erfgoedobject

Hoekhuis

bouwkundig element
ID
306570
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/306570

Beschrijving

Deze half vrijstaande burgerwoning in modernistische stijl werd in 1935 ontworpen door de Gentse architect Armand Liebert, wonende te Begijnhofplein 22 in Gent. De aanvraag werd ingediend door Hermine Van den Bossche, weduwe van Emile Braecke uit de Scheldestraat 59 in Sint-Amandsberg.

Het ontwerp van Armand Liebert voor deze ruime burgerwoning sluit qua stijl helemaal aan bij de middelhoge interbellumbebouwing die het straatbeeld van de Victor Braeckmanlaan karakteriseert. De woning is echter beeldbepalend in de straat aangezien het een hoekperceel betreft, waardoor er zowel een gevel langs de Victor Braeckmanlaan uitgewerkt is, als langs de Johannes Hartmanlaan. Ook valt de woning op omdat het een doorbreking van de gesloten gevelrij die de straat karakteriseert flankeert. Liebert heeft tijdens de jaren 1930 nog verschillende andere burgerwoningen in een overwegend modernistische stijl ontworpen in Gent. Verder kennen we van hem ook het ontwerp voor het modernistische magazijn van de familie Paradis in de Koning Boudewijnstraat in Gent.

De woning telt twee bouwlagen onder een hoog rood pannen mansardedak. Langs de Victor Braeckmanlaan zijn er twee ongelijke traveeën, uitgewerkt als voorgevel, en langs de Johannes Hartmanlaan vier traveeën, waarbij een afgeschuinde hoektravee beide gevelpartijen verbindt. De architect verlevendigt zijn ontwerp door ervoor te kiezen om alle traveeën verschillend uit te voeren. De nadruk wordt gelegd op de smalle verhoogde deurtravee in de linkertravee van de voorgevel. Deze bevat als enige drie volwaardige bouwlagen, onder een plat dak, daar afgewerkt met keramische boordtegels.

De lijstgevels van de driegevelwoning zijn opgebouwd uit geel baksteenparement met terugliggende lintvoegen, op een lage blauwe hardstenen plint en worden door een witte gootlijst afgezoomd. Alle gevelopeningen zijn rechthoekig. Al het schrijnwerk is recent, vormgegeven naar bestaand model en op de verdiepingen heeft elk venster een sobere smeedijzeren balustrade. De deuropening met afgeschuinde dagkanten is afgewerkt met cimorné, van het bovenlicht gescheiden door een uitkragend kunststenen kalf. De houten voordeur heeft centraal een smeedijzeren grille voor de beglazing en het bovenlicht is ingevuld met overhoeks geplaatste glasdals. De verdiepingen zijn daarboven identiek ingevuld met twee smalle gekoppelde vensters met gedeelde dorpel. De rechtertravee in de voorgevel is verbonden met de zijgevel door een vensterpartij die bestaat uit drie gekoppelde vensters, waarbij er zich zowel telkens een venster in de gevels langs beide lanen bevindt, als in de schuine travee. De stijlen tussen de vensters en de dagkanten zijn uitgewerkt als halfronde kolommen, afgewerkt met cimorné. De bovenliggende verdieping is bij deze traveeën identiek uitgewerkt, met het verschil dat de vensterpartij zich beperkt tot een venster langs de Land Van Waaslaan en de schuine travee, en dat het gevelvlak licht risaliterend is uitgewerkt. De sobere gevel langs de Johannes Hartmanlaan is ondergeschikt aan deze langs de Land Van Waaslaan.

De gevelpartij van het hoofdvolume van de woning, benadrukt door de contouren van het mansardedak, is grotendeels blind uitgewerkt. Hier bevinden zich enkel langs de rechterzijde op elke verdieping een identiek vierkant venster boven elkaar, en langs de linkerzijde het reeds besproken gekoppelde venster op de gelijkvloerse verdieping. Boven deze gevel is er een brede dakkapel in het mansardedak uitgewerkt. Rechts van het hoofdvolume bevindt zich een uiterst sobere aanbouw van twee verdiepingen onder plat dak. De lijstgevel is lager dan het hoofdvolume en is bovenaan afgeboord met een houten bakgoot. De twee brede traveeën bevatten op elke verdieping identieke vierkante vensters, op de gelijkvloerse verdieping van de rechtertravee na, die een verbouwd bandvenster bevat. Hier bevond zich origineel een poort.

Ondanks de uitzonderlijke eigenschappen van het hoekperceel, gaf de architect de woning toch een conventionele enkelhuisindeling, geënt op de klassieke indeling van een rijwoning op een lang, smal perceel. Via de voordeur langs de Land Van Waaslaan komt men in het tochtportaal terecht, waar een dubbele deur de afsluiting naar de traphal vormt. De rechtertravee van de woning wordt ingenomen door een opeenvolging van salon en eetplaats in enfilade, met daarachter de keuken. Achter de traphal bevindt zich een opeenvolging van sanitair, schotelhuis en wasruimte, in de achterbouw. De keuken en wasruimte geven uit op een verhoogde koer, welke via enkele treden naar de achterliggende ommuurde tuin leidt. Het bordes van de trappartij geeft uit op de naaikamer, badkamer en werkkamer, die zich in de aanbouw van de woning bevinden. De eerste verdieping bevat twee slaapkamers aan de rechterzijde en een smalle kleedkamer in de deurtravee. De mansardeverdieping heeft een identieke indeling, maar met een grote kamer in de deurtravee. Verder is de hele woning op de eetkamer na onderkelderd.

  • Kadasterarchief Oost-Vlaanderen, Mutatieschetsen Gent, afdeling XIX (Sint-Amandsberg), 1935/46.
  • Stadsarchief Gent, Bouwaanvragen Sint-Amandsberg, BA-SA, 1935/5160.
  • MEGANCK L. 2002: Bouwen te Gent in het interbellum (1919-1939), onuitgegeven doctoraatsverhandeling, Universiteit Gent, Vakgroep Kunstwetenschappen.

Bron     : -
Auteurs :  De Caluwé, Carlo, Janssens, Karolien
Datum  : 2019


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Hoekhuis [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/306570 (Geraadpleegd op 22-06-2021)