Architectenwoning van Fried Verschuren

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Gent
Deelgemeente Sint-Amandsberg
Straat Staf Bruggenstraat
Locatie Staf Bruggenstraat 80, Gent (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Herinventarisatie Gent 20ste-eeuwse architectuur (thematische inventarisatie: 01-01-2015 - 01-01-2019).

Juridische gevolgen

Beknopte karakterisering

Beschrijving

De architectenwoning van Fried Verschuren ligt in een rustige, groene woonwijk ten noorden van het centrum van Sint-Amandsberg. Het vrijstaande pand is ingeplant op het laatste perceel in de rij, dat aan de achterzijde aansluit op een gemeentelijk park.

De architectenwoning werd ontworpen in 1974 en opgetrokken conform een op 29 oktober 1975 goedgekeurde bouwaanvraag. Fried en Lieva Verschuren-Nonneman woonden in de buurt toen het bouwperceel te koop kwam. De bouwgrond was volgens Fried Verschuren niet "lang, smal en onnozel", zoals gebruikelijk in stedelijke context, maar breed en bood hierdoor de mogelijkheid om een woning te bouwen in nauw contact met de omringende tuin. De woning werd, op het beton van de kelder na, eigenhandig en tot in de kleinste details gerealiseerd door de architect en zijn vier zonen.

De architectenwoning kwam tot stand in de jaren 1970, een periode waarin de het naoorlogse rationele en functionalistische modernisme in vraag wordt gesteld en architecten en critici zoeken naar manieren om het wonen opnieuw te betrekken op de mens. Het pand is bij uitstek representatief voor deze tendens.

Ze weerspiegelt daarnaast Fried Verschuren’s interpretatie van de toen gangbare internationale tendensen en getuigt van heterogene, voornamelijk modernistische referenties, gaande van het Raumplan van Loos, de lichtwerking en de promenade architecturale van Le Corbusier, de eerlijke constructie van Mies Van der Rohe en Japanse en Scandinavische invloeden - die samen resulteren in een krachtige, hoogstpersoonlijke realisatie, die gaaf bewaard bleef.

De zelfgebouwde woning met bijbehorende tuin is geconcipieerd als een koesterende omgeving voor een hecht gezinsleven – een "beschermend woonmiljeu met een huid" zoals de architect het zelf omschrijft. Het is een veilige, omheinde kraal waartoe niet iedereen zomaar toegang krijgt. Het geheel is geconcipieerd om te laten wonen in de grootste vrijheid en om een dynamische woonervaring te creëren. Door haar experimentele karakter, haar open structuur, het werken met een dynamische planopbouw met splitlevels, onverwachte overgangen en doorzichten, de aandacht voor de lichtinval, de belangrijke positie van de trap, het duidelijk zichtbaar laten van de verschillende bouwmaterialen en het benadrukken van bepaalde details is de woning ook bij uitstek typerend voor deze periode, althans voor wat de vooruitstrevende architectuur betreft.

De eigen woning van Fried Verschuren, vooralsnog onderbelicht gebleven in de literatuur, is het enige werk waarin deze architect en docent zijn architectuurvisie ten volle kon ontplooien. Het pand neemt hierdoor een uitzonderlijke plaats in binnen zijn oeuvre.

De woning kwam tot stand in volle oliecrisis. Het ontwerp is bijzonder doordacht op het vlak van energiezuinigheid en onder meer op dit vlak zijn tijd vooruit. De drang van de architect om te experimenteren en steeds te zoeken naar een volmaakte oplossing voor een gesteld probleem zorgt ervoor dat in de woning kleine en grote innovatieve oplossingen te vinden zijn, die haar tot een vrij uniek woonlabo maken.

De eigen woning van Fried Verschuren werd ontworpen als een totaalconcept, waarin zowel meubilair naar eigen ontwerp als kunstwerken geïntegreerd worden. Bepaalde elementen van het vast meubilair, zoals de trap in de inkomhal, de spiltrap naar de bovenste verdieping en de badkamer werden opmerkelijk sculpturaal opgevat.

Exterieur

De woning is centraal ingeplant op een nagenoeg vierkant bouwperceel. De voorgevel loopt parallel aan de straat en is gericht op het noordwesten. De voortuin met lage tuinmuur bevat planten die typerend zijn voor de bouwperiode, met onder meer lavendel, een krulwilg en een Hemelboom (Ailanthus altissima). Een compact, laag, bijna kubusvormig volume, opgebouwd uit betonsteen en bekroond door een houten plantenbak ligt rechts van de begraasde oprit naar de garage aan de linkerkant. Het omvat de brievenbus en een kleine berging voor de vuilnisbakken, afgesloten met een zwarte houten deur.

De woning is opgetrokken in een combinatie van houtskelet met baksteenbouw voor de zijgevels. De gevelvlakken van het houtskelet zijn ingevuld met verschillende elementen. Zelf ontworpen samengestelde panelen worden afgewisseld met vlakken in driedubbel glas die rechtstreeks in het houtskelet werden geplaatst en met zelf ontworpen opklapbare balustrades (blauw canvas of zwart geschilderd hout). Een aantal vlakken is ook ingevuld met zwart geschilderde houten platen, werd open gelaten of is voorzien van een combinatie van panelen en glas.

Het exterieur van de woning wordt aan de straatzijde gekenmerkt door een dynamische opbouw in de hoogte, gecombineerd met verspringingen van het gevelvlak in de diepte. Het zwart geverniste houtskelet is duidelijk afleesbaar. Ondanks de vrij grote raampartijen maakt de woning aan de straatzijde een eerder gesloten indruk, door de bewuste keuze voor driedubbele, vrij reflecterende beglazing. De hellende daken zijn bedekt met zwarte Lummerzheim-panelen. Deze panelen werden door Fried Verschuren zelf ontwikkeld, net als de goten die volledig zijn opgebouwd uit hout, zonder zink. De regenafvoeren zijn vervaardigd uit koper.

Het linkerdeel van de voorgevel is breder dan het rechterdeel – zes ‘eenheden’ van het gevelskelet ten opzichte van vier. Het rechterdeel van de woning is 1m26 lager dan het linker en de volumes aan de straatzijde zijn ook 1m26 lager dan deze aan de tuinzijde. De tussenliggende gevelvlakken die zo ontstaan (voor een deel vergelijkbaar met deze van de Soholm I huizen van Arne Jacobsen), zijn hoofdzakelijk van glas voorzien, wat voor een variabele lichtinval tot in de kern van de woning zorgt.

De gevelpanelen op eerste verdiepingen van het linker en het rechter geveldeel zijn ofwel tot op 1/3 van de hoogte ingevuld met een zelf ontworpen samengesteld paneel en verder voorzien van glas, ofwel tot op 1/3 van de hoogte voorzien van een opklapbare balustrade voorzien van blauw canvas en verder open gelaten. Bijzonder is dat één van de houten panelen die de achterwand van het balkon vormen, ook gedeeltelijk opklapbaar is en dienst kan doen als tafel. Het linkerdeel van de voorgevel wordt op het gelijkvloers doorbroken door de garagepoort en de voordeur, beide uitgevoerd in vlakke, zwart geschilderde houten platen. Rechts van de voordeur is een glasvlak voorzien. Het rechter geveldeel wordt ter hoogte van het souterrain doorbroken door een lichtstrook.

Verschillende onderdelen van het gevelvlak verspringen ook in de diepte tegenover elkaar en reflecteren zo de binnenindeling. De eerste verdieping van het linkerdeel kraagt licht uit ten opzichte van het gelijkvloers. Ter hoogte van de voordeur springt het gevelvlak verder in, zodat een beschut portaal ontstaat. Boven dit portaal, op de eerste verdieping, is een balkon uitgewerkt. De eerste verdieping van het rechterdeel van de voorgevel kraagt uit boven het souterrain. Onder de oversteek is een rechthoekige vijver voorzien.

De gevel aan de tuinzijde is meer gesloten opgevat dan die aan de straatzijde. Ook hier is er weer een verschil in hoogte en breedte tussen het linker- en rechter geveldeel. Het houtskelet is ook aan de tuinzijde duidelijk afleesbaar. De gevel van het smallere linkerdeel van de tuingevel is vlak uitgewerkt. Op het gelijkvloers is het houtskelet er ingevuld met panelen die voor 1/3 (onderaan) uit het zelf ontworpen samengestelde paneel bestaan en voor 2/3 uit glas. Op de verdieping zijn hier volledige samengestelde panelen geplaatst.

Het bredere rechterdeel van de tuingevel is levendiger opgevat. De bovenste halve bouwlaag is hier volledig met samengestelde panelen ingevuld. Op de eerste verdieping zijn de eerste drie rastereenheden links variabel ingevuld met gehele of gedeeltelijke samengestelde gevelpanelen en glasvlakken. De drie rastereenheden rechts op de eerste verdieping zijn uitgewerkt als een balkon. Op de benedenverdieping springt het gevelvlak van het rechterdeel van de tuingevel terug over de volledige breedte, waardoor een overdekt terras ontstaat, dat nog vergroot wordt door het balkon erboven. De zes geveldelen op het gelijkvloers achter het overdekte terras zijn hier variabel ingevuld met gehele of gedeeltelijke panelen en glasvlakken.

De zijgevels van de woning zijn opgebouwd uit rode baksteen. Ze zijn grotendeels blind en worden slechts doorbroken door enkele kleine, strategisch geplaatste vensters en andere openingen, voorzien van houten schrijnwerk. De rechter zijgevel heeft bovenaan, aan de kant van de straat eveneens een smalle lichtstrook. In de linker zijgevel is op het gelijkvloers een opening voorzien naar de tuin, momenteel ingevuld met een zwart geschilderd, vlak houten paneel.

Interieur

De woning is binnenin opgebouwd met een splitlevelstructuur. Het grondplan valt in vier kwadranten in te delen, twee bredere links en twee smallere rechts. Het splitleveleffect ontstaat doordat het kwadrant rechts vooraan aan straatzijde van een souterrain is voorzien, waardoor deze hoek van de woning qua niveaus afwijkt van de rest. Bij de drie andere kwadranten is het vloerniveau per verdieping wel gelijk.

Inwendig kan de skeletstructuur ingevuld zijn met tussenwanden in baksteen, houten deuren en lichte (schuif)wanden. Belangrijk om te noteren is dat in het interieur de ruwbouw ook meteen de afwerking is. Het kleurenpalet is in de hele woning beperkt gehouden: groentinten en vloeren in massief merbau of essen een tapijt in ongebleekte schapenwol.

De belangrijkste ruimtes voor het gezinsleven, inclusief de badkamer zijn in open verbinding met elkaar dynamisch gerangschikt rond de centrale trappen. De meer afgesloten slaapkamers bevinden zich in de periferie van de woning. De houten skeletstructuur maakt deze openheid mogelijk. Houten vloeren kunnen naar believen worden ingeschoven in het skelet, variabele kamerhoogtes en verschuivingen van het vloerniveau worden mogelijk. Op begeleidende tekeningen is te zien dat bij het ontwerpen veel aandacht ging naar gewenste doorzichten en dialogen. De manier van werken doet denken aan het Raumplan van Loos – er wordt op deze manier optimaal gebruik gemaakt van het bouwvolume en er gaat weinig ruimte verloren aan circulatie, die hoofdzakelijk via de trappen gebeurt. Het stijgen en dalen via de trappen, met name via de spiltrap, zorgt voor een opeenvolging van ruimtelijke ervaringen (zie promenade architecturale van Le Corbusier).

De ingang bevindt zich vrij centraal in de voorgevel. De rechthoekige inkomhal heeft aan de linkerzijde een gesloten wand doorbroken door twee deuren, naar het toilet en de naar de garage. Rechtdoor en aan de rechterkant heeft de inkomhal doorzichten naar de keuken op hetzelfde vloerniveau en naar de zitkamer, die 1m26 hoger ligt.

De compacte keuken met aansluitende wasplaats bevindt zich in het verlengde van de inkomhal en strekt zich verder naar links uit achter de garage. Een bandraam geeft wie staat te koken of af te wassen een goed zicht op de tuin.

De eetkamer met vierkant grondplan sluit langs de tuinzijde van de woning aan de rechterkant aan op de keuken. Langs de kant van de tuin is ze voorzien van ramen over bijna de volledige hoogte. Vanuit de eetkamer is er een vrij doorzicht naar de zitkamer aan straatzijde, waarvan het vloerniveau 1m26 hoger ligt.

De zitkamer is een hoge ruimte met naar straatzijde schuin aflopend plafond. Ze bevindt zich rechts van de inkomhal, boven het souterrain. Dankzij de open skeletstructuur van de woning zijn er van in deze kamer doorzichten naar de badkamerruimte links op de eerste verdieping, naar de eetkamer en de tuin erachter en naar het bureau van de architect boven de eetkamer.

De badkamerruimte met toilet op de eerste verdieping staat in open verbinding met de andere ruimtes voor familiaal samenzijn. Het bureau van Fried Verschuren bevindt zich op hetzelfde woonniveau als de badkamerruimte, maar rechts achteraan aan tuinzijde. Het is een ruimte met rechthoekig grondplan, die een open visuele relatie heeft met de lager gelegen zitkamer. Op dit woonniveau bevinden zich eveneens de ouderslaapkamer aan tuinzijde en een kinderkamer naast de badkamer aan straatzijde.

Ook de zolderruimte is ingericht als kinderkamer.

Bron: Onroerend Erfgoed, Beschermingsdossier 4.001/44021/128.1, Architectenwoning Fried Verschuren.

Auteurs: De Houwer, Veerle

Datum tekst: 2018

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Sint-Amandsberg

Sint-Amandsberg (Gent)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.