erfgoedobject

Dokterswoning

bouwkundig element
ID: 305704   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305704

Beschrijving

Vrijstaand burgerhuis met dokterspraktijk in eclectische stijl, gebouwd in opdracht van de arts Gustave Ectors, naar een ontwerp door de architect Louis Corthouts uit 1909. Het beeldbepalende pand ingeplant te midden van een beboomde tuin met hek aan de straat, is gaaf bewaard.

Historiek

In 1909 verkreeg Gustave Ectors, een arts uit Leefdaal, de toestemming tot het bouwen van een woning met dokterspraktijk en omheining op zijn domein langs de Tervuursesteenweg. De plannen voor de woning en het hekwerk werden opgemaakt door de architect Louis Corthouts. Corthouts realiseerde tal van kerken, kloosters en scholen en was de architect van eclectische handelspanden, stadswoningen en burgerhuizen in de Leuvense binnenstad. In 1911 werd opnieuw in opdracht van dokter Ectors een bijgebouw opgetrokken (waskamer, onduidelijk of dit bewaard bleef), eveneens naar een ontwerp van Corthouts. De architect opteerde zowel voor de woning, voor het hekwerk als voor het washuis voor een eclectische vormentaal met invloeden van de art nouveau.

Beschrijving

Het vrijstaande pand uit 1909 is achter de rooilijn ingeplant in de diepte van het licht hellende, langwerpige perceel. De woning met dokterspraktijk wordt omgeven door een voor-, zij-, en achtertuin met verschillende grote bomen. Langs de straatzijde bevindt zich een hoge tuinafsluiting, eveneens uit 1909. Een laag gecementeerde afsluitmuur vormt de basis voor twee keer vier hoge bakstenen pijlers met sierbanden in witte baksteen en een cementen deksteen. De pijlers worden verbonden door sierlijk uitgewerkt smeedijzeren hekwerk met gekrulde motieven in de stijl van de art nouveau. De twee centrale pijlers, elk nogmaals opgehoogd met baksteenmetselwerk en een deksteen, flankeren een smeedijzeren poort die stilistisch aansluit bij het vaste hekwerk. Vanaf deze poorttoegang vertrekt een oprit in cementdallen, die de voortuin doorkruist en deze met de achtertuin verbindt.

Het burgerhuis werd opgetrokken op een vierkant grondplan, telt drie tot vier bouwlagen en vijf tot drie traveeën aan de straat, met een hoge, gebosseerde, hardstenen sokkel en een complexe bedaking met natuurleien. Zowel het zadeldak als het uitkragende wolfsdak worden omzoomd door een rood geschilderde houten bebording, gedragen door bakstenen consoles. Het pand heeft een bruinrood bakstenen parement, doorspekt met sierbanden uit blauwe hardsteen en wit geglazuurde baksteen, die doorlopen over de voor- en zijgevels. Rechthoekige vensters met hardstenen of ijzeren lateien en hardstenen lekdrempels, segmentboogvormige vensters en ronde vensters werken de gevels open en worden telkens gekenmerkt door bakstenen rollagen met een omlijsting van wit geglazuurde baksteen.

De woning heeft een statig karakter, gekenmerkt door het risaliet van de rechter hoektravee die als een vierkante toren van vier bouwlagen onder een tentdak boven de overige traveeën oprijst. De linker travee springt eveneens vooruit en omvat drie bouwlagen met een afgeknotte puntgevel onder een gewolfd dak. De centrale travee ligt ingesloten tussen deze twee prominente hoektraveeën, onder het hoofddak, vormgegeven als schilddak.

Ter hoogte van de centrale travee, vervat in de hardstenen sokkel, situeert zich de dubbele, houten inkomdeur die  toegang verschaft tot de woonvertrekken alsook tot de dokterspraktijk. Deze centrale travee wijkt terug ten opzichte van  beide flankerende hoektraveeën. Dit verschil wordt opgevangen door de vooruitspringende sokkel met de inkomdeur, door de loggia van de eerste verdieping en het balkon van de tweede verdieping. De smeedijzeren borstweringen van de loggia en het balkon zijn sierlijk uitgewerkt, waarbij zowel het smeedijzer als de hardsteen worden gekenmerkt door een vormgeving met glooiende lijnen, kenmerkend voor de art-nouveaustijl. De loggia op de eerste verdieping wordt toegankelijk gemaakt door middel van een rechthoekig, driedelig deurvenster, het balkon op de tweede verdieping door een deur met hardstenen latei en bakstenen rollaag. Een sierband van wit geglazuurde baksteen omzoomt de travee en een houten kroonlijst met hanggoot ondersteund door bakstenen consoles, sluit ze af.

De linker hoektravee telt drie bouwlagen en een zolderverdieping onder het afgewolfde dak. De gebosseerde sokkel wordt opengewerkt door een rechthoekig venster. De eerste en tweede verdieping worden elk opengewerkt door een rechthoekig venster, voorzien van een hardstenen of ijzeren latei en een hardstenen lekdrempel, een blinde segmentboog en een bakstenen rollaag uit wit geglazuurde baksteen. De afgeknotte puntgevel wordt geopend door een rond venster ter verlichting van de achterliggende zoldervertrekken, met een hardstenen spuwer en een wit geglazuurde bakstenen omlijsting.

Het statige rechter hoekrisaliet werd uitgewerkt als een vierkante toren van vier bouwlagen onder een tentdak met smeedijzeren bekroning. De gebosseerde sokkel heeft twee rechthoekige vensters. De eerste verdieping telt twee rechthoekige vensters met een hardstenen latei, onder een blind getoogd boogveld, omzoomd door een bakstenen rollaag met een wit geglazuurde bakstenen band. Eenzelfde venster kenmerkt de tweede verdieping, maar onder een ijzeren latei met rozetten. De vierde verdieping, tevens torenkamer, wordt verlicht door een segmentbogig tweelicht met bakstenen muurdam en twee bakstenen rollagen. De toren wordt rondom rond afgesloten door steigergaten in hardsteen en een fries in sierbaksteenmetselwerk met bakstenen consoles ter ondersteuning van het uitkragende, leien tentdak.

In tegenstelling tot de sprekende voorgevel werden de overige gevels opvallend sober uitgewerkt, bij uitstek de achtergevel. De zijgevels worden zoals de voorgevel gekenmerkt door horizontale sierbanden en rechthoekige vensteropeningen met bakstenen rollagen. Sierlijk uitgewerkte schoorsteenaanzetten kenmerken deze gevels. De sobere achtergevel telt twee bouwlagen en een, omwille van het hellende perceel, lagere bakstenen sokkel. Deze sokkel is voorzien van segmentboogvormige keldergaten met traliewerk. De eerste verdieping komt licht boven het maaiveld uit op de achtertuin. Twee rechthoekige venster- en deuropeningen zijn ter hoogte van deze bouwlaag voorzien van een ijzeren latei met rozetten en een blind getoogd boogveld. Twee segmentboogvormige vensters met bakstenen rollaag werken de tweede verdieping open. De achterdeur met flankerende vensters geeft uit op een tegenover de tuin gelegen verhoogd bordes afgewerkt met hardsteen in breuksteenverband. Dit bordes leidt met een ijzeren trap naar de lager gelegen achtertuin.

Het oorspronkelijke schrijnwerk bleef bewaard. Witgeschilderde, houten raamprofielen verdelen de vensters en deurvenster twee- of drieledig met bovenlicht. In de bovenlichten werden telkens kleine, geelgekleurde en gehamerde glaspartijen ingewerkt tussen de verticale roeden. De inkomdeur ter hoogte van de centrale travee is een tweedelige, wit geschilderde, houten paneeldeur.

De onderkelderde woning omvat in de sokkel ter hoogte van de linker travee de dokterspraktijk van Ectors, ter hoogte van de rechter travee de keuken met pomphuis, en verder voorraad-, kolenkelders en de stookplaats. De centrale travee herbergt de inkomhal waar een trap vertrekt naar de verdiepingen. Een tweede trap ter hoogte van de linker travee, achter de praktijkruimte en haaks op de hoofdtrap maakt de ondergrondse kelder toegankelijk. De eerste verdieping wordt op de plannen van architect Corthouts aangeduid als de bel-etage. Een studeerkamer in de linker travee en een woonkamer in de rechtertravee kijken, samen met het balkon in de centrale travee, uit op de voortuin en de Tervuursesteenweg. Deze verdieping omvat langs de tuinzijde een grote eetkamer (rechter travee) en een brede veranda ter hoogte van de overige traveeën. Deze veranda geeft met een deur en bordes uit op de lager gelegen achtertuin. Een nieuwe trappartij vangt aan in de linker travee, gesitueerd achter de studeerkamer, en maakt de tweede verdieping toegankelijk. Deze verdieping omvat zes slaapkamers geschikt rondom het trappenhuis met in de centrale travee een overloop. Vanuit deze overloop is het tweede balkon toegankelijk. De trap leidt naar de zolderverdieping en toren, die een torenkamer,  herbergt.

  • Stadsarchief Leuven, Modern Archief, dossier 1904/- (bouwvergunning 25.05.1909), dossier 1911/47 (bouwvergunning 23.05.1911).

Auteurs :  Elsen, Liedewij
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Dokterswoning [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305704 (Geraadpleegd op 24-10-2019)