erfgoedobject

Krinkeldijk met dijkbegroeiing

landschappelijk element
ID: 306665   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/306665

Juridische gevolgen

Beschrijving

De locatie bevindt zich op de Krinkeldijk tussen de dorpen Oostkerke (ten westen) en Hoeke (ten oosten), beide gelegen in de polders ten noordoosten van Damme en gedeeltelijk behorend tot de vroegere Zwinvlakte. Het landschap wordt gekenmerkt door vlakke, open tot halfopen agrarische gebieden doorsneden door dijken en kanalen, die in vele gevallen geaccentueerd worden door bomenrijen.

Historiek

De Krinkeldijk werd opgeworpen of verstevigd vanaf de 12de eeuw om het overstromingsgevaar vanuit de toenmalige Zwingeul of Sincfal te beperken. De Krinkeldijk is een onderdeel van een eertijds ruimere dijkengordel die oorspronkelijk ‘Langedijk’ werd genoemd en waarvan later gedeelten met een bijzondere benaming werden aangeduid. Deze dijken vormden vaak de grenzen van wateringen (voorlopers van huidige polderbesturen). Meer zuidelijk van de Krinkeldijk is de ‘Dijk van de Kerkwatering’ bekend en bij het latere Damme is de naam ‘Romboutswervedijk’ bekend.

De Krinkeldijk blijkt net als de Romboutswervedijk nog vóór de stormvloed van 1134 aangelegd. De dijk met grillig verloop wordt daarmee beschouwd als een defensieve dijk die het land enerzijds moest beschermen tegen overstromingen en anderzijds moest vermijden dat er nog zout/zilt water in het achterliggende gebied binnenstroomde. De Krinkeldijk vormde met het eindpunt van de thans verdwenen Bloedlozedijk een scherpe hoek, wat de plaatsnaam Hoeke (vroegste vermelding circa 1250) verklaart.

Vanaf het einde van de 12de eeuw tot begin 14de eeuw werd het gebied ten zuiden van de Krinkeldijk-Romboutswervedijk gradueel ingepolderd. Vanuit de perifere zones schoof men steeds verder op naar de Zwingeul toe, waardoor deze steeds smaller werd. In tegenstelling tot de oorspronkelijke, meer defensieve -zeewerende- functie in de vorige eeuwen, werden toen grote polders ingedijkt met het oog op landwinning.

De Tachtigjarige oorlog, die in 1568 uitbrak tussen de Noordelijke Nederlanden en Spanje, heeft een grote invloed gehad op het Zwinlandschap. De Zwinstreek vormde de grensregio waarin tal van oorlogen/grensconflicten plaatsvonden. Daarbij werden vaak zones om strategische redenen onder water gezet en ook de dijken speelden daarin een belangrijke rol.

De Krinkeldijk is tot op vandaag opvallend herkenbaar gebleven in het landschap. Het grillig tracé van de dijk, met onder meer een zeer wijde bocht in het westelijke deel, gaf aanleiding tot de huidige naamgeving van deze middeleeuwse dijkstructuur. De Krinkeldijk wordt over ongeveer de helft van zijn lengte gevolgd door de Vuile Vaart of Moerader, een polderwaterloop, beheerd door de Oostkustpolder.

Op alle geraadpleegde historisch-cartografische bronnen wordt een beplante en/of begroeide Krinkeldijk vastgesteld. De huidige opgaande bomenrijen kunnen naar schatting tot 1905 teruggaan (circa 110 jaar) en behoren bijgevolg tot een traditionele generatiewisseling van opgaande bomen. Ook de knotbomen, overwegend aangeplant langsheen de Vuile Vaart of Moerader, maar verder ook verspreid langsheen de Krinkeldijk hebben een geschatte leeftijd van om en bij de 70 jaar. De ouderdom van de struweelbegroeiingen is moeilijker in te schatten, maar afgaande op de rijke soortensamenstelling van struik- en kruidlaag, wordt een historisch stabiele groeiplaats van meerdere tientallen jaren verondersteld.

De opgaande bomen moeten oorspronkelijk als opbrengstgerichte beplanting zijn aangelegd. Bekend is dat polderdijken en kanaaldijken, zeker in de Vlaamse kustvlakte, vaak met populier waren beplant. Ook abelen, okkernoten en olmen zijn bekend als typische bomen van dijken. De introductie van Canadapopulier, althans de cultuurklonen die hier op de Krinkeldijk worden aantroffen en die ontstaan zijn uit kruising van de Europese zwarte populier (Populus nigra) en diverse vormen van de Amerikaanse populier (Populus deltoides), is in Vlaanderen bekend sinds het midden van de 18de eeuw (Van Driessche, in. prep.). In de loop van de 20ste eeuw kregen de oude klonen concurrentie van de zogenaamde UNAL-klonen, verbeterde rassen met meer rechte stammen. Het populierenhout werd onder meer gebruikt voor de vervaardiging van klompen, lucifers, triplexhout, borstels en kisten (Herbignat, 1949). Een belangrijk voordeel van de Canadapopulier was dat hij min of meer bestand was tegen de gure zeewinden in de kuststreek (Berger, 1898). De stammen van de cultuurklonen ‘Serotina’ (circa 1750) en ‘Marilandica’ (1800) vertonen wel nog de karakteristieke kromme stammen die met de wind meegebogen zijn.

De knotbomen hadden een utilitaire functie voor brand- en geriefhout. De struweelbegroeiingen zijn allicht spontaan ontwikkeld, al wordt niet uitgesloten dat het aanplanten van struwelen –zeker in de perioden waarin nog gevreesd werd voor stormvloeden die via de Zwingeul Damme konden bereiken, bedoeld was om erosie van het dijklichaam tegen te gaan.

Beschrijving

De Krinkeldijk vormt een visueel opvallende landschapsstructuur door zijn hoogte en door zijn gevarieerde begroeiing (vooral opgaande bomenrijen, maar ook knotbomen en struwelen). Het is een gaaf voorbeeld van een 12de-eeuwse defensieve, zeewerende dijk met een opvallend grillig tracé. Op de dijk zijn opgaande bomenrijen van Canadapopulier aangeplant, in het bijzonder oude cultivars van Canadapopulier, zoals ‘Marilandica’ en ‘Serotina’. Tussen de opgaande bomen komen plaatselijk struwelen voor met onder meer sleedoorn, veelbloemige roos, hondsroos en heggenroos.

Aan de onderzijde van de dijk, en overwegend langsheen de Vuile Vaart of Moerader, komen knotbomen voor van zowel Canadapopulier als schietwilg.


Bron     : Onroerend Erfgoed, Digitaal Beschermingsdossier 4.001/31006/101.1, Dijkbegroeiing met opgaande populieren, knotbomen en struwelen op Krinkeldijk (HIMPE K. 2015).
Auteurs : Himpe, Koen
Datum  : 2015


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Krinkeldijk met dijkbegroeiing [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/306665 (Geraadpleegd op 25-06-2019)