erfgoedobject

Woning Baetens

bouwkundig element
ID: 306711   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/306711

Beschrijving

Woning gebouwd in opdracht van de heer en mevrouw R. Baetens-Braeckman naar een ontwerp van architect Marc Van Hoeteghem uit 1974. De strakke volumetrie van de woning, de dynamische planindeling en het zichtbare materiaalgebruik getuigen van een gematigd brutalisme.

Marc Van Hoeteghem maakte in 1971 deel uit van het gerenommeerde Gentse architectenbureau BARO, dat in de late jaren 1960 was ontstaan als een samenwerkingsverband tussen architecten Eric Balliu en Johan Baele. Niet toevallig vertonen deze woning en een ander, quasi gelijktijdig ontwerp in Drongen (Antoon Catriestraat 155-157, 1975) opvallende gelijkenissen met de brutalistische architectuur van BARO. Kenmerkend zijn onder meer de strakke, dynamische volumewerking, een vloeiende interne ruimtewerking, het zichtbare gebruik van materialen (baksteen en beton) en de sculpturaliteit van het geheel en de details, bijvoorbeeld verluchtingsgaten in de vorm van uitkragende eternietbuizen en de aanwezigheid van betonnen waterspuwers met kettingen die het water afleiden in bijhorende betonnen waterputten. Op het moment van het ontwerp van de woning Baetens was Van Hoeteghem werkzaam bij de ‘Studiegroep voor architektuur en design’ (Gent), samen met designers Pat Deknock en Luc Van Hoeteghem. Hij was toen woonachtig in de modelverkaveling van Olivier Nowé en René Heyvaert aan de Korte Rijakkerstraat in Mariakerke bij Gent, vlakbij de bouwgrond van Baetens.

De vrijstaande woning wordt gekenmerkt door een dynamische volumewerking van verspringende volumes onder platte daken. De westzijde van de woning is één bouwlaag hoog, terwijl de oostzijde is opgetrokken tot twee bouwlagen en eveneens verlevendigd wordt door in- en uitsprongen. Aan de achterzijde (noordoosten) wordt het volume gemarkeerd door een strakke bakstenen schouw met open bekroning en is de woning uitgebouwd met een halfrond, deels verzonken volume van eveneens twee bouwlagen onder een plat dak.

De villa is voorzien van een bruin baksteenparement, gecombineerd met horizontaal houten latwerk boven enkele muuropeningen en zichtbare betonelementen. Opvallend zijn de vier uitkragende waterspuwers in ‘grijs zichtbeton’, die het regenwater afleiden in drie cilindervormige betonnen waterputten. In de oostgevel bewaart één van de waterspuwers de metalen ketting waarlangs het water wordt afgeleid; bij de andere waterspuwer in deze gevel is de ketting vervangen door een regenpijp. De oostgevel is eveneens verlevendigd met uitkragende eternietbuizen, die verluchtingsgaten vormen. Op de bouwplannen was ook ten noordwesten een waterspuwer met waterput voorzien, maar aan die zijde werd een uitbouw met een veranda gerealiseerd.

De gevels worden in overeenstemming met de oriëntatie geopend. Sommige gevels, zoals de westelijke bovenverdieping en de noordelijke achtergevel zijn quasi volledig blind uitgewerkt. De rechthoekige vensters zijn voorzien van schuin aflopende hardstenen lekdrempels en bewaren hun houten schrijnwerk, weliswaar voorzien van voorzetrolluiken. De houten toegangsdeur bevindt zich in een insprong van de oostgevel, onder een uitbouw van de bovenverdieping die zo een met beton afgewerkte luifel vormt. Een vanuit het parement doorlopend, haaks bakstenen muurtje schermt de achtertuin af voor bezoekers. In de zuidwestelijke hoek bevindt zich een toegang tot de keuken. Deze beglaasde houten deur wordt voorafgegaan door twee bakstenen treden, geflankeerd door een bakstenen muurtje. De garage bevindt zich ten zuidoosten; de garagepoort werd vernieuwd. De licht hellende oprit en het pad tot de voordeur worden geflankeerd door lage bakstenen muurtjes, aansluitend bij de architectuur van de woning. Aan de straatkant is een deels open bakstenen volume onder een grote betonnen dekplaat voorzien, waaronder het vuilnis gestockeerd kan worden.

Achter de gevels gaat een complexe ruimtelijke structuur schuil op basis van splitlevels. De toegang leidt tot de – licht boven het straatniveau verheven – begane grond. Hier bevindt zich volgens de bouwplannen eerst een sas waarop een toilet en de garage uitgeven. Het sas leidt ten westen tot een ruime leefruimte met een open plan. Deze omvat een hal en loopt op hetzelfde niveau ten noordwesten door in een eethoek en verder ten westen tot de keuken met afzonderlijke berging. In de noordwestelijke hoek bevindt zich heden een veranda, die niet op de bouwplannen was voorzien. De leefruimte is uitgebreid met een zitkamer aan de straatkant (zuidwesten) en een haardhoek ten noordoosten, beide op lagere niveaus gelegen, maar wel in een open relatie tot het hogere gedeelte van de leefruimte. Op het tussenniveau boven de haardhoek bevindt zich een studio, die ook in een open relatie tot de trap staat. De bovenverdieping van het oostelijke gedeelte omvat een nachthal, geflankeerd door een slaapkamer ten oosten, en leidt ten zuiden naar een dressing, badkamer en slaapkamer.

  • Stadsarchief Gent, BA Drongen, 1974 DR 10077.

Bron     : -
Auteurs :  Verhelst, Julie
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Woning Baetens [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/306711 (Geraadpleegd op 03-06-2020)