Twee bunkers aan de sluis van het Albertkanaal

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Limburg
Gemeente Genk
Deelgemeente Genk
Straat Swinnenwijerweg, Kanaaloever
Locatie Swinnenwijerweg zonder nummer, Kanaaloever zonder nummer, Genk (Limburg)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen

Juridische gevolgen

Beknopte karakterisering

Typologiebunkers
DateringWO II

Beschrijving

Twee bunkers, in 1940 opgetrokken door het Belgisch leger als onderdeel van de verdediging van het Albertkanaal. Het betreft meer bepaald bunkers G3 en G4, die samen met twee andere bunkers op de rechteroever van het Albertkanaal werden opgetrokken als onderdeel van een bruggenhoofd ter hoogte van de sluis van Genk. Ten noorden van de bunkers werd tussen de kolenhaven en het Albertkanaal stroomafwaarts van de sluis bijkomend een antitankversperring geplaatst, die grotendeels uit Cointet-elementen (of C-elementen) bestond. Ter hoogte van de spoorweg en de straat werd bovendien een dubbele versperring in lichte tetraëders geplaatst. De straat werd met de kolenhaven verbonden door een dubbele rij zware tetraëders van 131 meter lengte.

Bunker G3 bevindt zich langs de spoorweg die over de sluis loopt, ongeveer 250 meter van de kanaaloever verwijderd. Bunker G4 ligt aan de Swinnenwijerweg ter hoogte van nummer 28 op de hoek tussen de Kolenhaven en het Albertkanaal. De verdwenen bunkers G2 en G1 bevonden zich tussen G3 en de oever van de kolenhaven. Een vijfde bunker G5 werd gebouwd op de linkeroever van het Albertkanaal, ten oosten van de spoorweg. In tegenstelling tot de andere bruggenhoofden werd bij dit bruggenhoofd geen bunker in de sluis zelf geïntegreerd.

Het Albertkanaal werd ingericht als verdedigingslinie. Bij de aanleg van het kanaal werd onder meer de integratie van een honderdtal bunkers in de bermen voorzien.

In december 1939 werd beslist om de verdediging van de sluizen, die zwakke punten vormden, bijzondere aandacht te geven en deze als bruggenhoofden uit te bouwen. Het reeds bestaande bruggenhoofd in Olen werd versterkt, de werken voor de bruggenhoofden aan de sluizen van Hasselt, Diepenbeek en Genk werden in december 1939 in drie loten aanbesteed. De bouwwerken in Genk vielen onder lot II, geraamd op 800 000 frank en werden in januari 1940 toegewezen aan de Luikse aannemer R. Moyse voor het bedrag van 705 000 frank. Het einde van de werken was voorzien voor 1 maart 1940 maar werd door de winterse weersomstandigheden uitgesteld. In februari 1940 werden reeds batterijen van zogenaamde Van Deuren mortieren (58 MM) aangeleverd.

De bunkers langs het Albertkanaal vertonen gelijkenissen met andere bunkers uit de periode 1939-1940, onder andere van de KW-Linie en de bunkergordel bruggenhoofd Gent. Gezien de specifieke topografie werden rond de sluizen geen standaardmodellen toegepast. Toch zijn er een aantal gemeenschappelijke karakteristieken. Zo hebben de muren van gewapend beton een dikte van 1,3 meter en werden deze in de moerassige ondergrond voorzien van een fundering van zogenaamde Frankipalen. Bunker G4 steunt bijvoorbeeld op dertien palen van 406 mm dikte. In de muren zijn er kijksleuven. De toegangsdeuren zijn 1,50 meter hoog en de binnenruimte is verdeeld in twee tot vier schietkamers, voorzien van steunelementen voor machinegeweren van het type Hotchkiss. Er zijn twee types schietgaten, met een schootsveld van respectievelijk 38° (voor automatische wapens) en 20°. De legplanken in het interieur zijn vervaardigd uit gegalvaniseerd staal en niet meer uit hout, zoals bij vele oudere bunkers het geval is.

Op de daken kon camouflagemateriaal worden bevestigd aan metalen haken. De plannen van de bunkers en verschillende documenten van de aanbesteding zijn bewaard in het zogenaamde "Moskou-archief" in het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis.

Beschrijving

Bunker G3 is anno 2018 nog toegankelijk. Deze bunker heeft drie schietkamers waarvan twee naar de oostzijde en een naar de westzijde georiënteerd zijn. De schootsvelden bedragen volgens het plan twee keer 28° (oost en west) en een keer 15° (oost). Boven de schietgaten zijn kijksleuven aanwezig. Door uitstekende muurdelen en dakplaten, zogenaamde oreillons, worden de schietgaten aan het zicht onttrokken.

De toegangsdeur bevindt zich aan de zuidzijde, rechts ervan ziet men de lagere opening van de nooduitgang. In de binnenmuur tegenover de toegangsdeur is een bijkomende schiet- of observatieopening. De plafonds bestaan uit ijzeren golfplaten als verloren bekisting waarop beton gestort is. In elke schietkamer zijn er nog elementen ter ondersteuning van de wapens bewaard, evenals een metalen legplank. Er zijn verschillende openingen die als ventilatieschachten of kabeldoorgangen dienden.

De toegangsdeur van bunker G4 is dichtgemetseld, volgens het plan bevond deze zich aan de zuidzijde, de nooduitgang situeerde zich links van de deur. Deze bunker heeft vier schietkamers met telkens een schietgat georiënteerd naar noord, oost, west en noordwest. Met uitzondering van het westelijke schietgat worden deze beschermd door oreillons. De schietgaten zijn anno 2018 dichtgemetseld maar bewaren nog de metalen kaders met scharnierduimen voor luiken. Boven twee van de schietgaten is een kijksleuf zichtbaar. Het plan vermeldt schootsvelden van 13°, 21,3°, 29° en 28°.

  • Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis, Fonds 185 (Moskou-archief), doos 2537 en 3828.
  • JANSSEN E. 2006: Dekkingstelling Albertkanaal: sector Briegden-Hasselt, Vesting, 1, 13-20.
  • VERNIER F. 2007: Les fortifications belges au 10 mai 1940, La defense du canal Albert et des canaux exterieurs, La Belgique sous les armes, 3, Erpe-Mere.
  • Mondelinge informatie verkregen van Erik Janssen (20/11/2018).

Bron: -

Auteurs: Fexer, Charlotte

Datum tekst: 2018

Relaties

maakt deel uit van Genk

Genk (Limburg)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.