Stadssleepboot T70

inventaris varend erfgoed

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Antwerpen
Deelgemeente Antwerpen
Straat
Locatie Antwerpen (Antwerpen)
Status Varend erfgoed in het water

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Onderzoeksproject sleep- en werkschepen (typologisch-thematisch onderzoek: 01-01-2018 - 31-05-2019).

Juridische gevolgen

Beknopte karakterisering

Typologiesleep- en duwboten
Dateringna WO II
Materiaalstaal

Afmetingen

Onderzoeksproject sleep- en werkschepen (15-03-2018)

Lengte 28,33 m
Breedte 9,066 m
Diepgang 3,87 m

Beschrijving

Geschiedenis van het vaartuig: De haven van Antwerpen heeft meerdere generaties havensleepboten met de Voith-Schneidervoortstuwing aangekocht vanaf ongeveer 1960. Het Algemeen Werkhuis Noord is een van de meest gespecialiseerde onderhoudswerkplaatsen voor deze technologie. In januari 1967 werden zeven havensleepboten van de zogenaamde 70-reeks besteld bij de scheepswerven Sint-Pieter nv uit Hemiksem. De zeven slepers met nummer 70 tot 76 werden tussen april 1968 en november 1968 geleverd. De twee Voith-Schneider propellers per schip werden besteld bij Voith in Heidenheim. De hoofdmotoren werden door ABC uit Gent geleverd. De scheepswerven Sint-Pieter bouwden de romp en assembleerden alle onderdelen. De slepers hadden een grote manoeuvreerbaarheid en konden in ongeveer 37 seconden ter plaatse rond hun eigen as draaien. Vermits ze in alle veiligheid zeeschepen van een groot tonnage moesten sleper in de haven was een grote trekkracht nodig. Er werd ook geïnvesteerd in het comfort van de bemanning door te zorgen voor een hoge zichtbaarheid vanuit de stuurhut en een akoestische isolatie van het motorcompartiment. Daarnaast werd de 70-reeks bedacht om als ijsbreker en brandweerschip te functioneren.

Ook nadien werden reeksen besteld die volgens dezelfde principes als de 70-reeks werden gebouwd. Van de 80-reeks werden in 1976 zeven exemplaren gebouwd door de Chantier Naval de Rupelmonde en de Scheepswerven Sint-Pieter in Hemiksem. Vanaf de 90-reeks ging het vermogen in stijgende lijn. Dit is een gevolg van de immer groeiende tonnenmaat van de zeeschepen die de Antwerpse haven aandeden. Tussen 1989 en 1991 werden drie exemplaren van de 90-reeks gebouwd met Voith-Schneideraandrijving door K. Damen in Hardinxveld-Giessendam in Nederland. Deze generatie had twee ABC-dieselmotoren van 1450 pk per stuk en een Bollard pull van 32 ton. In 1991 leverde de werf Scheepvaart en Konstruktiebedrijf (SKB) twee havensleepboten van het type 10 met Voith-Schneiderpropellers, ABC-dieselmotoren van 2380 pk en een trekkracht van 50 ton. De drie schepen van het type 20 werd in 2002 gebouwd met krachtige ABC-motoren van 2610 pk en een trekkracht van 55 ton. Nadien volgden de schepen van het type 30 rond 2011 waarvan de afmetingen, het vermogen en de trekkracht dezelfde waren als bij de 20-reeks. Het meest recente type 40, gebouwd in 2012, is de meest krachtige tot nu toe. De twee motoren van ieder 3593 pk leverden een trekkracht van 70 ton op een vast punt.

De havensleepboten van de 70-reeks hadden een lange actieve carrière. De nummers 71 en 76 werden respectievelijk in 1986 en 1988 uit dienst genomen. De overige sleepboten van de 70-reeks voeren nog twee decennia verder. Het is de bedoeling om de sleepboot 70 stationair te bewaren, aanvankelijk drijvend en op termijn in een droogdok. Het zou een meerwaarde zijn om het onderwaterschip met de Voith-Schneider-propellers zichtbaar te maken voor het publiek.

Eigenaars:

  • 1968-2017: Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen.
  • Sinds oktober 2017 de stad Antwerpen.

Bouwjaar: 1968.

Werf: Sint-Pieter uit Hemiksem.

Functie: Havensleepboot.

Vaargebied: De haven van Antwerpen.

Beschrijving romp, constructie en opbouw: De gelaste stalen romp van de stadssleepboot T70 is gebouwd om de twee Voith-Schneiderpropellers zo efficiënt mogelijk in te zetten. De propellers zijn geïnstalleerd op een derde van de lengte vanaf de boeg. De romp achter de propellers is zo veel mogelijk horizontaal gebouwd zodat de overdruk achter de propellers geen aangrijppunt krijgt. Om de koersstabiliteit te bevorderen is achteraan onder de romp een vin aangebracht. Onder de schoepenbladen van de propellers is een bodemplaat geïnstalleerd om meer vermogen op te wekken bij lage snelheid en om de installatie te beschermen tegen het raken van de bodem. De romp is op de waterlijn volledig rondom versterkt tegen ijs. De kont is eveneens versterkt zodat het vaartuig als ijsbreker kan gebruikt worden door achterwaarts te varen.

Tonnage: 270 m³ waterverplaatsing.

Motoren en aandrijving: Centraal in de machinekamer staan de twee ABC-dieselmotoren, type 8 MDXC met 8 cilinders van ieder 1100 pk bij 765 toeren per minuut (t/m). Iedere motor drijft een Voith-Schneiderpropeller aan. De dieselmotoren worden met perslucht gestart. De bakboordmotor drijft twee compressoren van DUBA aan, die dienen om de persluchtflessen aan bakboord te vullen. Er zijn vier brandstoftanks aanwezig, telkens op de hoek van de machinekamer. De twee voorste brandstoftanks kunnen ieder 18750 liter bevatten. De tanks achteraan het motorcompartiment hebben een capaciteit van 3260 liter elk. Aan de voorzijde van de machinekamer zitten boven de inkomdeur twee dagtanks van ieder 1000 liter. Een brandstofpomp van Duchesne type TNH 30L pompt de brandstof binnen het systeem. Centraal achteraan het motorcompartiment staat de brandplusinstallatie. Die wordt aangedreven door een MAN type D2148 M uit 1967 van 207 pk bij 1800 t/m. De motor drijft twee pompen van KSB aan voor water en schuim.

De stadssleepboot T70 is uitgerust met twee Voith-Schneiderpropellers van het type 26G II/175. De Voith-Schneiderpropeller is een ronde plaat met een diameter van 2,6 meter onder de romp die rond een verticale as roteert. Aan de schijf zijn vijf verticale schoepbladen of messen van 1,75 meter lengte bevestigd die met een mechanisch kantelmechanisme verstelbaar zijn zodat de stuwkracht in eender welke richting kan worden gericht. De ene propeller draait in wijzerzin, terwijl de andere tegenwijzerzin draait. De transmissie van de twee ABC-dieselmotoren gebeurt met transmissie-assen in Siemens-Martinstaal. De assen zijn met de dieselmotoren verbonden met een zachte vloeistofkoppeling (type 1150 T1m1) die het toelaat om de motoren onbelast te starten. Bij het starten van de motor wordt een eerste schoepenrad van de vloeistofkoppeling in beweging gezet. Het schoepenrad zit in een afgesloten kast gevuld met een hydraulische vloeistof. De vloeistof begint mee te draaien met het schoepenrad en zet door de opgebouwde druk een tweede schoepenrad in beweging. Het tweede schoepenrad is verbonden met de uitgaande transmissie-as. De transmissie-assen zijn aan de zijde van de Voith-Schneiders aangesloten met een flexibele tandkoppeling Sier Bath type 5 op de ingebouwde reductiekast van Voith-Schneider (type 1100 PS). De reductiekast laat toe om de omwenteling van 750 t/m terug te brengen tot een snelheid van 69 t/m.

Uitrusting: Sleephaak op het achterschip.

Interieur: De sleepboot is onder het dek ingedeeld in vijf compartimenten. De voorpiek is in gebruik als zoetwatertank. Het tweede compartiment bevat de kleedkamer met lockers en een lavabo. In het derde compartiment is de Voith-Schneideraandrijving opgesteld. Het vierde compartiment bevat de machinekamer. De machinekamer is onderverdeeld in twee delen: de machinekamer en de controlekamer. Ze zijn door een geluidswerende deur van elkaar afgesloten. De achterpiek is ingericht als magazijn en reservoir voor het brandblusschuim. In de opbouw op het dek vinden we vanaf de boeg te beginnen het dagvertrek van de bemanning, de traphal, met aan stuurboordzijde de kombuis met aanrecht en wasbak en aan bakboordzijde een toilet. Daarachter bevindt zich als grootste ruimte de machinekamerschacht. Achteraan de dekopbouw zijn een toegangsdeur en een opbergruimte te vinden. Het stuurhuis bevindt zich bovenop de dekopbouw en is toegankelijk met een trap vanop het voordek en vervolgens enkele treden achteraan de stuurhut.

  • PISSIERSSENS C. 2014: Geschiedenis der Belgische sleepvaart. Belgisch glorie, 1860-2012, s.l.
  • SCHEEPSWERVEN St PIETER s.d.: Remorqueurs portuaires avec propulsion Voith-Schneider pour le Port d’Anvers, Hemiksem.
  • S.N. 28 augustus 1953: Sleepboten met Voith-Schneider voortstuwing, Schip en werf. 14-daags tijdschrift, gewijd aan scheepsbouw, scheepvaart en havenbelangen, 20.18, 407-410.

Bron: -

Auteurs: Van Dijck, Maarten

Datum tekst: 2018

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.