Grafheuvelcomplex te Postel

inventaris archeologisch erfgoed \ archeologische zone

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Mol
Deelgemeente Mol
Straat Bergeyksedijk
Locatie Bergeyksedijk (Mol)

Administratieve gegevens

Juridische gevolgen

is beschermd als archeologische site Grafheuvelcomplex te Postel

Deze bescherming is geldig sinds 17-07-2018.

Beknopte karakterisering

Typologiegrafheuvels
StijlLa Tène
Dateringbronstijd, ijzertijd

Beschrijving

Algemene situering

De site bevindt zich in de gemeente Mol, deelgemeente Postel, ongeveer 2 kilometer ten noordoosten van de abdij van Postel, aan de Bladelse Heide. De zone maakt deel uit van het historische domein van de abdij.

De grafheuvelgroep is zuidwest-noordoost georiënteerd, grenzend aan een zandrug met dezelfde oriëntatie. De juiste aard van deze zandrug is niet gekend. Het gaat vermoedelijk om een duinrug die al aanwezig was vóór de aanleg van de grafheuvelgroep. Een andere mogelijkheid is dat het gaat om een stuifzandrug die is opgewaaid tijdens de periode dat het gebied in heide lag in de postmiddeleeuwse periode (cf. infra). In dit geval zouden de heuvelstructuren zelf echter wellicht ook meer aangetast zijn door deze verstuivingen. Op een ruimere schaal is de zone gelegen aan de noordwestelijke rand van een dekzandplateau. De absolute hoogte schommelt hier overal rond 41 meter TAW, naar het westen toe, in de richting van de depressie van de Moeren, daalt het reliëf vrij snel naar een hoogte van ca 39 meter TAW. Naar de bodemkaart wordt het gebied gekarakteriseerd door "matig natte" tot "matig droge zandbodems met duidelijke ijzer en/ of humus B horizont" (bodemseries Zcg en Zdg).

Archeologische nota

In de buurt van de abdij van Postel werden in het verleden verschillende grafheuvels uit de metaaltijden onderzocht (De Laet 1954; Meex 1976; Van Impe 1976). Een eerste is ongeveer 500 meter ten noorden van de abdij van Postel gesitueerd, en ongeveer 1,5 kilometer ten zuidoosten van de grafheuvelgroep die het onderwerp is van dit dossier. Een andere grafheuvel (de 'heuvel in’t Perk') was gesitueerd ongeveer 700 meter ten westen van de grafheuvelgroep. Op deze locatie worden door de toenmalige onderzoekers het bestaan van een twintigtal andere grafheuvels vermeld. Dit wordt echter niet bevestigd door de analyse van het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen II (cf. infra).

Naast deze grafheuvels werden door V. Vandekerchhove eveneens sporen van zogenaamde Celtic Fields herkend in de omliggende akkers (Vandekerchhove 1987). Dit wordt wel bevestigd middels het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen II (cf. infra).

Pollenonderzoek op veensequenties in het gebied van de ‘Moeren’ enkele kilometers naar het westen bevestigt de intensieve aanwezigheid van de mens in het gebied in de ijzertijd. Het pollenspectrum toont hier immers een zeer sterke menselijke invloed bij de start van het Subatlanticum, met de uitbreiding van heide in alle diagrammen, zeer hoge percentages van pollen van granen (1,1 tot zelfs 4,8%), en tekenen van ontbossing en uitbreiding van graslanden. De hoge percentages aan graanpollen doet de auteurs besluiten dat er akkers moeten aanwezig geweest zijn in de onmiddellijke nabijheid van de geanalyseerde sequenties (Mullenders & Coremans 1964).

De grafheuvelgroep was tot voor kort onbekend in de archeologische literatuur, en werd zeer recent (2016) ontdekt middels een analyse van het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen II (DHMV II). Het hoogtemodel toont een aantal duidelijke heuvelstructuren gelegen in het bos, variërend in diameter en hoogte. De heuvelgroep is zuidwest-noordoost georiënteerd, en strekt zich uit over een lengte van ca. 250 meter.

Op een ruimere geografische schaal toont het DHMV II zowel ten zuidwesten als ten zuidoosten van de heuvelgroep complexen van Celtic Field-structuren, eveneens hoofdzakelijk onder bos gelegen.

Op 1 februari 2016 vond een eerste terreininspectie van de heuvelgroep plaats. Deze inspectie bestond uit een fotografische registratie en een booronderzoek. Op 8 maart 2016 werd een tweede terreinonderzoek uitgevoerd. Dit bestond uit de registratie van een profiel van één van de grafheuvels, op de plaats waar een recente gracht het heuvellichaam doorsnijdt. Deze sequentie werd bemonsterd voor pollenonderzoek. Deze analyse werd uitgevoerd in 2017 (Meylemans et al. 2017).

Uit het pollenonderzoek bleek echter een slechte bewaringstoestand van de pollen, waardoor alleen de pollensoorten die het best bestand zijn tegen corrosie overwegend aanwezig waren, zoals Alnus (els), Corylus (hazelaar) en Calluna (heide). Hierdoor is een betrouwbare reconstructie van de toenmalige vegetatie niet mogelijk.

In totaal kunnen via de analyse van het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen II minstens negen grafheuvels herkend worden in deze zone. Op basis van het uitgevoerde terreinonderzoek konden geen directe dateerbare elementen aangedragen worden. Echter, de grootte van de grafheuvels wijst er op dat deze grafheuvelgroep wellicht te dateren is in de ijzertijd. Een gelijkaardige (urnen)grafveldje uit deze periode is in de Kempen o.a. onderzocht te Kaulille (Engels & Van Impe 1985). Tussen de onderzochte grafheuvels waren daar nog nog talrijke andere grafstructuren aanwezig. De aanwezigheid van Celtic Field-structuren, in de nabijheid van maar toch duidelijk gescheiden van het grafveld, is een bijkomende indicatie dat we het grafveld moeten situeren in de ijzertijd. De analyse van het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen II en het uitgevoerde terreinonderzoek wijst op een zeer goede fysieke bewaring van de zone.

Evaluatie van de bewaringstoestand en motivatie voor de afbakening

Evaluatie van de bewaringstoestand

Het uitgevoerde terreinonderzoek toonde over de gehele zone een uitstekende bodemkundige bewaring, met de aanwezigheid van podzolbodems. De analyse van het DHM Vlaanderen II wijst er eveneens op dat het plaatselijke reliëf over het algemeen zeer goed is bewaard, met uitzondering van de recente grachten die enkele van de grafheuvels doorsneden hebben. De analyses van de hoge resolutie data van het DHMV II tonen op de overige grafheullichamen geen noemenswaardige schade. Enige aantasting is wel te verwachten door de aanwezigheid van bomen en daarmee gepaarde gaande doorworteling.

Motivatie voor de afbakening

De afbakening van de archeologische site volgt de kadastrale grenzen van de percelen waarop aan de hand van het DHMV II grafheuvels en andere geassocieerde structuren zijn herkend.

  • ANDERSEN S.TH. 1992: Early- and middle-Neolithic agriculture in Denmark: pollen spectra from soils in burial mounds of the Funnel Beaker Culture. Journal of European Archaeology 1: 153-180.
  • BEERTEN K., VANDERSMISSEN N., DEFORCE K. & VANDENBERGHE N. 2014: Late Quaternary (15 ka to present) development of a sandy landscape in the Mol area, Campine region, NE Belgium, Journal of Quaternary Science 29: 433-444.
  • BEERTEN K., DEFORCE K. & MALLANTS D. 2012: Landscape evolution and changes in soil hydraulic properties at the decadal, centennial and millennial scale: a case study from the Campine area, northern Belgium. Catena 95: 73-84.
  • DE LAET S.J. 1954: Opgraving van twee grafheuvels te Postel (gemeente Mol, provincie Antwerpen), Handelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent, Nieuwe Reeks VIII, 4-29.
  • ENGELS A. & VAN IMPE L. 1985: Het urnenveld op de Dorperheide te Kaulille (Gem. Bocholt), Archaeologica Belgica I, 2, 33-35.
  • MEEX F. 1976: Grafheuvels en Urnenvelden in de Kempen, Archeologische Kaarten van België 5, Brussel.
  • MODDERMAN P.J.R. 1975: Bodemvorming in grafheuvels, Analecta Praehistoria Leidensia 8, 11-22.
  • MEYLEMANS E., COUSSERIER K., DEFORCE K. & VAN GILS M. 2017: Evaluatie van een grafheuvelcomplex te Postel (gem. Mol, prov. Antwerpen), Onderzoeksrapporten agentschap Onroerend Erfgoed, Brussel.
  • MULLENDERS W. & COREMANS M. 1964: Recherches palynologiques a la tourbiere “de Moeren”, a Postel (Campine Belge, Acta Geografica Lovaniensia 3, 305-326.
  • VANDEKERCHOVE V. 1987: Celtic Fields in de Belgische Kempen: een onderzoek van de kaartbladen 8, 9, 17 en 18, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven).
  • VAN IMPE L. 1976: Ringwalheuvels in de Kempense Bronstijd, Archaeologica Belgica 190, Brussel.

Bron: Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingdossier 4.001/13025.101.1, Grafheuvelcomplex te Postel (Mol), Mol.

Auteurs: Meylemans, Erwin

Datum tekst: 2018

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Postel

Mol (Mol)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.