Station van Waterschei

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Limburg
Gemeente Genk
Deelgemeente Genk
Straat Stadionplein
Locatie Stadionplein 1, Genk (Limburg)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen

Juridische gevolgen

Beknopte karakterisering

Typologiestationsgebouwen
Stijlmodernisme
Dateringna WO II
Betrokken personen

Beschrijving

Stationsgebouw van Waterschei, in 1953 gebouwd als vervanging van de in 1927 door het kadaster geregistreerde "Nijverheidsstatie" aan de noordzijde van de "IJzerweg van Hasselt naar Asch" in het in 1874 verkavelde gebied "Opglabbeker Zavel". Als gevolg van de ontdekking van steenkool in Limburg in het begin van de 20ste eeuw werd na de Eerste Wereldoorlog het spoorwegnet uitgebreid om aan de toegenomen vraag naar transportmiddelen te voldoen. De spoorweglijn was een van de drie hoofdverkeersassen die reeds voorzien waren in het oorspronkelijke "Plan d’ensemble", dat in het begin van de 20ste eeuw de basis vormde voor de ontsluiting van de Limburgse kolenregio. De lijn Winterslag – Zwartberg – Waterschei – As met een lengte van 12 kilometer werd in 1925 aangelegd en in 1927 door het kadaster geregistreerd.

Het oude station, geregistreerd als "statie", bestond uit een langwerpig houten gebouw van een bouwlaag onder zadeldak met ten westen een kleiner bijgebouw, het “seinhuis”. In 1953 registreerde het kadaster een volledige heropbouw van het stationsgebouw, nu zonder seinhuis, naar een ontwerp van architect Constant Trouvé. Het nieuwe station bestond uit een tweelaags gedeelte voor de reizigersdienst en een aanpalend eenlaags volume voor de goederendienst. De eigenaar was op dat moment de Belgische staat, vruchtgebruiker was de nationale maatschappij der Belgische spoorwegen. In 1963 werd nog een uitbreiding aan de westzijde geregistreerd.

Zoals gebruikelijk in de stationsarchitectuur kort na de Tweede Wereldoorlog koos men ook in Waterschei voor een eerder traditionele vormgeving en materiaalgebruik: gevels in baksteenmetselwerk, hardsteen (of beton) voor de dorpels, de plint en de raamomlijstingen. Dit in combinatie met pannen schilddaken en rechthoekige gevelopeningen. In de detaillering herkent men echter ook modernistische elementen, zoals de overkragende dakranden, de betonnen luifels, het metalen buitenschrijnwerk, de combinatie van verschillende vensterformaten naast elkaar, het horizontale voegbeeld en de gevelstenen met de stationsnaam.

Het stationsgebouw ligt ten noorden van de tuinwijk van Waterschei, aan de noordzijde van de anno 2018 niet gebruikte en niet onderhouden spoorweg. Zowel de spoorweg als de perrons zijn overgroeid met gras en lage struiken.

Stationsgebouw van vijf traveeën en twee bouwlagen onder ver overkragend pannen schilddak, aan de westzijde eenlaagse aanbouwen onder ver overkragend pannen schilddak en plat dak (uitbreiding van 1963). Gevels in bruinrood baksteenmetselwerk in halfsteens verband op gecementeerde sokkel. De lintvoegen zijn afgewerkt met lichtgrijze mortel, de stootvoegen met rode mortel, waardoor er een horizontale ritmering ontstaat. Rechthoekige gevelopeningen van verschillende formaten in terugwijkende gecementeerde omlijsting met rollaag als latei en hardstenen en betonnen dorpels en tussenpijlers. Grotendeels authentiek bewaard buitenschrijnwerk.

De voormalige hal in de uiterst westelijke travee van het hoofdgebouw wordt in de noord- en zuidgevel gemarkeerd door een brede driedelige deur onder ver uitstekende betonnen luifel, die aan de zuidzijde ook aan een deel van de lagere aanbouw doorloopt. De deur in de noordgevel heeft een trapeziumvormige sluitsteen met daarop een omcirkeld B, het symbool van de nationale maatschappij der Belgische spoorwegen. Centraal in de naar het spoor gerichte zuidgevel een gevelsteen met het opschrift WATERSCHEI. Dezelfde gevelsteen bevindt zich ook in de kopse oostgevel. De deels op een verhoogde sokkel geplaatste aanbouwen aan de westzijde dienden wellicht als magazijn en hebben voornamelijk hooggeplaatste horizontale vensteropeningen, aan de zuidzijde drie brede poortopeningen waarboven de dakrand als luifel verder uitspringt.

  • Kadasterarchief Limburg, Mutatieschetsen Genk, afdeling A (Genk), 1927/7, 1939/22, 1946/17, 1952/46, 1953/52, 1963/52.
  • Kadasterarchief Limburg, Leggers Genk, afdeling A (Genk), artikel 2988, 1479, 3150/2.
  • DE BOT H. 2003: Stationsarchitectuur in België, Deel II 1914 – 2003.
  • DE MEULDER B. e.a. 1991: Geschiedenis op zoek naar waardig vervolg, Studie van de mijnnederzettingen in Waterschei, Winterslag en Eisden, Brussel.

Bron: -

Auteurs: Fexer, Charlotte

Datum tekst: 2018

Relaties

maakt deel uit van Genk

Genk (Limburg)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.