 1998 breidde de functie van gezinswoning uit tot kantoren en studentenhuisvesting, verdeeld over de drie niveaus. Voor deze functiewijziging werden de oorspronkelijke plattegrond en de trappartijen verbouwd. Daarbij kreeg de kelderverdieping op straatniveau een uitbreiding voor de omvorming van de oorspronkelijke garage tot kantoorruimte, met een fietsenberging en een aparte inkom voor de studenten.

De vrijstaande villa is opgetrokken op een ruime plattegrond, en wordt gekenmerkt door een getrapte stapeling van volumes en vides onder een plat dak, met een sterke plastische expressie. De woning werd centraal op het sterk hellende perceel ingeplant, achter de rooilijn, zoals de bouwvoorschriften in 1937 oplegden. Door het ingraven van de kelderverdieping in de terreinhelling, ontstond aan aanzienlijk niveauverschil tussen de voortuin op straatniveau, en de hoger gelegen tuin achteraan de woning. De voortuin is van de straat gescheiden door middel van een afsluiting met eenzelfde esthetiek en materialiteit als het hoofdgebouw. Zo werden zowel de hoofdverdiepingen als deze lage afsluiting opgetrokken uit gele baksteen, gemetseld in ketting- of Noors verband met een Dudokvoeg. Het ontwerp van de voorgevel wordt bepaald door het evenwicht tussen sterk horizontaliserende elementen en contrasterende verticale accenten.

De woning is gebouwd op een terrein met een hellingsgraad van ongeveer 45 graden, waardoor de ingegraven kelderverdieping zich op straatniveau situeert, en de begane grond op het niveau van de tuin aan de achterzijde. Het niveauverschil tussen beide wordt visueel opgeheven door de hoge sokkel in donkere baksteen, met aan straatzijde de kelderverdieping. Het kleurcontrast onderscheidt deze ingegraven onderste bouwlaag van de in gele baksteen uitgevoerde bel-etage en bovenverdieping, die hieraan een zwevend karakter ontlenen. De sokkel, aanvankelijk geopend door een garagepoort, een deur en een vide, ligt verscholen achter twee trappenpartijen die de bel-etage van de woning toegankelijk maken. De sokkel werd aanvankelijk verder aan het zicht onttrokken door hoge struiken, die deze oorspronkelijk louter functionele bouwlaag lieten opgaan in de groenaanleg van het perceel. Zo kwam de nadruk des te meer op de twee woonetages te liggen. Door de verbouwingen uit 1998, waaraan ook de struiken werden opgeofferd, ging dit effect verloren.

De verdiepingen, opgevat als bel-etage aan de straatzijde en op het niveau van het maaiveld aan de tuinzijde, werden opvallend dynamisch uitgewerkt. De voorgevel telt vijf traveeën die van links naar rechts trapsgewijs vooruit springen. De woonruimtes op deze verdiepingen zijn ontsloten vanuit de functionele sokkel. Verder werden twee monumentale trappartijen voorzien aan beide uiteinden van de voorgevel, die vanuit de voortuin het portaal en het overdekte terras van de bel-etage toegankelijk maken. Deze trappenpartijen verloren veel van hun oorspronkelijke karakter, door het verwijderen of verwaarlozen van de leuningen. De aanvankelijk witgeschilderde, metalen buisleuningen, ook toegepast als tuinafsluiting, gaven de woning een elegante allure, ontleend aan de pakketbootstijl.

De linkertravee van de voorgevel, met vermoedelijk de dienstingang, wijkt sterk terug aansluitend op de linkerzijgevel. De tweede travee wordt gekenmerkt door het portaal met luifel op de bel-etage en een breed venster op de verdieping. Deze toegangspartij leidt naar de grote inkom- en traphal, uitgewerkt als een twee verdiepingen hoge vide, die afleesbaar is in de voorgevel ter hoogte van de derde travee. Deze afgeronde travee wordt doorbroken door een smal, oplopend traplicht. Als meest geprononceerde van deze gevel, wordt de vierde travee op de bel-etage gemarkeerd door een vooruitspringende, halfronde erkerpartij, die zweeft boven de rechtlijnige sokkel. Deze lichtrijke rotonde, over de volledige breedte opengewerkt door een doorlopend bandraam, huisvestte oorspronkelijk vermoedelijk het salon of de woonkamer. Op de erkerpartij rust een ruim balkon dat ter hoogte van de bovenverdieping zowel de vierde als de vijfde travee beslaat en doorloopt over de rechter zijgevel. Dit overhoekse balkon volgt de ronding van de erker maar evolueert vervolgens naar een rechte hoek, op het uiteinde ondersteund door een hoekpijler. Zo ontstond op de bel-etage een overdekt terras in de laatste travee, dat sterk terugwijkt ten opzichte van de rotonde, toegankelijk via een grote venster- en deurpartij. Dit terras, dat over de rechter zijgevel doorloopt tot aan de tuin achteraan de woning is net als het bovenliggende balkon voorzien van eenzelfde buisleuning als oorspronkelijk de trappenpartij en de tuinafsluiting.

De plastische volumetrie en gevelopbouw laten toe de oorspronkelijke plattegrond en ruimte-indeling te interpreteren. Op basis van de bouwaanvraag uit 1998 kon achterhaald worden dat de onderbouw aanvankelijk voornamelijk werd benut als garage en voorraadruimte, geschikt rond een centrale trap naar de bovenliggende verdiepingen. Deze ruimtes werden herbestemd als kantoor- en archiefruimte. De bel-etage die oorspronkelijk de woonruimtes en keuken herbergde, bestaat vandaag uit kantoren, een woonruimte met open keuken, eethoek, living,  speel- en werkhoek, alle uitgevend op terrassen, en de studentenkeuken. Op de verdieping bevinden zich enkele studentenkamers, en de slaapkamers met bijhorend sanitair. Hierbij bleef de traphal met de indrukwekkende vide, op de verdieping voorzien van een omringende overloop, hét structurerend element van de plattegrond, vanwaar de omliggende kamers toegankelijk zijn. Uit deze plattegronden valt af te leiden dat ook de overige gevels van bij oorsprong zijn voorzien van brede vensterpartijen, al dan niet overhoeks geplaatst.

Ondanks de wijziging van bestemming, en de uitbreiding ter hoogte van de sokkel aan de straatzijde, bleef het oorspronkelijke ontwerp van de woning, met de belangrijkste erfgoedelementen leesbaar. Uitgesproken kenmerken die te relateren zijn aan de stijl van de nieuwe zakelijkheid zijn het dynamische spel van gebogen en geometrische volumes, met de grote erker en de trapkoker als pronkstukken. De vorm en esthetiek van deze elementen, in combinatie met het contrasterende gebruik van respectievelijk gele en bruine gevelsteen voor de woonetages en de dienstensokkel, maken de functionele indeling van het gebouw leesbaar. Verder zijn ook de keuze voor het platte dak, en het gebruik van stalen profielen voor de bandramen, gekenmerkt door grote raamvlakken en minimale onderverdelingen, kenmerkend voor deze zakelijke bouwesthetiek, met referenties aan het zuivere modernisme. Opmerkelijk aan het ontwerp van de architect Gérard Saenen, is de imposante traphal met vide, die de plattegrond bepaalt en veruitwendigd wordt in de volumetrie en gevelopbouw van de villa.

  • Stadsarchief Leuven, Modern Archief, dossier 1937/275 (bouwvergunning 13/09/1937).
  • AMELYNCK, J. 1988: De moderne woning in Groot-Leuven van 1928-1940: een aanzet tot inventarisatie en analyse, onuitgegeven thesis, Katholieke Universiteit Leuven, Faculteit letteren en wijsbegeerte, Departement archeologie en kunstwetenschap.

Auteurs :  Elsen, Liedewij
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Modernistische villa [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305596 (Geraadpleegd op 19-08-2019)