erfgoedobject

Philipstorens

bouwkundig element
ID: 305665   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305665

Beschrijving

De Philipssite in Heverlee, een fabrieksterrein met monumentale fabriekshallen en -loodsen in zakelijke, modernistische bouwstijl, werd opgetrokken tussen 1929 en 1941 naar het model van de Philipsfabriek in Eindhoven. De overgebleven Philipstorens kenmerken het landschap van Heverlee en vormen een herinnering aan het industriële verleden van de voormalige gemeente. Naast de sobere, uitgezuiverde vormentaal die de achterliggende, functionele structuur weerspiegelt, zijn onder andere de grote vensterpartijen en de betonnen constructie kenmerkend voor deze modernistische fabriekstorens.

Historiek

In 1838 werd nabij de Parkpoort te Leuven een militair oefenterrein aangelegd op ruim 16 hectaren grond van het Leuvense Weldadigheidsbureau. Het doel van de vestiging van een garnizoen soldaten in de kazerne van Sint-Maartensdal was het verdedigen van het jonge België tegen nieuwe Hollandse acties. Op het kadasterplan uit 1846 staan ter hoogte van het militaire oefenterrein een vijftiental percelen aangeduid als ‘Steene Stap’, eigendom van het toenmalige Weldadigheidsbureau. Bij het verlaten van de site in 1927 werd een betonnen piste voor de wielersport aangelegd op het voormalige oefenplein. Jef Poeske Scherens (1909-1986) behaalde op deze open velodroom zijn eerste overwinningen als pisterenner.

In januari 1928 startten de onderhandelingen met het Philipsconcern voor de verkoop van de grond op het voormalige militaire oefenterrein. De Leuvense ‘Stoempersclub’ verhuisde naar het sportdomein langs de Kardinaal Mercierlaan, eveneens te Heverlee. Tot 1953 bleef een voetbalveld op de site aanwezig.

Het Philipsconcern werd gesticht in 1891, toen een werktuigkundig ingenieur Gerard Philips en zijn vader Frederik, bankier te Zaltbommel een stilgelegde fabriek in Eindhoven opkochten met het doel gloeilampen en andere elektrische producten te vervaardigen en te verkopen. Omstreeks de eeuwwisseling was Philips reeds de op twee na grootse gloeilampenfabriek van Europa. De eerste buitenlandse vestiging van het bedrijf was deze in Heverlee. Leuven was centraal gelegen, de stad vormde een belangrijk verkeersknooppunt met een goede verbinding naar Brussel, Antwerpen, Luik en de Kempen. Bovendien was er een ruime arbeidsmarkt vanwege de sterke bevolkingsaangroei. In 1929 ontstond het fabricagecentrum ‘De Belgische Philipsfabrieken’. Enkele inwijkende Nederlandse families werden gehuisvest in voorlopige barakken op het voormalige oefenplein vanwege de woningnood. Deze gastarbeiders werden ingezet voor de vervaardiging van transformatoren, spoelen en zelfinducties. De fabriek in Heverlee telde op dat moment 35 werknemers. In dat jaar bouwde de Belgische Philipsfabriek drie houten productieloodsen op de site. Deze loodsen naar het ontwerp van de architect H. A. Fruchart situeerden zich ter hoogte van de huidige gebouwen Philipssite nummer 1 en 3, 3a en 3b (de later opgetrokken torens van Philips). Het betrof driebeukige, houten loodsen met grote vensterpartijen en ijzeren spanten.

In 1930 legde de crisis de productie voor vier jaar lam en sloot de fabriek tijdelijk haar deuren. De houten productieloodsen werden in 1932 gesloopt. Vier jaar later werd de fabriek heropend voor de montage van radio’s met onderdelen die door Eindhoven geleverd werden. De radiotoestellen sloegen aan en de leuze “Leuven werkt” stimuleerde de verkoop. Er was in België vraag naar plaatselijke zenders en Leuven startte een afdeling ‘Zenders’ op, weldra gevolgd door de afdelingen ‘Metaalwaren en Gereedschapsmakerij’. Toen de oorlog de productie van radio’s, zenders en lasstaven voor de scheepswerven afremde, begon Leuven vrij eenvoudige, maar gevraagde artikelen te maken: fietsonderdelen, lampenkappen, dynamo’s, fietslampen en de populaire knijpdynamo’s, een onuitputtelijke lichtbron in de duistere bezettingsnachten. In de Leuvense vestiging werd clandestien omroepapparatuur gefabriceerd. Gezien de fabriek tijdens de oorlogsjaren actief bleef, werd deze gespaard van Duitse inkwartiering. De bevrijding schiep nieuwe noden voor burgers en bedrijven. In de naoorlogse periode kende Philips een hoogconjunctuur, waarbij het personeelsbestand gestaag toenam. De fabrieksgebouwen werden uitgebreid voor de massamontage van radio-ontvangsttoestellen, radio’s op batterijen, autoradio’s en -antennes, radiobuizen en kleine lampen, wasmachines, tl-armaturen, platenspelers en onderdelen voor radio’s en voor televisietoestellen. In de jaren zeventig werd Leuven een internationaal productiecentrum van Hi(gh)-Fi(delity)-apparaten.

In 1941 werd een aanvraag ingediend door de Philipsfabrieken voor de nieuwbouw van een fabriekshal als ‘hoogbouw’. De plannen bij de aanvraag bleven echter niet bewaard, waardoor de ontwerper niet gekend is. Dat jaar werd het Philipsconcern toestemming verleend voor de bouw van een zes verdiepingen tellend fabrieksgebouw, waarvan het ontwerp gebaseerd werd op de kenmerkende Philipstorens in Eindhoven. Het gebouw in modernistische stijl is vandaag nog aanwezig op de site en is omwille van de omvang en monumentale vormentaal erg beeldbepalend voor Heverlee.

Uit 1942 bleef een aanvraag bewaard voor de oprichting van een zandstraalinrichting, een harderij en een cornwallstoomketel. Op de plannen bijgesloten bij deze aanvraag staat de hoogbouw uit 1941 reeds aangeduid. Parallel aan dit volume werd in 1942 een nieuw volume opgetrokken in de vorm van grote loodsen. In 1947 werd een kantine gebouwd. De nood aan deze refter groeide vanwege het steeds toenemende aantal werknemers in deze periode. Deze kantine, een bakstenen constructie, werd gebouwd ter hoogte van het gebouw Philipssite nummer 4. In 1951 waren de eerste houten loodsen uit 1929 zodanig vervallen dat sloop aan de orde was. De loodsen werden in dat jaar gedeeltelijk vervangen door een stenen gebouw dat fungeerde als portiersloge en garage. De architect van deze plannen is op basis van de bouwaanvraag gekend als Raymond Vankeerberghen. Deze nieuwe gebouwen situeerden zich ter hoogte van de ingang langs de Nieuwe Kerkhofdreef. Ook in 1951 werd een metaalwarenmagazijn, een hoog- en laagspanningscabine en een chemicaliënmagazijn gebouwd. In 1953 werd de goedkeuring verkregen voor de bouw van een ketelhuis en een lasstavenproductiehal. Een jaar later werd de kantine uitgebreid. Bij de aanvraag voor de bouw van een schroothal in 1956 valt op hoe een parkzone aan de voorzijde van de site, ter hoogte van de Geldenaaksevest, intussen werd bebouwd met een grote fabriekshal. In 1959 werd het reeds bestaande metaalwarenmagazijn uitgebreid. Een jaar later werd de kantine voor een derde maal uitgebreid. Ook in de jaren 1960 werd de bedrijfsinfrastructuur van Philips op de site stelselmatig uitgebreid.

De ruimtelijke groei van de fabriek stagneerde in de jaren 1970 met een laatste bouwaanvraag in 1975. De bezetting van de site kende op dat ogenblik haar hoogtepunt. In 1979 werd het vijftigjarig bestaan van de Philipsfabrieken gevierd. De daaropvolgende jaren nam de productie in de fabriekssite in Heverlee gestaag af, waarbij het bedrijf diende af te slanken. De Philipsvestiging in Heverlee werd uiteindelijk gesloten en aan de stad verkocht in 1995. De talrijke loodsen en fabriekshallen op het voormalige oefenplein werden gesloopt. De iconische hoogbouw, de fabriekshal uit 1941, bleef behouden en werd in 2000 gerenoveerd met een herbestemming voor verschillende federale overheidsdiensten. Nieuwe volumes werden rond dezelfde tijd opgetrokken ter hoogte van de voormalige fabriekshallen. Een sportsite werd in 2002 gebouwd ter hoogte van het park dat zich op deze locatie in de jaren ’50 bevond.

Beschrijving

Ondanks de opeenvolgende uitbreidingen in de 20ste eeuw en de recente aanpassingswerken, bleef de  historische aanleg van de fabrieksterreinen nog voldoende afleesbaar in de huidige aanleg van de Philipssite. De hoofdingang tot de site situeert zich van bij de oprichting aan noordelijke zijde van het terrein ter hoogte van de Nieuwe Kerkhofdreef. Haaks op deze dreef leidt een 20ste-eeuwse laan naar de zuidelijke zijde van de site en de Geldenaaksebaan. Deze laan doorkruist het volledige bedrijventerrein. langs hedendaagse gebouwen evenwijdig met deze laan, opgetrokken ter hoogte van de eerste houten loodsen uit 1929 en de kantine. De laan kwam vanaf 1951 uit op een grote ovale tuin (ter hoogte van het huidige, gelijkvormige sportcentrum en uitkijkend op de Geldenaaksebaan). Ten oosten en dwars op deze laan bevindt zich de modernistische fabriekshal uit 1941 - de tot op heden bewaarde torens van de Philipssite – en een nieuw parallel volume. De loodsen die zich sinds de jaren 1940 van de vorige eeuw op deze plaats bevonden werden bij de herwaardering van de site door de stad vervangen door een hoger volume met eenzelfde plattegrond als de 20ste-eeuwse bebouwing.

De fabriekshal uit 1941 bevindt zich haaks op de centrale laan en werd opgetrokken in een sobere modernistische stijl die aansluit bij de nieuwe zakelijkheid die ook het eerste gebouwencomplex van Philips in Eindhoven typeert. Eenzelfde monumentaliteit kenmerkt de Philipsvestiging in Heverlee, die door middel van de uitstekende torenvolumes aan westelijke en oostelijke zijde een baken in de stad diende te zijn. De functionele vormentaal met grote rechthoekige vensterpartijen en het veelvuldig gebruik van beton benadrukken de industriële bestemming van het gebouwencomplex.

Het functionele fabrieksgebouw telt drie vleugels die in U-vorm op een rechthoekig grondplan zijn ingeplant. De centrale vleugel in de lengteas telt zeven en een halve bouwlaag en kent een gevelbreedte van vijftien traveeën. Deze wordt aan westelijke en oostelijke zijde ingesloten door een haakse vleugel van acht en een halve bouwlaag die door toevoeging van een blinde, technische verdieping als torenvolume werd uitgewerkt. De voorgevel en de toegang tot het gebouw richten zich naar het zuiden en de voorliggende Philipssite. De hoofdvleugel wordt aan zuidelijke zijde voorafgegaan door een eenlaags volume met eenzelfde gevelbreedte, dat bij de renovatie in 2000 volledig vernieuwd werd en voorzien werd van een verhoogde middenpartij van twee bouwlagen.

Het gebouw heeft een sterke ritmiek. De centrale vleugel met opengewerkte zuidelijke en noordelijke gevel is voorzien van grote rechthoekige muuropeningen in een rastervormig betonskelet. In de noordgevel wordt elk van de vijftien traveeën per verdieping gekenmerkt door een rechthoekige vensterpartij, oorspronkelijk met vermoedelijk zwart geschilderde stalen ramen met een grote rasterverdeling. Ook de dertien traveeën van de zuidelijke voorgevel werden op deze manier opengewerkt. De sterke ritmering van de traveeën wordt langs deze gevel doorbroken door middel van drie uitspringende, verticale circulatiekokers die boven het platte dak uitsteken. Deze kokers werden blind uitgewerkt en contrasteren met de sterk opengewerkte rechthoekige vleugel. Het functionele karakter van deze elementen wordt zo verduidelijkt in de vormgeving ervan. De zijvleugels zijn als torenvolumes opgevat en zijn opengewerkt door middel van kleinere, horizontale vensterpartijen ter hoogte van het uitspringende volume. De torens zelf worden gekenmerkt door rechthoekige, verticaal geaccentueerde vensterpartijen die het rijzige karakter van deze volumes benadrukken.

Het gebouw werd opgetrokken in een betonnen skeletstructuur en voorzien van een betonnen gevelafwerking. Historische foto’s tonen aan hoe het gebouw steeds een lichtkleurig parement had, met ter hoogte van beide torens enkele horizontale banden in een lichtroze kleur. Bij de renovatie van het gebouw werden deze gevelafwerkingen vrij geïnterpreteerd: de gevels kregen een afwerking in een bepleistering in gebroken wit en het uitkragende deel van de torens werd voorzien van fel blauw plaatmateriaal. Deze laatste kleur kan niet als origineel gezien worden, maar vormt wel een verwijzing naar het voor Philips’ branding, kenmerkende kleurgebruik. Ook de plint werd vernieuwd met hardstenen tegels. Het originele schrijnwerk werd vervangen door witte aluminium ramen. De rasterverdeling van zowel de ramen als de deuren vormt een verwijzing naar de oorspronkelijke raamindeling.

  • Stadsarchief Leuven, Modern Archief, dossier 1929/51 (bouwvergunning 05.04.1929), dossier 1929/109 (bouwvergunning 22.06.1929), dossier 1929/132 (bouwvergunning 09.08.1929), dossier 1932/200 (bouwvergunning 12.11.1932), dossier 1942/44 (bouwvergunning 01.02.1943), dossier 1947/60 (bouwvergunning 25.09.1947), dossier 1947/18 (bouwvergunning 24.03.1947), dossier 1951/104 (bouwvergunning 31.05.1951), dossier 1951/164 (bouwvergunning 16.06.1951), dossier 1953/279 (bouwvergunning 12.12.1953), dossier 1954/78 (bouwvergunning 24.07.1954), dossier 1955/1 (bouwvergunning 22.01.1955), dossier 1956/238 (bouwvergunning 08.12.1956), dossier 1959/150 (bouwvergunning 08.08.1959), dossier 1960/32 (bouwvergunning 24.03.1960), dossier 1961/58 (bouwvergunning 27.04.1961), dossier 1962/85 (bouwvergunning 26.04.1962), dossier 1973/116 (bouwvergunning 02.08.1973), dossier 1975/79 (bouwvergunning 23.10.1975).

  • UYTTERHOEVEN R. & MORIAS C. 1996: Heverlee 1846 - 1976: evolutie in woord en beeld, Leuven.


Auteurs :  Elsen, Liedewij
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Philipstorens [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305665 (Geraadpleegd op 18-10-2019)