erfgoedobject

Ensemble burgerhuizen door Theo Van Dormael

bouwkundig element
ID: 305668   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305668

Beschrijving

Ensemble van zestien eclectische burgerhuizen opgetrokken naar een bouwaanvraag uit 1906 en volgens een ontwerp van de architect Theo Van Dormael. Van Dormael was samen met de gebroeders Nijs ontwikkelaar van de gronden langs de Prins de Lignestraat en zodoende ook bouwheer. Het ensemble maakt deel uit van de kenmerkende uniforme straatwanden, opgetrokken in een eclectische stijl refererend naar de traditionele bak- en zandsteenstijl, die beide zijden van de Prins de Lignestraat kenmerken. In 1906 werden gelijktijdig vier ensembles van vier woningen gerealiseerd, die in het ontwerp onderling een erg grote verwantschap vertonen en ook een sterke relatie aangaan met de overige bebouwing in de Prins de Lignestraat, grotendeels ontwerpen van Theo Van Dormael.

Historiek

In 1901 meldde de rentmeester van de hertogen van Arenberg, de bewoners van het nabijgelegen kasteel, dat een strook van 12 meter breed gratis ter beschikking werd gesteld voor de aanleg van een nieuwe straat tussen de Waversebaan en de Naamsesteenweg. Tot dan toe werd de reeds aanwezige veldweg steeds de ‘Nieuwe weg’ genoemd. Na de aanleg ervan werd deze tot de huidige Prins de Lignestraat benoemd, verwijzend naar de Jean de Ligne (1525-1568), graaf van Arenberg, en familie van de weldoeners. Architect Theo Van Dormael trad voor het leeuwendeel van deze straat op als eigenaar en bouwheer. Mogelijk is er een verband met zijn functie van het Arenbergkasteel in de eerste helft van de 20ste eeuw. Theo Van Dormael, architect en lokale politicus in het 19de en 20ste-eeuwse Heverlee wierp zich met de aanleg van de Prins de Lignestraat op als een echte ontwikkelaar. Hierbij stond hij zelf in voor de ontwerpen van de verschillende burgerwoningen, steeds opgetrokken als ensembles op de gronden in zijn eigendom.

Van Dormael vroeg in 1906 de toestemming voor het bouwen van zestien aaneengeschakelde burgerhuizen ter hoogte van de Prins de Lignestraat. Met deze bouwaanvraag had hij, samen met de gebroeders Nijs, tot doel een uniforme straatwand te voorzien langs deze nieuwe straat die de Naamsesteenweg en het tot dan toe onaangelegde Lodewijk Engelbertus Van Arenbergplein verbond met de Sint-Lambertuskerk. Theo Van Dormael stond als erg actief architect en landmeter te Heverlee, zelf in voor het ontwerp en kon zo één van de voornaamste straten van Heverleecentrum vormgeven.

In de bouwaanvraag van 1906 werd een plan uit 1905 goedgekeurd voor de bouw van een eerste serie woningen, de vier burgerwoningen ter hoogte van de nummers 4-10. Het plan werd uiteindelijk gespiegeld gerealiseerd.

Van de overige woningen gerealiseerd in volgende fasen, bevatte deze bouwaanvraag geen plannen. Echter, in het archief van de architecten vader en zoon Theo en Paul Van Dormael, bleven schetsontwerpen bewaard van de overige woningen behorende tot het ensemble. Hieruit blijkt dat de zestien woningen werden opgesplitst en gerealiseerd in vier reeksen van steeds vier woningen. Deze reeksen woningen zijn ook in het ensemble van elkaar te onderscheiden vanwege lichte verschillen in de geveluitwerking en in materiaalgebruik.

Een reeks plannen voor de woningen nummers 12-16 uit 1906 wordt bewaard in het archief van de architect en wordt benoemd als de tweede serie. Deze tweede reeks van woningen, verschilt in het ontwerp het meest van de overige woningen vanwege de versoberde geveluitwerking. Eveneens uit 1906 bleven ontwerpen bewaard die overeen komen met de gerealiseerde woningen ter hoogte van de nummers 18-24, met hierbij de vermelding dat het om de derde serie woningen gaat. Tenslotte bleven ook plannen bewaard van de reeks woningen ter hoogte van de nummers 26-32, de vierde serie van vier burgerhuizen.

In 1947 erfde Paul Van Dormaelde  twee woningen (nummers 14-16) in de Prins De Lignestraat die nog in het bezit waren van zijn vader. Hij verbouwde ze tot één (nummer 16) en vestigde zijn architectenbureau op dat adres.

Beschrijving

De gevelrij bestaat uit vier ensembles van vier burgerhuizen. De vier ensembles verschillen licht in de uitwerking van de gevels alsook in de gekozen materialen. Per ensemble zijn de woningen symmetrisch opgebouwd, en niet in een doorlopend repeterend schema, waardoor de ensembles zich van elkaar onderscheiden. De ensembles tellen steeds drie bouwlagen, sommigen op een hoog souterrain, en werden voorzien van parementen in afwisselend rode en gele baksteen en eveneens afwisselend rode en gele horizontale sierlijsten. Hardstenen plinten, balkons, deuromlijstingen en cordonlijsten sieren de gevels. Puntgevels kenmerken de woningen volgens een vaste ritmiek. Ook de afwisseling van brede venstertraveeën met smeedijzeren balkon en smallere deurtraveeën draagt bij tot deze kenmerkende ritmiek. De vensters op de verdiepingen, korf- of segmentboogvormig, doorgaans alternerend, weerspiegelen de achterliggende plattegrond van de woningen waarbij de trapkoker in de deurtravee het souterrain verbindt met de verheven woonruimtes op de bel-etage en de slaapvertrekken op de tweede en derde bouwlaag. De eclectische vormentaal alsook het materiaalgebruik maken het geheel van zestien burgerhuizen tot een kleurrijk geheel, beeldbepalend voor de Prins de Lignestraat.

De vier woningen ter hoogte van de nummers 4-10 werden opgetrokken in gele baksteen boven een manshoge hardstenen plint, rijkelijk uitgewerkt met onder meer breuksteenimitatie en geopend door een hoog korfbogig keldervenster (gewijzigd bij nummer 8). De uiterste traveeën werden voorzien van een stompe puntgevel, aanvankelijk voorzien van smeedijzeren bekroningen. Rode baksteen werd aangewend voor de horizontale sierlijsten en voor de rollagen. De deur, voorzien van een fijn gesculpteerde deuromlijsting, omvat een houten, dubbele toegangsdeur (bewaard bij nummer 6 en 10). Origineel schrijnwerk in de korfboogvormige vensters bleef bewaard bij de nummers 6 en 10 (eveneens een glas-in-loodraam met roosmotief). De intact bewaarde kroonlijsten dragen sterk bij aan de gaafheid van het geheel.

De burgerhuizen ter hoogte van de nummers 12 tot 16 onderscheiden zich van de overige ensembles vanwege de meer vereenvoudigde gevelgeleding en het ontbreken van puntgevels, kortom een versoberde geveldynamiek. De rode bakstenen parementen van de vier burgerhuizen breken met de flankerende burgerhuizen opgetrokken in gele baksteen. Horizontale sierlijsten kenmerken de gevels alsook de ontlastingsbogen. Een hardstenen plint in breuksteen vormt de aanzet van de gevels en loopt door in de hardstenen omlijstingen van de voordeuren. Segmentboogvormige vensters werken de drie bouwlagen open, een smeedijzeren balkon siert de eerste verdieping ter hoogte van de venstertravee. Origineel schrijnwerk bleef bewaard bij nummer 12, een doorlopende houten kroonlijst kenmerkt het ensemble.

Het derde ensemble omvat de vier burgerhuizen met de nummers 18-24, opgetrokken in gele baksteen en gesierd door horizontale banden in rode baksteen. De uitwerking van de gevel is sterk gelijkend met deze van het ensemble nummer 4-10. Verschillend zijn de trapgevels in de plaats van puntgevels, de uitwerking van de plint, de rechthoekige deuren alsook de verdiepte gevelvlakken (ter hoogte van nummer 20-22 met een rondboofgries). De originele, houten dubbele deuren met lichten en smeedwerk bleven bij de vier woningen bewaard, slechts bij nummer 22 bleef het schrijnwerk in de vensters intact. De doorlopende houten kroonlijst, gevat tussen de twee trapgevels is eveneens origineel.

De laatste vier woningen die deze zijde van de straat kenmerken zijn de nummers 26-32. Het parement in rode baksteen met gele sierlijsten vindt aansluiting bij de nummers 12-16. De gevelgeleding, -detaillering en -ornamentiek is dezelfde als bij nummer 4-10. Afwijkend en uniek voor het ensemble zijn de decoratief opgevatte omlijstingen bij de vensters naar het souterrain alsook bij de bovenlichten in grijze hardsteen. Origineel schrijnwerk bleef volledig intact bewaard bij de nummers 28-30.

De burgerhuizen worden gekenmerkt door een klassieke, sinds de 19de eeuw gangbare, plattegrond. Kenmerkend voor deze traditionele opbouw van de woning is de smalle venstertravee die een hal met in het verlengde het trappenhuis dat de kelder met de zolder verbindt, omvat. Achter het trappenhuis bevindt zich de natte cel met keuken. De brede venstertravee omvat hierbij de verschillende leefruimtes in enfilade en uitkijkend op de achtertuin. De nummers 12-16 werden van een aanbouw voorzien. Deze conventionele plattegrond kenmerkt vermoedelijk ook de verdiepingen (plannen van deze bouwlagen zijn afwezig).

  • KADOC KU Leuven, Persoonsarchieven, BE/942855/670 Archief Theodoor en Paul Van Dormael, 1888-1970 (Archief), Plannen, nr. 49 en nr. 64 Prins de Lignestraat, 1906.
  • Stadsarchief Leuven, Modern Archief, dossier 1905/78 (bouwvergunning 26.12.1905), dossier 1913/70-74 (bouwvergunning 10.11.1913).
  • UYTTERHOEVEN R. & MORIAS C. 1996: Heverlee 1846 - 1976: evolutie in woord en beeld, Leuven.

Auteurs :  Elsen, Liedewij
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Ensemble burgerhuizen door Theo Van Dormael [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305668 (Geraadpleegd op 21-11-2019)