erfgoedobject

Tuinwijk Kriekenbos

bouwkundig geheel
ID: 305693   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305693

Beschrijving

De tuinwijk Kriekenbos werd in 1953-1954 gebouwd in opdracht van het gemeentebestuur van Heverlee. De ontwerpen werden in 1952 aangeleverd door de architect Frans Vandendael. De gebroeders Michiels uit Scherpenheuvel waren verantwoordelijk voor de groeninrichting van de wijk. Enkele verschillende typewoningen werden voorzien met als doel gezinnen van uiteenlopende grootte te kunnen huisvesten. De wijk telt 109 woningen die in een uniforme stijl, vrijstaand, per twee, per drie of per vier zijn gekoppeld als clusters op ruime groene percelen. Kenmerkend is de sobere bouwstijl, met de uniforme witgeschilderde bakstenen gevels, onder rode pannen zadel- en schilddaken. Deze uniformiteit en bijgevolg ensemblewaarde, is gecombineerd met de groene, open context de belangrijkste erfgoedwaarde binnen dit bouwkundig geheel.  

Historiek

Na de Tweede Wereldoorlog werd door de gemeente Heverlee alsook door lokale huisvestingsmaatschappijen sterk ingezet op de bouw van nieuwe woonwijken op de nog onbebouwde gronden in eigendom van de gemeente. Een zestal wijken kwam op die manier tot stand: Berkenhof (1949), Boskant (1951), Groenhof en Withof (1951-1952), Kriekenbos (1953-1954) en Ter Elst (1955).

Deze woonwijken vormen typische voorbeelden van naoorlogse volkswijken in Vlaanderen. Met de bouw ervan trachtte het gemeentebestuur in te zetten op de huisvestingsproblematiek die op dat moment in Vlaanderen heerste, en zich ook sterk in Heverlee deed gelden. De woningen gebouwd in deze wijken werden opgetrokken volgens de toenmalige eisen van een comfortabele, betaalbare en gezonde woning. Relatief grote woningen, met als doel onder andere kroostrijke gezinnen te huisvesten, werden opgetrokken op ruime percelen. Groenaanleg (voor-, zij- en achtertuinen en al dan niet publiek groen), volgens de invloed van het tuinwijkprincipe, was belangrijk.

Beschrijving

De tuinwijk Kriekenbos is als een duidelijk samenhangend geheel te herkennen in het straatbeeld. De wijk bevindt zich op een driehoekig stuk grond, begrensd door de Saffranenbergstraat in het noorden, de Kerspelstraat in het oosten, de Hertogstraat in het zuiden en zuidwesten, en tenslotte door de Kriekenboslaan in het westen. De Sparrendreef en de Tereikenlaan doorkruisen de wijken en verbinden het geheel van oost naar west. De kenmerkende witte architectuur, gecombineerd met daken in felrode dakpannen, maken van het geheel een erg uniforme wijk.

Door de architect Frans Vandendael werden vijf typewoningen ontworpen die, afhankelijk van straat tot straat, en de schikking van de percelen werden aangewend en gecombineerd in vier verschillende clusters. De clusters bestaan uit een vrijstaand model met type 5, een per twee woningen gekoppeld model met twee keer type 1, een per drie woningen gekoppeld model met twee keer type 3 en één keer type 4 of een per vier woningen gekoppelde model met twee keer type 1 en twee keer type 2. Het model van vier gekoppelde woningen is de meest voorkomende cluster in de tuinwijk. De vrijstaande woning komt slechts erg beperkt voor, doorgaans ter hoogte van de hoekpercelen waar twee straten samenkomen.  

De vrijstaande woningen hebben quasi een vierkante footprint. De gekoppelde woningen werden steeds op dezelfde manier geschakeld, maar verschillend in het aantal woningen. Iedere woning heeft een L-vormig grondplan bestaande uit een hoofdvolume parallel aan de straat en een tweede volume loodrecht daarop. Deze woningen zijn telkens gespiegeld en vormen samen een U-vormige grondplan. Twee U-vormen werden vervolgens gecombineerd tot een cluster van drie tot vier woningen.

Al de woningen in de wijk Kriekenbos tellen twee bouwlagen onder een steil dak. Dit dak van rode pannen bestaat uit een gecombineerd zadel- en schilddak vanwege het L-vormige volume van de woningen. Kenmerkend is de grote uitkraging van het dak. Alle woningen hebben een witgeschilderd bakstenen parement, dat eerder sober en ornamentloos werd uitgewerkt. De lage plint uit rode baksteen werd daarbij onbeschilderd gelaten. Eenvoudige rechthoekige gevelopeningen werken de voor- zij- en achtergevels telkens open. Opvallend zijn de relatief grote vensterpartijen ter hoogte van de voorgevels.

De woningen in cluster hebben de inkom in de voor- of zijgevel, afhankelijk van het type. De voorgevels worden telkens gemarkeerd door puntgevels in het verlengde van de dwarsvleugels. Deze vormen een risaliet, wat de gevels een zeker dynamiek geeft. De puntgevels bevinden zich in de uiterste traveeën bij de cluster van twee woningen, ter hoogte van de centrale travee bij de per drie geclusterde woningen en in de uiterste en centrale travee ter hoogte van de per vier geclusterde woningen.

De vrijstaande woningen onderscheiden zich van de geschakelde woningen vanwege het imposante volume dat door Frans Vandendael voor dit type werd toegepast. De voorgevel wordt gemarkeerd door een omvangrijke puntgevel die het zadeldak doorbreekt. Een inpandige garage maakt van oorsprong deel uit van het programma. Segmentboogvensters voorzien van bakstenen rollagen, ritmeren de dynamischer uitgewerkte gevels. Opmerkelijk is ook de hoge schouw die door het dak priemt en het verticale karakter van de woning versterkt. Kleine, driehoekige dakkapellen kenmerken de daken.

De woningen hebben erg functionele plattegronden met telkens drie slaapkamers op de verdiepingen, voor vijf tot zeven bewoners. De woningen, erg ruim voor hun tijd, waren er dus op gericht om grote gezinnen te huisvesten. De typewoningen 1 tot 4 waren erg gelijkend, onderling verschillend in de aanwezigheid van een extra salon of studiekamer. De salon en de zitkamer bevinden zich telkens aan de straatzijde terwijl de eethoek en de keuken met bergruimte zich naar de achterliggende tuin met koer richten. Typewoning 5 (vrijstaande woning) is verschillend in opstelling aangezien de verschillende vertrekken zich rond een centrale traphal schakelen.

De verschillende al dan niet geclusterde woningen bevinden zich steeds op ruime percelen. Iedere woning werd zo minimaal voorzien van een voortuin en een achtertuin. De koer die zich standaard in de oksel van de L-vormige plattegrond bevond, werd doorheen de tijd bij verschillende woningen voor uitbreiding dicht gebouwd. De vrijstaande en de uiterste woningen in een cluster hebben zijtuinen. Doorheen de decennia na de bouw van de wijk en met de grootschalige opkomst van ‘koning auto’ werden deze zijtuinen stelselmatig opgeofferd aan een garage. Samengaand werden de voortuinen deels verhard. Ondanks deze verdichting bleef het groene karakter van de wijk, beoogd in de plannen van Vandendael, in grote mate bewaard, onder meer door het behoud van de voortuinen. Deze waren aanvankelijk voorzien van verharde paden naar de voordeur, afgeboord met stroken breuksteen als lage keermuurtjes. Uit historische foto’s blijkt de standaard omzoming van de voortuinen met lage hagen. Waar deze hagen bewaard bleven, groeiden deze intussen uit tot echte schermhagen. Verschillende bomen, aangeplant bij de ingebruikname van de wijk, groeiden uit tot forse bomen die het groene karakter van deze wijk versterken. Afgezien van de groene voortuinen, werden geen extra groenstructuren voorzien in de aanleg van het publieke domein. De uitgesproken groenaanleg situeert zich dus voornamelijk op het perceelniveau.

  • Stadsarchief Leuven, Modern Archief Heverlee, wijk Kriekenbos.
  • EERDEKENS J. 1954: Heverlee bouwt: tentoonstelling de Thuis, Brussel.

Auteurs :  Elsen, Liedewij
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Tuinwijk Kriekenbos [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305693 (Geraadpleegd op 21-10-2019)