erfgoedobject

Villa Tortel-oord

bouwkundig element
ID: 305740   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305740

Beschrijving

Villa Turtel-Oord werd kadastraal geregistreerd in 1923 en opgetrokken in opdracht van Victor Verbelen, landbouwer te Heverlee. In 1937 verkreeg Verbelen de toelating om de woning uit te breiden ter hoogte van de achtergevel naar ontwerp van de architect Ph. Crabbé. Architecturaal vindt deze uitbreiding aansluiting bij de hoofdbouw. De interbellumvilla wordt gekenmerkt door invloeden van de cottagestijl. Fijn gesneden hout werd veelvuldig aangewend in combinatie met de bakstenen parementen. Dit gebruik van hout voor het portaal, de balkons en korbelen van de uitstekende complexe bedaking is kenmerkend voor de cottagestijl, en bleef samen met het schrijnwerk bovendien gaaf bewaard.

De villa werd teruggetrokken van de straat opgericht, te midden van een verhoogd gelegen, rechthoekig perceel. De voortuin vormt een rotstuin, afgeboord met een lage keermuur uit breuksteen, waarop aanvankelijk enkele lage bakstenen pijlers met deksteen stonden die het smeedijzeren hekwerk insloten. De oprit aan de rechterzijde van het perceel wordt afgeboord met breukstenen keermuren, en heeft als toegang een smeedijzeren poort tussen twee bakstenen pijlers met een basis uit witte natuursteen en een hardstenen deksteen. In een witte bepleistering ter hoogte van de linker pijler werd de naam van de villa “TORTEL-OORD” gekerfd. Het perceel wordt ter hoogte van de Eburonenlaan omzoomd door een lage bakstenen omheiningsmuur. Vanop de oprit maakt een brugje met cementrustieke, boogvormige leuning, de woning toegankelijk.

De woning werd opgetrokken op een L-vormige plattegrond met een vierkante uitbouw ter hoogte van de achtergevel (latere toevoeging uit 1937). De woning (hoofdvolume) telt twee bouwlagen onder gecombineerde zadeldaken met rode pannen en met uitkragende dakranden op witgeschilderde, gedetailleerd vormgegeven, houten korbelen. De woning bestaat uit een breed volume parallel aan de straat ingeplant, en een korter volume loodrecht daarop. Deze opstelling creëert in de voorgevel twee ongelijke traveeën, waarvan de linker travee onder afgevlakte puntgevel met afgewolfd zadeldak de sterk vooruitspringende venstertravee vormt. De brede rechter travee wijkt terug en omvat het toegangsportaal. De woning werd opgetrokken in rode baksteen boven een rustieke, hardstenen plint met ter hoogte van de voorgevel en linker zijgevel (de beeldbepalende straatgevels) een bakstenen cordonlijst. Korfboogvormige en segmentboogvormige openingen werken de gevels open, telkens voorzien van een bakstenen rollaag met witstenen aanzetstenen en een bakstenen lekdrempel.

Het portaal bestaat uit een in de oksel van beide volumes geplaatst afdak. Dit schilddak met rode leipannen wordt gedragen door een houten constructie, met een complexe roedeverdeling. Onder dit afdak bevindt zich een met twee hardstenen treden verhoogd bordes, bedekt met witte en blauwe tegels. De boogvormige inkomdeur, van de zijlichten gescheiden door witstenen muurdammen, wordt omgeven door een eveneens boogvormige bakstenen rollaag. Het afdak van het portaal wordt bekroond door een rechthoekig balkon met houten borstwering, vóór het deurvenster van de eerste verdieping. Deze travee wordt bekroond door een uitkragende dakrand, centraal licht verhoogd. De venstertravee wordt op de gelijkvloerse verdieping opengewerkt door een grote vensterpartij. Het hardstenen balkon op consoles van de eerste verdieping, met een houten borstwering, wordt toegankelijk gemaakt door een drieledig deurvenster. Een drielicht met lager middenluik doorbreekt de afgevlakte geveltop.

Ter hoogte van de venstertravee  in de achtergevel, bevindt zich een uitbouw van twee bouwlagen onder een schilddak, in 1937 opgetrokken als uitbreiding van de bestaande woning uit 1923. Deze uitbouw werd later uitgebreid met een gebogen glazen uitbouw. De achtergevel van de hoofdbouw blijft zichtbaar ter hoogte van de rechter deurtravee met per verdieping een segmentbogig venster onder een bakstenen rollaag. De rechter zijgevel vormt een blinde bakstenen gevel met uitzondering van een klein venster ter hoogte van de inkomhal. De linker zijgevel opent zich naar de brede zijtuin door middel van twee segmentboogvensters op de begane grond en op de eerste verdieping. Een deur onder een houten latei  geeft uit op de zijtuin. Het houten schrijnwerk van de inkomdeur en vensters bleef over de volledige woning gaaf bewaard. De houten ramen hebben kleine roeden en de bovenlichten verticale roeden. Dit schrijnwerk was vermoedelijk witgeschilderd maar kreeg later een lichtgroene kleur.

Een traveebrede inkomhal ter hoogte van de deurtravee vormt tevens de traphal. Vanuit de hal zijn de zit- en eetkamer, in elkaars verlengde ter hoogte van de linker venstertravee, bereikbaar. De hal geeft, ter hoogte van de venstertravee uit op de functionele vertrekken in de aanbouw.

  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Mutatieschetsen en bijhorende Mutatiestaten Leuven, afdeling IV (Heverlee), 1923/7.
  • Stadsarchief Leuven, Modern Archief, dossier 1937/87 (bouwaanvragen 03.04.1937).

Auteurs :  Elsen, Liedewij
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Villa Tortel-oord [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/305740 (Geraadpleegd op 16-10-2019)